Canonlo

1941

1947

1948

Christelijk Instituut voor Lichamelijke opvoeding

Overzicht verdiepingsteksten

De Calo (Zwolle): waarderen van verschillen

Identiteit
CALO-Windesheim in Zwolle, onderdeel van Hogeschool Windesheim, is een typerende representant van de verzuiling in Nederland na WO II. Zo ontstond al in 1924 in ’s-Gravenhage een opleidingsinrichting tot het vormen van leerkrachten bij het christelijk onderwijs onder de directie van P.J. Schijf en G. Rauws (LO 1924, p. 378). Jaren later, in september 1947, startte in Amsterdam een opleiding voor de acte van middelbaar onderwijs in de lichamelijke opvoeding. Dat gebeurde onder de naam Christelijk Instituut voor Lichamelijke opvoeding als onderdeel van de Christelijke Stichting voor Middelbare Leergangen i.o. Er waren drie studenten en C.C.F. Gordijn was directeur.

Zelfstandig
Met ingang van het cursusjaar 1952-1953 kwam de opleiding (56 studenten) op eigen benen te staan. De officiële naam wordt Christelijke Academie voor Lichamelijke opvoeding. Gordijn wordt rector, medeoprichter A. Klapwijk

A. Klapwijk

De arts Arie Klapwijk is in Nederland bekend geworden door de Actie ‘Open het dorp’ in 1962. Hij is van grote betekenis geweest voor mensen met een handicap en de gehandicaptensport . Wat dat betreft waren Gordijn en Klapwijk gelijkgestemden en hebben zij elkaar gestimuleerd.
wordt conrector, en de verzelfstandiging wordt mede voorbereid door de pedagoog J. Waterink, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Waterink pleitte in 1937 al voor een dergelijk instituut en steunde voorgaande initiatieven daartoe.
De opleiding gebruikte het AMVJ-gebouw in Amsterdam: een sportlocatie, een restaurant en een kantoorruimte in de buurt van het Leidseplein. Voor het anatomieonderwijs was de snijzaal van de VU beschikbaar.
De financiële mogelijkheden bleven beperkt. De gemeente was niet hulpvaardig omdat in Amsterdam al een ALO was. Rotterdam bood echter wel mogelijkheden waardoor de CALO het volgend cursusjaar een pand betrok aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Een sociëteit op zolder, een eethuisje op de begane grond, twee tussenverdiepingen met leszaaltjes en enkele kantoorruimten. De sportgelegenheden waren verspreid over de stad waardoor de studenten meer dan honderd kilometer per week fietsten.
Eind vijftiger jaren nam het Ministerie van OKW vertrouwelijk contact op om te bezien of de CALO, in het kader van een landelijke spreiding, zich wilde vestigen in het oosten van het land. Twente had zich daartoe al gemeld. Klapwijk werkte inmiddels ook in Arnhem. Hij interpreteerde 'het oosten' ruim, ontmoette enthousiasme bij het gemeentebestuur van Arnhem, en Twente viste achter het net. In 1959 vond de verhuizing plaats, tijdelijk naar het jachthuis Zijpendaal, twee jaar later (1961) naar een adequate nieuwbouw aan de Beukenlaan (188 studenten). Die nieuwbouw was door de stevige groei van het instituut snel te krap.

Wetenschap
Gordijn vertrok in 1969 definitief naar de Vrije Universiteit in Amsterdam, om een leerstoel in de leer van het menselijk zich bewegen voor te bereiden. Zijn opvolger, J.C. van Asch, droeg eveneens sterk bij aan de principiële doordenking van de menselijke lichamelijkheid en was daarmee ook baserend voor het perspectief van het protestants-christelijke (bewegings)onderwijs

bewegingsonderwijs

‘Hoewel erkennend de grote waarde en de grote moeilijkheid van de lichamelijke opvoeding, als we zien op de samenhang van mens en wereld, mens en mens, mens en cultuur, terwijl de mens zelf als het grootste wonder, als het hoogste schepsel wordt beschouwd, deinzen we niet terug voor de verantwoordelijkheid om door middel van het bewegen bij te dragen tot de vorming van de mens als persoon en als sociaal wezen’ (J.C. van Asch, 1948).
en de protestants-christelijke sportbonden. Samen legden zij de basis voor de 'Arnhemse school'.

Schaalvergroting
In het kader van de STC-operatie in het hoger onderwijs vond de laatste verzuilingsactie plaats en verhuisde de CALO in 1988 naar Zwolle om aan te sluiten bij de Christelijke Hogeschool Windesheim (418 studenten). Het opgeven van de zelfstandigheid (zichtbaar in de functieaanduiding)

zelfstandigheid (zichtbaar in de functieaanduiding)

