Canonlo

1940

1941

1947

Inspectie Lichamelijke Opvoeding en Sport

Overzicht verdiepingsteksten

Inspectie LO: tijdgeest en toezicht

Opnieuw een vakinspectie
In 1941 werd door de Duitse bezetter opnieuw een Inspectie Lichamelijke Opvoeding en Sport (één hoofdinspecteur, drie inspecteurs en 70!! consulenten) ingesteld. Tot het einde van de zeventiger jaren van de twintigste eeuw heeft deze Rijksinspectie als vakinspectie in de volle omvang van haar taken (controle, evaluatie, stimulering van het onderwijs en dat alles vastgelegd in rapportages) gefunctioneerd. Daarna werden deze taken door de algemene Inspectie van het Onderwijs overgenomen. De Inspectie LO publiceerde leidraden voor lesgeven LO (Richtlijnen, 11/40), verzorgde scholingscursussen en demonstratielessen. De consulenten LO bemoeiden zich ook met buitenschoolse sportactiviteiten.
Op grond van de getoonde deskundigheid werd de Inspectie LO in 1945 gecontinueerd (Dodde, p. 542). Ook de Richtlijnen voor het onderwijs in de lichamelijke oefening aan de lagere scholen (1940/1941) bleken na WO II hun zeggingskracht niet verloren te hebben (Dodde (2001), p. 541). De Richtlijnen betroffen: doel, leerstof, lesschema, leraar, kleding, inrichting lokalen en jongens en meisjes LO.

LO noodzaak
Al in het begin van de negentiende eeuw werd een Rijksinspectie voor LO noodzakelijk geacht met het oog op de psychosomatische gesteldheid en de ontwikkeling van leerlingen. Toenmalig 'agent voor nationale opvoeding' (minister van onderwijs) J.H. van der Palm

J.H. van der Palm

Johannes Hendricus van der Palm was als ‘minister van onderwijs (1799-1805) verantwoordelijk voor de Schoolwet van 1806 (ontwerp 1801), waarin voor het lager onderwijs het eerst sprake was van het fenomeen 'onderwijsinspectie'. De nieuwe norm daarbij was het plaatsen van het klassikaal niet-leerstellig onderwijs onder toezicht van zogenaamde schoolopzieners.
legde de eerste basis daarvoor in de schoolwet van 1806. Niet alleen het onderwijsproces en de leraren, maar ook de deelnemende leerlingen vergden die aparte aandacht. Tevens waren de hygiëne in scholen en accommodaties voor LO onderwerp van zorg.
De mogelijkheid om LO in het onderwijs in te voeren (wet van 1857) en de verplichting (wet van 1889) leidde, na steeds weer ontheffingen, pas in 1942 tot daadwerkelijke invoering.
Van 1918 tot in de jaren veertig was er ook een Rijkscollege LO dat rapporten publiceerde over de noodzaak van LO (voorzitter was onder andere professor Buijtendijk). In 1945 werd een Rijksdienst voor de LO en sport opgericht. De Inspectie LO maakte hier deel van uit (Beschikking 1-12-1945).
In 1957 constateerde een hoofdinspecteur naar aanleiding van opmerkingen door de hoofdconsulent voor LO dat 'de animo bij de klassenleraar voor het geven van lessen LO niet groot was'. In 1919 was ook al zodanig gerapporteerd. Het ontbreken van voldoende gymnastieklokalen werd eveneens als hindernis gezien.
De doelstelling voor LO was inmiddels in de overheidsdocumenten bepaald op 'het bijdragen tot de vorming van het kind als individu en als gemeenschapswezen'. De Rijksinspectie liet richtlijnen voor onderwijs in LO op lagere scholen verschijnen; inspecteurs schreven voor LO onderwijsmethoden (onder andere Bauer en Berrevoets; Leertouwer, Richters en Wilmans). De Rijksinspectie LO voor het Nijverheidsonderwijs publiceerde regelmatig het Vademecum voor de Lichamelijke Opvoeding. De Academies voor Lichamelijke Opvoeding kenden tot 2001 eigen vakinspecteurs zoals de inspecteurs hoger onderwijs Jan Wilmans (tot 1979) en Mike Schouten. Tussen 1990 en 2010 is bij de ALO's drie keer een visitatie door onafhankelijke deskundigen uitgevoerd.

