Canonlo

1912

1918

1919

Instituut voor Lichamelijke Opvoeding

Overzicht verdiepingsteksten

Van ILO via ALO en Sportontwikkeling naar Instituut voor Sportstudies (Groningen)

De ontwikkeling van het ILO verliep in zes perioden.

De start (1918-1939)
De personen op de groepsfoto (zie kolom hiernaast, tweede foto van boven) waren betrokken bij het ILO. Vermoedelijk waren het cursisten uit de jaargang 1921-1922. De eerste klas telde toen acht leerlingen, de tweede zeven en de derde tien. Ze volgden zo'n veertien lessen, waarvan een groot deel praktijk

Praktijk

De praktijk bestond uit zwemmen, zaalgymnastiek, zelfverdediging, atletiek en spelen.
. Theorie had betrekking op kennis van het menselijk lichaam, methodiek en 'algemene ontwikkeling'.

Vallen en opstaan (1940-1954)
Ondanks de capitulatie bestond het eerste studiejaar in 1940-1941 uit vijftien jongens en vier meisjes. Om de lessen te kunnen volgen, fietsten de leerlingen de hele stad door. Van het Stadspark voor groot-terreinspel of atletiek naar het 'Tehuis' in het Lutkenieuwstraatje voor een uur theorie. Vervolgens naar het gymzaaltje aan de Kapteynlaan, in het noorden van de stad. En dan vier kilometer in zuidelijke richting, naar het Helperbad voor zwemlessen.

Op 23 januari 1941 werd in het Helperbad een studentenvereniging opgericht die kort daarop de naam Mesacosa kreeg. Deze naam is een verkorting van Mens Sana in Corpere Sano

Mens Sana in Corpere Sano

‘Opdat er een gezonde geest moge huizen in dit gezonde lichaam.'
. Op de clubavonden werden aanvankelijk 'nuttige' lezingen over de lichamelijke opvoeding afgewisseld met gezelligheidsbijeenkomsten. Ook op het sportieve vlak liet Mesacosa van zich horen. In 1949 deed een team mee aan de Nederlandse volleybalkampioenschappen te Amsterdam.

In de pas (1955-1969)
In de hoogconjunctuur halverwege de jaren vijftig groeide de vraag naar pas afgestudeerden. Het perspectief op een baan én de toegenomen maatschappelijke waardering voor sport en bewegen, leidde tot een professionaliseringsslag

professionaliseringsslag

Dat werd zichtbaar in een leerplan met de fasering van de studie, de te behandelen onderwerpen alsmede de lessentabel. Het aantal lessen verdubbelde en nieuwe vakken (wijsbegeerte, sociologie en cultuurgeschiedenis) kregen een plaats in het curriculum.
. 'Leerlingen' werden 'studenten' en het driejarig programma maakte plaats voor een vierjarig curriculum.
In september 1960 werd het splinternieuwe gebouw aan de Verzetsstrijderslaan betrokken. De accommodatie

accommodatie

Daar had de opleiding de beschikking over een grote sportzaal, sportveld, atletiekbaan en vier theorielokalen.
was bedoeld voor 120 studenten. Acht jaar na ingebruikname telde de ALO 370 studenten. Dit betekende wederom veel fietsen door de stad.

Uit de pas (1970-1986)
De opleiding baseerde zich op de pedagogisch georiënteerde theorie als legitimering van sportgericht handelen. Het docentencorps zag sport als middel om veelzijdig te leren bewegen. Het pedagogisch belang werd getypeerd als ontmoeting, plezier en gezondheid in het kader van motorisch leren. Studenten én leerlingen gingen elkaar ondersteunen in bepaalde rollen (helper/coach, regelaar/scheidsrechter) en gaven sturing aan het eigen leerproces.
Vanaf eind jaren zeventig nam nascholing een grote vlucht. Thema's waren onder meer 'zelfstandig leren werken' en 'motorisch leren'.
De studenten fietsten inmiddels elke week gemiddeld negentig kilometer naar de verschillende accommodaties. Daarnaast waren vernieuwingen in het onderwijs, onder rector Jan Bos en con-rector Jan Kan , reden voor nieuwbouw aan de Van Swietenlaan. De door Roel Westerhof ingevoerde onderwijsinnovaties zoals didactische practica, differentiatieprogramma's en teamteaching bij bewegingsdidactiek gaven de studenten een eigentijdse opleiding en bevorderden bij vele opleiders het samenwerkend leren.

