Canonlo

1862

1871

‘Vereeniging van onderwijzers in de gymnastiek in Nederland‘

De oprichting van de ‘Vereeniging’ en de onduidelijkheid over de eerste voorzitters

Wat eraan vooraf ging
De aandacht voor de 'gymnastie', zoals het vak in de eerste helft van de negentiende eeuw werd genoemd, was vooral afkomstig van 'De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen'. 'Het Nut' hamerde op het belang van lichaamsoefeningen op de scholen en drong regelmatig bij de regering aan op invoering van gymnastiek in de scholen. Ook met het uitschrijven van prijsvragen probeerde 'het Nut' belangstelling te wekken voor het vak gymnastiek.
In 1846 richtte het Bestuur van 'het Nut' zich tot koning Willem II met het verzoek het onderwijs in de lichamelijke oefening wettelijk te regelen. De regering wees dit verzoek af. Het bestuur van 'het Nut' besloot in 1849 zelf gymnastiek op de door haar gestichte scholen te gaan invoeren en richtte vervolgens op zes verschillende plaatsen in Nederland 'Normaalscholen voor Gymnastiek'

Nutsgymnastiek

In 1852 waren er Nutsgymnastiekscholen in Amsterdam, Arnhem, Goes, Groningen, Haarlem, Rotterdam en Zwolle. Dit aantal breidde zich vanaf 1853 tot 1857 sterk uit naar de 24 departementen (afdelingen van 'het Nut').

De gymnastiekscholen waren een succes. De departementen Rotterdam en Amsterdam gingen er toe over om leerlingen van volksscholen aan het onderwijs te laten deelnemen. Onderwijzers en kwekelingen van de stadsarmenscholen werden nageschoold en probeerden vervolgens hun opgedane lesgeefervaring in de praktijk op hun leerlingen uit.

Op de jaarvergadering van 'het Nut' in 1849 werd besloten om elk jaar een bepaald bedrag voor de bevordering van het gymnastiekonderwijs beschikbaar te stellen. Op dezelfde vergadering werd een reglement voor de lagere volksschool vastgesteld: '... de opneming van het onderrigt in de gymnastiek, als maatregel ter bevordering van de gezondheid en de lichamelijke ontwikkeling der schooljeugd: om hetzij regtstreeks, zelve op betrekkelijk ruime schaal oefenplaatsen aan te leggen, hetzij met de hoofdonderwijzer der plaatse eene schikking te treffen, ingevolge waarvan in zijn schoolgebouw, aan zijne scholieren en onder zijn toezigt, de gelegenheid en de middelen voor geregelde lichaamsoefeningen verschaft worden.'
op. Daar konden onderwijzers zich, meestal in de avond, bekwamen in het geven van gymnastiekonderwijs.

De oprichting en de eerste voorzitter van 'De Vereeniging'
In het feestnummer bij het 60-jarig bestaan in 1922 wordt melding gemaakt van een initiatief van een negental gymnastiek-leeraren uit de provincie Noord-Holland: M.A. van der Est, J. van Monsjou

M.A. van der Est, J.A. van Monsjou

Marchiel van der Est en Izak van Monsjou speelden ook een hoofdrol bij de oprichting in 1968 van het Nederlandsch Gymnastiek-Verbond. Monsjou was de eerste 1e secretaris en penningmeester in het bondbestuur en Van der Est was de eerste vice-voorzitter.
, F.J. Tusch, H.P.A. Wilhelm, C.E. Besançon, P. van Cittert Jr., F. Troll, S. Vestdijk en J.G. Burggraaf.
Deze mannen kwamen, waarschijnlijk als gevolg van de ontwikkelingen na 1850, op 17 mei 1862 bij elkaar om te spreken over de verbreiding van het gymnastiekonderwijs. Als gevolg daarvan werd op 7 september 1862 de 'Vereeniging' opgericht. Tot op heden zijn geen notulen gevonden van de oprichtingsvergadering en de verdeling van de bestuursfuncties. Na het 4-jarig bestaan werd rechtspersoonlijkheid aangevraagd welke bij Koninklijk Besluit van 17 mei 1866 werd verkregen.