Toezicht
Zolang er onderwijs is in Nederland, en dat is er sinds de middeleeuwen, is er toezicht op dat onderwijs door degenen die het hebben ingesteld (onder andere kerken en steden). Tijdens de Bataafse republiek werd in 1798 de eerste Agent (= minister) van Nationale Opvoeding aangesteld. Dit leidde in 1801 in het kader van de eerste onderwijswet tot de instelling van het Rijksschooltoezicht. In 1805 kwamen er tien provinciale inspectiecommissies en vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw Rijksinspecteurs. De ook op het gebied van de lichamelijke opvoeding zeer actieve Maatschappij tot Nut van het Algemeen stelde in de negentiende eeuw eigen inspecteurs aan.
Naast de tien onderwijstype-bepaalde Rijksinspecties kwam er in 1913 een Inspectie van de Lichamelijke Oefening

1913 een Inspectie van de Lichamelijke Oefening

De inspectie bestond uit:
  • W.H. Nijsten: eerste inspectie (Noord-Brabant, Limburg en Gelderland)
  • H.J. Balfoort: tweede inspectie (Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland en Utrecht)
  • M.F. Graafland: derde inspectie (Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel)

Met ingang van 1 januari 1926 gebeurde het toezicht op de lichamelijke opvoeding vanuit twee ’Inspectiën’:
  • ‘Eerste Inspectie’ (Noord-Brabant, Gelderland, Zeeland, Overijssel en Limburg) met als inspecteur W. H. Nijsten;
  • ‘Tweede Inspectie’ (Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Friesland, Groningen en Drenthe) met als inspecteur M. F. Graafland.
    . Per 1 januari 1934 werd deze inspectie vanwege bezuinigingen in de crisisjaren weer geschrapt.
    Naast een Rijksinspectie bestond er vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw een Gemeentelijke Inspectie Lichamelijke Opvoeding in diverse steden. K.H. van Schagen in Amsterdam, de latere rector van de ALO aldaar, was de eerste in een rij en verder ook in onder andere Delft, Den Haag (onder andere Klaas Rijsdorp ), Enschede en Haarlem. Deze inspecties hebben tot de jaren negentig bestaan. Naast de eerdergenoemde taken bemoeiden de gemeentelijke inspecteurs zich ook met de organisatie van het onderwijs in LO, onder andere het aanstellen van leraren, het promoten van zwemonderwijs (zoals in Amsterdam door gemeentelijk inspecteur Bob Mirck), de organisatie van sportdagen en het en het instandhouden van accommodaties.
    Afrekenen met WO II
    In het najaar van 1945 publiceerde het hoofdbestuur van de Vereniging van Leraren en Onderwijzers in De Lichamelijke Opvoeding een lijst van deelnemers aan een cursus in Neustrelitz, alwaar het Duitse opleidingscentrum voor lichamelijke opvoeding was gevestigd (Führerschule des Berliner Hochschulinstitutes). Deze door de Duitse bezetter georganiseerde cursus van 21 november tot en met 12 december 1940 (!) werd door bijna 100 inspecteurs en consulenten LO bezocht. Daarnaast was er, zoals ook vermeld in De Lichamelijke Opvoeding, nog een apart (ochtend)bezoek van negen inspecteurs en consulenten LO aan het NSB-opleidingskamp te Avegoor, het scholingskamp van de Germaanse SS.
    Het hoofdbestuur publiceerde deze gegevens om zijn 'afkeuring tot uitdrukking' te brengen, zonder 'verdere qualificaties of consequenties te verbinden'. Het bestuur vond dat 'het bezoek van den cursus te Neustrelitz verkeerd blijft en als zoodanig openlijk dient te worden afgekeurd (…). Het was niet noodig naar Duitschland te gaan om den geest van het nazisme, eventueel op het gebied van opvoeding, te leeren kennen.'
    Deze publicatie en de daaropvolgende discussie over de vermelding van de namen en woonplaatsen van de deelnemers is te verklaren vanuit het klimaat van afrekenen met WO II zoals dat ontstond na de bezettingstijd.

    Suggesties voor doorstuderen

    • Dodde, N.L. (2001). Een speurtocht naar samenhang, Het Rijksschooltoezicht van 1801 tot 2001. Den Haag: SDU/Inspectie van het Onderwijs (paragraaf 5.7.12), 880 p.
    • Inspectie van het Lager Onderwijs (1949). Leidraad Lagere Scholen; Leerplan Lichamelijke Opvoeding, herziene uitgave. Groningen: Wolters, 21 p.
    • Inspectie Lichamelijke Opvoeding Nijverheidsonderwijs (1964). Vademecum voor de Lichamelijke Opvoeding. Den Haag: Inspectie van het Onderwijs, 76 p.
    • Inspectie van het Onderwijs (z.j., ongeveer 1968). Voorstel Leerplan Rijksscholen (vwo/havo/mavo), lichamelijke opvoeding. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, 12 p.
    • Rijkscollege voor de Lichamelijke Opvoeding (1938). De school en de lichamelijke opvoeding. Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 116 p.
    • Wetten en Besluiten v.w.b. onderwijs, lichamelijke opvoeding en Inspectie van het Onderwijs.

    Literatuurverwijzingen

    Externe links



    Auteur: Mike Schouten