Op weg naar het keerpunt (1987-1999)
De ingezette veranderingen leidden tot een steeds sterkere integratie

integratie

Vakken als psychologie, pedagogiek en filosofie worden geleidelijk opgenomen in bewegingsdidactiek en vertaald in praktische handelingsaanbeveling.
tussen theorie en praktijk. Begin jaren negentig werd een gezamenlijk gedragen opleidingsconcept werkelijkheid. Een ontwikkelingsplan gaf de lijn voor de komende jaren aan. In de ontstane dynamiek werden vele modules en leermiddelen ontwikkeld en tussen 1990 en 1995 verschenen 66 vakpublicaties. In die tijd bestond nog een aantal differentiatieprogramma's

differentiatieprogramma’s

Deze differentiatieprogramma's waren: bewegingsonderwijs voor vier- tot achtjarigen/vakcounceling; speciaal bewegingsonderwijs; management binnen onderwijs- en sportorganisaties; jeugdsporttraining/-coaching.
in het vierde jaar. Later werd daar het vierdejaars LIO-traject aan toegevoegd.

Versterkt verder (2000-2011)
In 2000 startte een nieuwe opleiding: Sport, Gezondheid & Management. Vanaf dat moment vielen alle te onderscheiden opleidingen onder het Instituut van Sportstudies. Het studentenaantal steeg tot 1.350 in 2009 en alle studenten konden lid worden van Mesacosa.
Na een positieve tweede visitatie werd in 2005 een gemeenschappelijke propedeuse ingevoerd en de bachelor-master/minor-majorstructuur zorgde voor een sterk veranderende opzet en vele keuzemogelijkheden voor de student. De longitudinale programmaopbouw (in 'vakken') werd helemaal losgelaten en de ALO ging in zes themalijnen

zes themalijnen

Themalijnen: VO; vmbo; buurtsport; basisonderwijs; sport; speciaal onderwijs.
werken. Het docententeam verjongde sterk en vanaf 2008 kreeg het instituut, inmiddels gevestigd in een nieuwe accommodatie op de ZernikeCampus, een stevige onderzoeksimpuls.

Bovenstaande ontwikkeling verliep onder tal van verantwoordelijke leidinggevenden.

Lectoraten

Lectoraten

Lectoraten zijn vlak na de laatste eeuwwisseling ontstaan om te voorzien in de toenemende behoefte aan praktijkrelevante wetenschappelijke kennis, en daarmee bij te dragen aan de onderbouwing van de hbo-curricula. Juist voor de Lichamelijke Opvoeding een zeer wenselijke ontwikkeling, omdat het in tegenstelling tot andere schoolvakken in Nederland geen plaats heeft aan universiteiten.

Het lectoraat Professioneel sportmanagement

lectoraat Professioneel sportmanagement

Als een van de eerste lectoren in Nederland werd Adrie Broeke benoemd. De afronding van de lectoraatperiode werd verzilverd met de dissertatie van Adri Broeke: Professioneel Sportmanagement vernieuwen. Tegenwoordig verzorgt Adri de boekbesprekingen op de site van SportKnowhow XL.
(2002-2006) werd ingesteld om professionalisering en onderzoek te stimuleren binnen de (aanstaande) beroepsgroep sportmanagers. Dit leidde tot fundamentele curriculumverbeteringen binnen de major Sportmanagement en bredere kennisverspreiding naar de beroepsgroep.
Het lectoraat Sportwetenschap

lectoraat Sportwetenschap

Als lector werd benoemd Dr. Koen Lemmink.
(vanaf 1-11-2007) werd ingesteld om praktijkgericht onderzoek (terreinen sport, bewegen en gezondheid) te initiëren, waarbij docenten en studenten hun onderzoekscompetenties kunnen ontwikkelen.
Het lectoraat Sportwetenschap functioneert daarbij als intermediair tussen enerzijds de beroepspraktijk, de bedrijven en instellingen in de regio, en anderzijds de gespecialiseerde kennisinstellingen, zoals de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG.
Om het praktijkgericht sportonderzoek te faciliteren, werd de nieuwe accommodatie op de ZernikeCampus toegerust met moderne meet- en analysefaciliteiten (sports field lab). Het lectoraat Sportwetenschap heeft vanaf september 2011 vijf kenniswerkplaatsen

vijf kenniswerkplaatsen

Te weten: Sport en presteren; Sport stimuleren; Sport en motorisch leren; Sport en Innoveren (De nieuwsgierige sportprofessional); Sport organiseren en beleid maken.
om door toegepast onderzoek het valorisatievermogen te vergroten.

Literatuurverwijzingen

  • Mombarg, B. (2003). Wat bewoog hen? De ALO Groningen 1918-2003: Deel 1918-1939, 7 p.; Deel 1940-1954, 31 p.; Deel 1955-1969, 69 p.; Deel 1970-1986, 103 p.; Deel 1987-1999, 141 p.
  • Timmers, E. (2009). De ontwikkeling van het (beter) leren bewegen en sporten op school van 1970 tot 2010. Nieuwegein: Arko Sports Media, 146 p.

Externe Links



Auteur: Harold Hofenk