Aan de functieaanduiding van de eindverantwoordelijke van het instituut is de mate van zelfstandigheid af te lezen:
  • 1947 C.C.F Gordijn, directeur
  • 1952 dr. C.C.F. Gordijn, rector
  • 1969 J.C. van Asch, rector
  • 1974 drs. L. Dercksen, rector
  • 1987 drs. P. Meerdink, opleidingscoördinator
  • 1995 G. van Driel, afdelingsdirecteur
  • 2001 C. Klaassen, instellingsdirecteur
  • 2007 drs. A. Donkers, directeur RVE Calo (Resultaat Verantwoordelijke Eenheid)
  • 2013 drs.R. Agelink, directeur RVT CALO
, inclusief de status van Academie, was een maatschappelijke noodzaak, maar wordt door oudgedienden betreurd. Een mooie nieuwe accommodatie in een campusomgeving was de beloning. Door groei en uitbouw met twee nieuwe opleidingen was deze ook snel aan de krappe kant.
De CALO kent thans zes opleidingsvarianten met in totaal 1.550 studenten. Naast de traditionele lerarenopleiding voor bewegingsonderwijs in voltijd en deeltijd, bestaat sinds 1989 ook de opleiding Psychomotorische Therapie en Bewegingsagogie in voltijd en deeltijd, de opleiding (Manager/beleidsadviseur) Sport en Bewegen. Naast de masteropleiding voor Psychomotorische therapie is sinds 2015 ook de Master Physical Education and Sport Pedagogy aan het onderwijsaanbod toegevoegd. Daarnaast is de CALO betrokken bij drie lectoraten (zie kader).
Inmiddels is de 'C' op de gevel van de gebouwen van Windesheim verdwenen. In het Calo-curriculum zijn echter nog veel elementen aanwijsbaar die stoelen op de joods-christelijke traditie. Terwijl het hoger beroepsonderwijs regionaliseert, bestaat nog steeds een waarneembare studenteninstroom vanuit de oorspronkelijke protestants-christelijke achterban.

Lectoraten

Twee lectoraten

Lectoraten zijn vlak na de laatste eeuwwisseling ontstaan om te voorzien in de toenemende behoefte aan praktijkrelevante wetenschappelijke kennis, en daarmee bij te dragen aan de onderbouwing van de hbo-curricula. Juist voor de lichamelijke opvoeding een zeer wenselijke ontwikkeling, omdat het vak in tegenstelling tot andere schoolvakken in Nederland geen plaats heeft aan universiteiten.

De Hogeschool Windesheim richtte al in 2003 het lectoraat 'Bewegen en gedragsbeïnvloeding' op, met Harry Stegeman en Ruud Bosscher als lectoren. De praktijkvragen kwamen uit beïnvloedingspraktijken binnen het onderwijs, de vrijetijdsbesteding, de gezondheidszorg en het welzijnswerk. Na een visitatie in 2008 was de conclusie dat achterban en doelgroepen van de eerste twee werkvelden te weinig overlap vertoonden met die van de laatste twee. Dit belemmerde het lectoraat in de externe profilering. Vandaar dat het in 2009 werd gesplitst in een lectoraat 'Bewegen, onderwijs en sport' en een lectoraat 'Bewegen, zorg en welzijn'. Stegeman werd in 2008 opgevolgd door sportfilosoof Ivo van Hilvoorde. In 2012 werd Bosscher, de vaandeldrager van de psychomotorische therapie (PMT), opgevolgd door Jooske van Busschbach. Sinds 2014, is hogeschool Windesheim de ‘host hogeschool’ voor het Lectoraat Sportpedagogiek, in het bijzonder naar een veilig sport- en beweegklimaat. Dit lectoraat wordt tevens ondersteund door de andere hogescholen met een studie lichamelijke opvoeding: de Haagse Hogeschool, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Hanzehogeschool Groningen, Fontys Hogescholen en de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast leveren CIOS Nederland, Landstede Sport & Bewegen en de gemeenten Arnhem, Rotterdam en Zwolle een bijdrage. De onderzoeksvragen komen daarmee rechtstreeks uit de georganiseerde sport en de lichamelijke opvoeding. Lector is Nicolette Schipper-van Veldhoven.

Literatuurverwijzingen

  • Heij, P., Oldenboom, B. en Stoop, T. (red.)(1997). Calo 50. Utrecht/Landsmeer: 't Web, 160 p.
  • Bosscher, R.J. en Stegeman, H. (2005). Bewegen en gedragsbeïnvloeding. Zwolle: Hogeschool Windesheim, 48 p.
  • Asch, J.C. van (1950). Oriënterende beschouwingen ten aanzien van het bewegen als vormingsmiddel. Den Haag: De Pragter, 80 p.
  • Asch, J.C. van (1948). Lichamelijke opvoeding als vormingsmiddel. Rotterdam: Van Sijn, 80 p.
  • Asch, J.C. van (1962). Bewegingsonderwijs voor meisjes bij het voortgezet onderwijs. Baarn: Bosch & Keuning, 139 p.
  • Asch, J.C. van, Gordijn, C.C.F. en Simon, F. (1963). Bewegingsonderwijs aan kleuters. Baarn: Bosch & Keuning, 72 p.
  • Bloem, R.M. (1962). Bewegingsonderwijs voor de lagere school. Baarn: Bosch & Keuning, 140 p.
  • Bloem, R.M. (1963). Bewegingsonderwijs aan jongens in het voortgezet onderwijs. Baarn: Bosch & Keuning, 176 p.
  • Bloem, R.M. (1969). Bewegingsonderwijs voor de basisschool. Baarn: Bosch & Keuning, 328 p.

Externe links


Auteur: Bram Donkers