In bovengenoemd feestnummer staat ook dat de heer J.G. Burggraaf

Joseph Guillaume Burggraaf

Wie was de heer Joseph Guillaume Burggraaf? Uit informatie over de genealogie van het geslacht Burggraaf en correspondentie met een van de nazaten, blijkt dat Burggraaf gymnastiekonderwijzer en dansmeester in Middelburg was. Hij werd rond 1820 geboren in Luik en overleed op 12 april 1897 te Utrecht. In 1867 was hij gymnastiekonderwijzer aan de Rijksnormaalschool te Alkmaar en kreeg daar op 1891 eervol ontslag wegens vergevorderde leeftijd.
Het moet in elk geval een man zijn geweest 'van initiatief, die zijn tijd en gaven gaarne ten dienste zijner collega's heeft gesteld'.
de eerste voorzitter was. Deze zou in 1866 zijn opgevolgd door de heer H.J. Steenbergen. Deze feiten zijn door andere (geschied)schrijvers in de loop der jaren stilzwijgend overgenomen, maar bij de feiten zijn grote vraagtekens te plaatsen. Burggraaf is van 1865 tot 1870 wel lid geweest van het bestuur maar in advertenties van 1863 tot en met 1867 komt de naam Burggraaf als voorzitter van de 'Vereeniging' niet voor. Zo staat in een advertentie (zie afbeelding) een uitnodiging voor de algemene vergadering op 28 december 1862 in Haarlem. In de advertentie staan geen bestuursleden vermeld. In een advertentie van 30 maart 1863 in het Algemeen Handelsblad, waarin de uitnodiging voor een buitengewone algemene vergadering wordt gedaan, wordt het bestuur wel vermeld. Hieruit blijkt dat de heer J. Vestdijk (zetfout: de J is S) uit Haarlem voorzitter was; de heer A.M van der Elst (zetfout: de l in Van de Elst moet weg) uit Amsterdam was penningmeester en de heer P. van Cittert jr. uit Haarlem was secretaris. In de advertentie van 2 november 1863 wordt voor het eerst gesproken over de Algemene Wintervergadering met de heer S. Vestdijk

S. Vestdijk

Vestdijk gaf gymnastiek-, dans- en schermonderwijs in Haarlem en adverteerde daarvoor regelmatig. Uit het oudste, met de hand geschreven, jaarverslag uit 1866/1867 blijkt een meningsverschil met de heer Vestdijk over het in zijn bezit zijn van documenten uit zijn voorzittersperiode. van de ‘Vereeniging’ . Vestdijk wilde deze alleen via zijn tussenpersoon aan het bestuur teruggeven. Het bestuur weigerde echter met een tussenpersoon te spreken.

Waarschijnlijk heeft het bestuur als gevolg van dit conflict alle banden met Vestdijk verbroken en hem ook uit de lijst van voorzitters geschrapt. Vestdijk zou in 1870 nog tevergeefs solliciteren bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen voor het geven van gymnastiekonderwijs aan de leerlingen van de Kweekschool voor Onderwijzers.

In 1876 komt de zaak weer aan de orde. Vestdijk meende dat de vergadering destijds (zie het jaarverslag 1871-1872) ‘hare eigendommen opvorderde’ zonder ook de daarop rustende schulden te willen overnemen. Het betrof met name de door hem betaalde rekeningen voor boeken voor de bibliotheek. Tijdens de algemene vergadering in 1876 werd de zaak definitief geschikt. De boeken uit de bibliotheek werden overgedragen en Vestdijk kreeg daarvoor Hfl. 18,85 vergoeding. Vervolgens trad hij weer toe als lid. In april 1876 bedankte Vestdijk als lid. (jaarverslag 1876).
als voorzitter.

Uit een artikeltje (Nieuwe Rotterdamsche Courant) van 10 januari 1866 en uit het jaarverslag over 1886 blijkt dat op de Wintervergadering (Gouda, 28 en 29 december 1865), een nieuw bestuur was gekozen onder voorzitterschap van de heer H.J. Steenbergen uit Gouda. De heer H. Eshuys uit Rotterdam werd de nieuwe secretaris.

