Canonlo

1931

1932

1940

De Oostenrijkse School in Nederland

Overzicht verdiepingsteksten

De vakwereld stelt zich lang open voor het ‘natuurlijke turnen’ van Gaulhofer en Streicher

Na de Eerste Wereldoorlog vond in Oostenrijk een totale pedagogische hervorming van het onderwijs ('Schulreform') plaats. Karl Gaulhofer (1885-1941), en later ook Margarete Streicher (1891-1985), kregen opdracht de lichamelijke opvoeding te hervormen. Zij bouwden aan een antropologische-pedagogische-biologische benadering van de lichamelijke opvoeding en ontwikkelden het 'systeem van de Oostenrijkse school'. In hun onderwijsleerstof zijn de toen bestaande vijf stromingen

vijf stromingen

Deze vijf stromingen zijn:

  • het Duitse stelsel;
  • het Zweedse stelsel;
  • de jeugdbeweging;
  • de spel en sportbeweging;
  • de ritmische stromingen.
als systeemwortels van de Oostenrijkse School herkenbaar.
In 1922 publiceerden Gaulhofer en Streicher hun opvattingen in Grundzüge des Österreichischen Schulturnens. Ze legden met dit boek de basis voor de verspreiding van de grondgedachten van het 'natuurlijke turnen' over Europa.

In Nederland werd in 1922 voor het eerst een cursus Oostenrijkse School

cursus Oostenrijkse School

Dat gebeurde in Haarlem, op initiatief van W. Goeting. De cursus werd gegeven door een Oostenrijkse gymnastiekleraar.
gegeven. Daarna bestudeerden K. Van Schagen, W. Rob, J. Korpershoek en H. Dobbinga het 'natuurlijke turnen' aan de bron in Oostenrijk. Gymnastiekleraar W. Rob werd in Nederland de grote promotor van de Oostenrijkse school. Gaulhofer gaf eind jaren twintig cursussen en lezingen in Nederland. In 1927 verscheen de eerste Nederlandse publicatie

publicatie

Goeting, W.A.J.; Warnier, H.L. (1927). Handleiding voor het gymnastiek-onderwijs in de lagere school. Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1927, 95 p.
over de Oostenrijkse school.

In 1932 werd Gaulhofer rector van de ALO Amsterdam. Daarmee had de Oostenrijkse school een uitvalsbasis in Nederland. Inmiddels waren Gaulhofer en Streicher gestart met het bundelen van hun opstellen en lezingen. Dat leidde tussen 1931 en 1959 tot vijf delen Natürliches Turnen: gesammelte Aufsätze. Vanaf 1940 verschenen ook in Nederland regelmatig theoretische en praktische bijdragen.

theoretische en praktische bijdragen

Voorbeelden daarvan zijn de publicaties van:
  • Bauer, J.; Berrevoets, J.; Jonges, J. (1941; 1942; 1949);
  • Leertouwer, E.J., Richters, J.M.P., Wilmans, J.C. (1960, 3e druk).
  • Rippe, P.J. (1942);
  • Rob, W.: diverse artikelen in De Lichamelijke Opvoeding in de jaren veertig.


Eduard Burger en vooral Hans Groll waren de belangrijkste opvolgers van Gaulhofer en Streicher. Zij brachten (in 1949) veranderingen aan in de bestaande systematiek en in de lesindeling.
In 1971 publiceerde Groll een ingrijpend gewijzigde derde druk van Leibeserziehung. Als 'categoriaal bildungstheoretisch' denker gaf hij lichamelijke opvoeding vooral betekenis in het vormingsproces (denken vanuit het kind en zijn volwassen worden en niet vanuit het sediment, het cultuurgoed). Groll vond namelijk dat het in een systeem niet volstond doelstellingen te formuleren vanuit de oefenstof.
Om de overgang van mens- en maatschappijvisie naar lesdoelstellingen trapsgewijs te kunnen laten verlopen, koos Groll voor 'zes Unterrichtsprinzipien

zes Unterrichtsprinzipien

Deze ‘arbeidsgedachten’ waren:
  • Ausgleich (normalisatie);
  • Formung (vorming);
  • Leistung (prestatie);
  • Spielerziehung (speelse vorming);
  • Esthetische Erziehung (esthetische vorming);
  • Lebensschule (scholing door en voor het leven).
'. Dat waren zes abstract geformuleerde 'doelstellende ideeën'. Ze vormden een verbinding tussen de 'Bildungs- und Lehraufgaben' aan de ene kant en het 'Lehrgut' aan de andere. De leerstof was daarbij een afgeleide van de zes 'arbeidsgedachten' en konden een bij uitstek 'individueel vormend' of een bij uitstek 'sociaal vormend' resultaat opleveren.

