Canonlo

1958

1959

1962

‘Basisleerplan lichamelijke oefening voor het algemeen vormend onderwijs’

Overzicht verdiepingsteksten

Leerplannen en basisdocumenten

Leerplanontwikkeling en de kwaliteit van de lichamelijke opvoeding waren gedurende lange tijd de persoonlijke verantwoordelijkheid van de individuele leraren LO. Natuurlijk werd er door de professionals wel over gediscussieerd en waren er ook door experts geschreven richtlijnen of stelsels voor de inhoud van de lichamelijke opvoeding, maar echte voorschriften waren er niet.
In de jaren vijftig van de vorige eeuw groeide het gevoel dat doelen, inhouden en werkwijzen van docent tot docent sterk verschilden en dat dit niet in het belang was van de LO. Een en ander leidde in 1959 voor het eerst tot de publicatie van een landelijk leerplandocument, het Basisleerplan lichamelijke oefening voor het algemeen vormend onderwijs (of kortweg Basisleerplan). Dit leerplan was een initiatief van de Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Oefening en werd opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van Klaas Rijsdorp en met Piet Alkema als secretaris. Het Basisleerplan was tot rond 1980 hét leerplan in Nederland. Het Voorstel Leerplan Rijksscholen

Rijksscholen

Het Voorstel Leerplan Rijksscholen, voor lichamelijke oefening, voor V.W.O., H.A.V.O. en M.A.V.O. werd min of meer rechtstreeks uit het Basisleerplan afgeleid. Dat document werd in 1968 uitgegeven door het Ministerie voor Onderwijs en Wetenschappen. Dat is een interessante wending, omdat toen voor het eerst de rijksoverheid zich met voorschriften met de inhoud van het onderwijs in de lichamelijke oefening ging bemoeien. Zoiets als eindtermen of kerndoelen voor de lichamelijke opvoeding kenden we in Nederland tot dan toe namelijk in het geheel niet.
werd er wat later min of meer uit afgeleid.

Een volgende stap in de landelijk gecoördineerde leerplanontwikkeling werd begin jaren zestig gezet. Met de invoering van de Mammoetwet kwam er behoefte aan 'longitudinale leerstofontwikkeling' om de doorstroming tussen verschillende onderwijstypen gemakkelijker te maken. Daartoe werden Commissies Modernisering Leerplan (CML) ingericht, uiteindelijk ook voor Lichamelijke Opvoeding. Deze CML's waren de voorloper van de in 1975 opgerichte Stichting voor Leerplanontwikkeling (SLO). De CML-LO

CML-LO

De Commissie Modernisering Leerplan Lichamelijke Opvoeding (CML-LO) bestond uit 20 subcommissies onder de voortvarende leiding van haar secretaris Mike Schouten twintig subcommissies:
  • subcommissie 1: Achtergronden en doelstellingen;
  • subcommissie 2: Model inrichting leerplan;
  • subcommissie 3: Enquête, leerlingen 12-16 jaar;
  • subcommissie 4: Project bewegingsonderwijs 4- tot 8-jarigen;
  • subcommissie 5: Lbo/mbo;
  • subcommissie 6: Algemene oriëntatie en beleidsvoorbereiding;
  • subcommissie 7: KLOS/PA;
  • subcommissie 8: Buitengewoon onderwijs;
  • subcommissie 9: Motorische Remedial Teaching;
  • subcommissie 10: Schoolsport en bewegingsrecreatie;
  • subcommissie 11: Profiel leerkracht lichamelijke opvoeding;
  • subcommissie 12: Open en gesloten leerplannen;
  • subcommissie 13: Lichamelijke opvoeding in vormingswerk en beroepsbegeleidend onderwijs;
  • subcommissie 14: Tertiair onderwijs;
  • subcommissie 15: Normenlijst inrichting accommodaties;
  • subcommissie 16: Zwemonderwijs;
  • subcommissie 17: Terminologie;
  • subcommissie 18: LO als examenvak in het VO;
  • subcommissie 19: Bewegen en muziek;
  • subcommissie 20: Schoolontmoetingen.
, onder voorzitterschap van Klaas Rijsdorp en met Mike Schouten als secretaris, adviseerde over tal van onderwerpen. In Leerplan in beweging, een serie eindrapporten, is een wending te zien naar een duidelijkere relatie tussen doelen, inhouden en werkwijze van de lichamelijke opvoeding, onder andere in een Proeve van model inrichting leerplan.
Na oprichting van de SLO werden de CML's in 1977 opgeheven en werden er Adviescommissies Leerplanontwikkeling ingesteld. Voor de lichamelijke opvoeding de ACLO LO. Deze adviescommissies werden ingesteld om de invloed vanuit de praktijk op landelijke leerplanontwikkeling te garanderen. Later werd hiervoor bij de SLO de afdeling Veldadvisering