'Groeistuipen'
De opgerichte ‘Vereeniging’ moest zich ontwikkelen in een moeilijke tijd en had te maken met de nodige 'groeistuipen'. Dat leidde regelmatig tot verandering van naam

Verandering van naam

De vakvereniging heeft in de loop der jaren verschillende namen gehad. Er is verschil in het moment van gebruik van een nieuwe naam (in verslagen, orgaan etc.) en de goedkeuring van de statuten met de nieuwe naam. Achtereenvolgens heette de vakvereniging:

1862 Vereeniging van Onderwijzers in de Gymnastiek
1876 Vereeniging van Gymnastiekonderwijzers in Nederland
In de verslagen rond 1885 wordt ook gesproken van Nederlandsche Gymnastiek-
Onderwijzers Vereeniging
1913 Vereeniging van Gymnastiek-Onderwijzers in Nederland en hare afdelingen.
1914 Vereeniging van Gymnastiek-Onderwijzers  (L. en M.O.) in Nederland
1922 Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Gymnastiek in Nederland
1925 Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding in Nederland
1948 Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding in Nederland.
1962 Koninklijke Nederlandse Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding (KNVLO)
1987 Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO)
2011 Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding
en structuur. Uiteindelijk duurde het ruim zestig jaar voor, in 1925, de vereniging bijna alle organisaties omvatte en als naam kreeg: Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding. Daarna bleef het relatief rustig. In 1932 werd nog een christelijke vereniging opgericht en in 1950 organiseerden de katholieken zich opnieuw.

Gemotiveerde voorzitters, bestuursleden en redactie(raad)leden
Voor de voorzitter van de vereniging gold geen maximale zittingsperiode. Vanwege de kwaliteit en gedrevenheid van de voorzitters hebben de KVLO en haar voorgangsters een beperkt aantal voorzitters

Voorzitters

Zo was de heer P.C Adrian voorzitter van 1871 tot 1909, de heer J.H. Luiting van 1909-1929; de heer J.M.J. Korpershoek van 1929-1962, de heer J.P. Kramer van 1962-1988 en de heer O. Loopstra van 1988-2001. De heer G. van Driel leidde de KVLO van 2001-2010. Vanaf 2010 is de heer J. Rijpstra voorzitter.
gehad. De lange zittingsperioden - ook van de secretarissen zoals bv Truus van der Gugten, maar ook van zeer productieve redactie(raad)leden zoals N.M. Graafland, J.M.J. Korpershoek, D. Schmüll, H. Stegeman en E. Timmers - zijn een sterke indicatie voor de stabiliteit van de vereniging.
Vrouwen waren steeds sterk ondervertegenwoordigd in het bestuur. Pas in 1948 werden de eerste vrouwen gekozen, te weten mej. J.M. Rikkels (penningmeester) en mej. C. den Hollander (commissaris).

Literatuurverwijzingen

  • Archieven:
    • KVLO (en haar voorgangsters). Zeist.
    • Nationaal Archief en de archieven van diverse Kranten (gedigitaliseerd krantenbestanden). Den Haag: Koninklijke Bibliotheek.
    • Noord-Hollands Archief. Haarlem/Alkmaar.
  • Jong, E.de (1887). Verslag van de jaarlijkse Algemeene Vergadering der Nederlandsche Gymnastiek-Onderwijzers Vereeniging ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan. In: De Turnvriend, 7e (nr. 19), p. 291-299.
  • Kramer, J.P. (1962). 1862-1962. De geschiedenis van de vereniging van leraren en onderwijzers in de lichamelijke opvoeding in Nederland. In: Bakker, M.C. en Kramer, L.D.E.J. (red.)(1962). 1862-1962. Honderd jaar Lichamelijke Opvoeding, Gedenkboek van de Vereniging van Leraren en Onderwijzers inde Lichamelijke Opvoeding in Nederland. Meppel: Ten Brink, p. 41
  • Kramer, J.P. en Kugel, J. (1974). Geschiedenis van de Lichamelijke Opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luitingfonds, p. 16-27.
  • Kramer, J.P. en Lommen, N. (1987). Geschiedenis van de Lichamelijke Opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luitingfonds, 284 p.
  • Mijnhardt W.W. en Wichers, A.J. (red.; 1984). Om het algemeen volksgeluk: twee eeuwen particulier initiatief 1784-1984. Gedenkboek ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Edam: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 429 p.
  • Rijpstra, J. (in voorbereiding). Het Nederlandse parlement en haar rol bij de ontwikkeling van het sportbeleid en de lichamelijke opvoeding.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 1: Status nascendi 1924-1956, 292 p.; Deel 2: Status renovandi 1956-1986, 337 p.; Deel 3: Status maturandi 1986-1999, 374 p.

Externe links



Auteur: Jan Rijpstra