Canonlo

1959

1962

1969

‘Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland‘

Overzicht verdiepingsteksten

KVLO-voorzitter (1962-1988) J.P. Kramer en anderen publiceren over de geschiedenis van de lichamelijke opvoeding

De geschiedschrijving van de lichamelijke opvoeding en de KVLO is grofweg te onderscheiden in de periode 1920

1920

In 1917 kwam door de Wet op het Bijzonder Onderwijs een einde aan de schoolstrijd. De groeiende aandacht voor het onderwijs in de jaren twintig ging gepaard met het stichten van nieuwe onderwijsvormen zoals in 1923 de Vrije School en in 1930 de Daltonschool en het Montessorionderwijs.
tot 1970 en 1970 tot heden. De eerste geschiedschrijvers

eerste geschiedschrijvers

  • 1924: Geschiedenis der lichaamsoefeningen van de Oudheid tot heden van de classicus W.A.A. Hecker en de gymnastiekleraar A.C. Heyn
  • 1926: De lichamelijke Opvoeding in de laatste drie eeuwen van Karel van Schagen, docent aan de ALO Amsterdam en W.P. Hubert van Bleyenburgh, directeur van de Utrechtse Militaire Gymnastiek- en Sportschool.
van betekenis waren W. Hecker en A. Heyn (1924), W.P. Hubert van Blijenburgh en K.H. van Schagen (1926). Van Schagen legde daarna met verbeterde versies de grondslag voor de latere werken van Peter Kramer, Jaap Kugel en Niels Lommen.

Gedenkboeken en standaardwerken
De KVLO werd in 1937 bij het 75-jarig bestaan herdacht in een eerste gedenkboek, uitgegeven door het JLF. Bij het 100-jarig bestaan in 1962

100-jarig bestaan in 1962

Bij het 100-jarig bestaan in 1962 gaf het Jan Luiting Fonds ook een gedenkboek uit onder redactie van M.C.Bakker (vz.) en L.D.E.J. Kramer (secr.).
publiceerden Kramer en Kugel hun standaardwerk Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland. Het gaf een historisch overzicht van de stromingen en doctrines, 'stelsels

stelsels

Daarmee werd bedoeld het Duitse en Zweedse stelsel; de Oostenrijkse school en de opkomst en ontwikkeling van de jeugdbeweging, de spel- en sportbeweging , de ritmische stromingen en de dans.
' genoemd, die tot dan toe het handelen in de praktijk bepaalden. In 1987, bij het 125-jarig bestaan, verscheen in samenwerking met Lommen een geheel gewijzigde en sterk verbeterde versie. In 1987 gaf Lommen een overzicht van de ontwikkelingsgang van de lichamelijke opvoeding in Europa tot 1940 met zijn cultuurhistorische publicatie Wegbereiders van de Lichamelijke Opvoeding. Kugel publiceerde in 1973 Geschiedenis van de Gymnastiek. De geschiedenisboeken van Kramer en Kugel werden in Nederland tot in de jaren tachtig op de opleidingen als leerboek gehanteerd.

Peter Kramer: alles ten dienste van het bewegende kind
Peter Kramer was als auteur en medeauteur van vele boeken en publicaties een autoriteit in de geschiedschrijving van de lichamelijke opvoeding. Onder zijn inspirerend voorzitterschap (1962-1987) is de grondslag gelegd voor de moderne vakvereniging die de KVLO thans is. Enkele jaren na zijn afscheid nam Kramer in 1991 met John Tielrooij (KNGU) het initiatief tot de oprichting van de stichting Gymnastiek- en Turnhistorie

Gymnastiek- en Turnhistorie

De KVLO was in de stichting van 2000-2008 vertegenwoordigd door Servé Retera (voorzitter van 2005-2008). De stichting beheert, onder leiding van Jan Hoeve (KNGU), uitgebreide documentatie over de geschiedenis van de lichamelijke opvoeding. De portefeuille historisch onderzoek in de stichting is in handen van Peter Heij (CALO Zwolle).
teneinde het historisch erfgoed van de school- en verenigingsgymnastiek te bewaren.

Wetenschappelijke onderbouwing
Vanaf de zestiger jaren werd het onderwijs in Nederland grondig hervormd. Het was ook het begin van een 'Nederlandse' theorievorming door Groenman, Gordijn en Rijsdorp. Omdat, in tegenstelling tot Nederland, het vak in België al een academische status had, haalden in die periode steeds meer Nederlandse collega's hun academische graad in België

België

Uiteraard zijn er ook in België geschiedschrijvers over de Nederlandse situatie. Denk daarbij aan wetenschappers als Ronald Renson, Mark d'Hoker en Jan Tolleneer. Het secretariaat en het voorzitterschap van De International society for the History of Physical education and sport (ISHPES) was lange tijd in Leuven gevestigd.
.
In 1971 werd de IFLO op de VU in Amsterdam opgericht. Deze bleek van grote betekenis voor de ontwikkeling van de vakdidactiek. Onder inspiratie van met name Bart Crum manifesteerde zich een nieuwe generatie wetenschappers. Zij richtten zich vooral op ontwikkelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw met kritische studies over de theorievorming, de praktijk van het onderwijs in bewegen en de relatie met de sport. Beschrijving, duiding en legitimering ervan is te vinden in het imposant wetenschappelijk oeuvre van Bart Crum en Harry Stegeman, alsmede van Oene Loopstra en Edwin Timmers. Door de korte lijnen naar de besturen van de KVLO en SLO hadden Stegeman en Loopstra, mede op grond van hun analyses, grote invloed op het vakinhoudelijk beleid van de KVLO.

Gemis aan historisch onderzoek
Toch blijven tot op heden grote leemtes bestaan in het geschiedkundig onderzoek. Die liggen onder andere op het gebied van empirisch onderzoek, vrouwen en genderstudies

genderstudies

In de literatuur vinden we alleen bij historica Marjet Derks documentatie over genderstudies, onder andere Gender in beweging van M. van Essen.
en confessionele verschillen. In deze leemtes wordt gedeeltelijk voorzien met de studie 'Bezield bewegen' van Marjet Derks over vijftig jaar katholieke vakvereniging Thomas van Aquino alsmede het omvangrijke promotieonderzoek van Kees van Tilborg over de ontwikkelingsgang van de KALO-Tilburg van 1924 tot 1999. Maar historici van professie

historici van professie

De enige historici van professie die studie hebben gemaakt van aspecten van de lichamelijke opvoeding zijn Marjet Derks en André Swijtink.
met belangstelling voor de lichamelijke opvoeding (en sport) zijn in Nederland bijzonder schaars.

Literatuurverwijzingen

Externe links



Auteur: Servé Retera