Veldadvisering

Veldadviseurs die deze advisering coördineeerden waren achtereenvolgens Henk Statema, Johan Bolomey en Herman Rotting. Inmiddels behoort uitproberen en formatief evalueren in de praktijk tot de standaardprocedures bij leerplanontwikkeling.
opgericht.
Leerplanontwikkeling was echter nog steeds vooral een zaak van individuele docenten. Uiteraard werden er van verschillende kanten voorstellen

voorstellen

Vooral van de kant van vakexperts op de ALO's. Soms zeer tegenstrijdige voorstellen ook. Bijvoorbeeld: zeer sportgerichte voorstellen, voorstellen voor de fysieke intensivering van het onderwijs of voorstellen voor een op gelijkwaardige communicatie gebaseerd bewegingsonderwijs.
gedaan voor de gewenste inhoud van leerplannen en voor de aanpak van het onderwijs.

Vanaf begin jaren tachtig waren er bij de SLO ook medewerkers op het gebied van de lichamelijke opvoeding

medewerkers op het gebied van de lichamelijke opvoeding

SLO-medewerkers op het gebied van lichamelijke opvoeding van het eerste uur waren Bram Donkers en Chris Mooij voor het lager- en kleuteronderwijs (later het basisonderwijs) en Otto Engels voor beroeps- en voortgezet onderwijs. Enkele jaren later kwamen Kees Faber, Berend Brouwer, Dic Houthoff, Ger van Mossel en Eric Swinkels voor het voortgezet onderwijs. Voor het basis- en speciaal onderwijs werken op dit moment Marco van Berkel en Chris Hazelebach.
. Na wat vingeroefeningen met voorbeelden voor onderdelen van een vakwerkplan LO werd SLO een factor van betekenis in de vakwereld (zie de literatuur op deze pagina) met vakwerkplanvoorbeelden

vakwerkplanvoorbeelden

Begin jaren negentig verschenen vakwerkplanvoorbeelden van het Johannes Calvijn Lyceum in Kampen voor havo/vwo (1993), De Westhoeve in Tilburg voor vbo en ivbo (1994), een SLO-programmavoorstel LO in de basisvorming (1994) en Vakwerkplan op maat (1993), een werkboek met een stappenplan dat de vaksectie begeleidt bij het maken van het schoolwerkplan voor de eigen school. Andere belangrijke bouwstenen voor leerplan- en vakontwikkleing kwam van een auteursgroep vanuit de hoek van de werkgroep bewegingsonderwijs die eerst een multomap en later een werkboek bewegingsonderwijs voor de basisvorming publiceerden. Ook voor het basisonderwijs verscheen een werkboek. Vooral vanuit de pabo kwam er meer aandacht voor het kleuteronderwijs (publicatie: Bewegingsonderwijs in het speellokaal).
voor het basisonderwijs en de bronnenboekenserie Bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs en de praktijkreeks Bewegingsonderwijs 12-16 als praktische uitwerking van Bewegingsonderwijs op Maat, dat een bepalende kijk gaf op het bewegingsonderwijs bij de vernieuwing van de onderbouw van het voortgezet onderwijs met de komst van de basisvorming in 1993. Bouwstenen voor het vakwerkplan gaf de SLO via onder andere vakwerkplanvoorbeelden.
Met die introductie van eindtermen en later kerndoelen voor lichamelijke opvoeding trachtte de overheid meer sturing aan te brengen in datgene dat er op school geleerd moest worden. Maar in de loop der jaren, met elke volgende globalisering van kerndoelen en eindtermen, werd die sturing telkens minder. Het gevoel van vóór 1959, dat doelen en inhouden van de lichamelijke opvoeding van school tot school en van docent tot docent te veel uiteen liepen, bleef. Voor de herkenbaarheid en positie van LO geen goede zaak.