Toen men elders in Nederland kort na 1945 langzaam afstand begon te nemen van de Oostenrijkse school, sloot men in Zuid-Nederland het systeem in de armen. De vernieuwende impulsen van Burger en Groll werden daar vooral verspreid via Thomas van Aquino en de KALO.
Willem van der Bijl, rector van de KALO in Tilburg, publiceerde in 1969 zijn Syllogos. Hij gaf daarmee de denkbeelden van Burger en Groll een filosofisch-antropologisch kader. KALO-docent Harry Büchner ontwikkelde zich tot de grootste en laatste kenner van de Oostenrijkse school in Nederland.

Mede door het kort na elkaar overlijden van Groll (1975) en Van der Bijl (1977) verdween eind jaren zeventig de Oostenrijkse school als stroming in Nederland. Daarmee kwam ook een einde aan de systemen in Nederland die de contouren voor het handelen in de praktijk bepaalden.

De grondleggers en navolgers van de Oostenrijkse school vormden in de twintigste eeuw samen een beweging van mensen met gemeenschappelijke uitgangspunten. De vakwereld in Nederland stelde zich vanaf de jaren dertig massaal open voor de Oostenrijkse school en gedurende tientallen jaren zijn leraren lichamelijke opvoeding opgeleid volgens vaste principes. Daarmee vestigde de Oostenrijkse school als stroming uiteindelijk haar naam in de geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland.

Suggesties voor doorsturen

  • Büchner, H.J.F. (1984). 'Wat betekent de 'Oostenrijkse school' voor mij in 1984?' Thomas 4: 144-152.
  • Korpershoek, J.M.J. (1941). 'Prof. Dr. Karel Gaulhofer †, 1885-1941, in zijn werk herdacht'. De lichamelijke opvoeding 29e jaargang nr. 21: 545-553.
  • Strohmeyer, H. (1976). Österreich, in Ueberhortst H. Geschichte der Leibesübungen 5: Leibesübungen und Sport in Europa. Berlin: 285-310.
  • Strohmeyer, H. (1986). Dr. Karl Gaulhofer (13.11.1885-28.10.1941). Leibesübungen/Leibeserziehung, 2: 33-39.

Literatuurverwijzingen

  • Burger, E.W. en Groll, H. (1949). Leibeserziehung: Grundsätzliches Stoffliches (Handbuch der Erziehung und des Unterrichts 19). Wenen: Österreichischer Bundesverlag, 303 p.
  • Burger, E.W. en Groll, H. (1971). Leibeserziehung: Historische, didakktische, methodische, organisatorische grundlagen der Leibeserziehung an den Schulen. Wenen: Österreichischer Bundesverlag für Unterricht, Wissenschaft und Kunst, 436 p.
  • Gaulhofer, K. en Streicher, M. (1924). Grundzüge des Österreichischen Schulturnens. Wenen-Leipzig-New York: Jugend und Volk, 206 p.
  • Grössing, S: meerdere studies over Margarete Streicher.
  • Kramer, J.P. en Kugel, J. (1962). Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luiting Fonds, p. 52-58
  • Moolenijzer, N.J. (1974). 'The true origin and development of the Austrian school of physical education'. Canadian journal of history of sport and physical education: vol. V; 2; 48-55.
  • Rechberger, W. (1997). Historisch-biographische Untersuchungen zu Leben und Werk Karl Gaulhofers (1885-1941). Wenen: Universiteit Wien; doctoraatsproefschrift filosofie, 254 p. Deze dissertatie is in 1999 als boek (Historisch-biographische Untersuchungen zu Leben und Werk des österreichischen Schulturnreformers) uitgegeven door S. Grössing.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 1: Status nascendi 1924-1956, 217-227; 263-266; Deel 2: Status renovandi 1956-1986, 213-228; Deel 3: Status maturandi 1986-1999, 240-242; 273-280.


Auteur: Kees van Tilborg