Om die reden ontstond vanuit de KVLO het initiatief om een zogenaamd Basisdocument Bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs

Basisdocument Bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs

Chris Mooij was namens SLO projectleider en verzamelde een breed schrijverscollectief van vakdocenten en lerarenopleiders om zich heen. De eerste druk van het Basisdocument Bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs kwam in 1999 op de markt. Inmiddels is een zesde herziene druk verschenen en zijn er meer dan 20.000 exemplaren verkocht.
te doen ontwikkelen. In deze publicatie werd een overzicht gegeven van leerlijnen die het programma voor het basisonderwijs moeten vormen. Die leerlijnen worden verder uitgewerkt in kernactiviteiten en de verschillende deelnameniveaus van leerlingen. Het basisdocument geeft daarmee de bouwstenen voor een kwalitatief goed programma bewegingsonderwijs en werd door de hoge acceptatiegraad ervan voor docenten en opleidingen een sterk bepalend werk voor het bewegingsonderwijs in het basisonderwijs. In 2007 volgde een Basisdocument bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Basisdocument bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Het Basisdocument bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs werd ontwikkeld door een groep experts namens SLO en KVLO, onder leiding van Berend Brouwer. Omdat dit basisdocument uitsluitend bedoeld was voor vakcollega's hoefde er geen deel over leerhulp aan toe te worden gevoegd. Nadat bij het basisdocument voor het basisonderwijs een digitaal leerlingvolgsysteem (Beleves) was ontwikkeld, laat het vervolg op het basisdocument voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs een volgende stap in leerplandenken zien. Alle deelnameniveaus worden ook in beeld gebracht, als hulpmiddel voor docenten om hun leerlingen actiever te betrekken bij het leerproces. Het leerplan werd eerst gedefinieerd in termen van algemene doelstellingen met een schier oneindige hoeveelheid mogelijke leerstof. Het accent, zowel in de praktijk als in de opleiding, lag vooral op het juiste pedagogisch-didactische handelen van de docent. Daarna ging het om het aanbod in termen van mogelijke onderwijsleersituaties. Dat verschuift nu naar plannen op basis van het te verwachten eindresultaat.
, in 2009 gevolgd door de publicatie Bewegingsonderwijs aan ZML en in 2011 door Bewegingsonderwijs op cluster 4-scholen.
Eind 2011 is de nota Human movement and sports in 2028 verschenen, een toekomstverkenning voor het vak. De door een gezamenlijke werkgroep toekomstvisie LO

werkgroep 'toekomstvisie LO'

De werkgroep bestond uit Berend Brouwer, Marco van Berkel, Hilde Bax, Gertjan van Dokkum, Mark Jan Mulder en Jacob Nienhuis.
(SLO, KVLO en de ALO's). samengestelde nota kan een kompas zijn voor de ontwikkeling in de komende jaren.

Suggesties voor doorstuderen

  • Brouwer, B. (red.), Brinke, G. ten, Houthoff, D., Massink, M., Mooij, C., Mossel, G. van, Swinkels, E., Stegeman, H. en Zonnenberg, A. (2007). Basisdocument bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Zeist: Jan Luiting Fonds, 238 p.
  • Faber, K. (1989/2001). Bewegingsonderwijs op maat. Baarn: HB uitgevers/SLO, 256 p.
  • Kugel, J. (1970). Inleiding in de geschiedenis van de gymnastiek. Utrecht: Uitgeverij Elinkwijk, 146 p.
  • Mooij, C., Berkel, M. van, Consten, A., Danes, H., Geleijnse, J., Greft, M. van, Hazelebach, C., Koekoek, J., Pieters, L. en Tjalsma,W. (1994/2011). Basisdocument bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs. Zeist: Jan Luiting Fonds, 432 p.
  • Stegeman, H. (2000). Belang van bewegingsonderwijs. Over legitimatie en algemene doelstellingen van het schoolvak lichamelijke opvoeding. Zeist: Jan Luiting Fonds.

Literatuurverwijzingen

Externe link



Auteur: Berend Brouwer en Chris Mooij