Canonlo

1972

1975

1976

BOK-project

Overzicht verdiepingsteksten

De jaren zeventig: tijd voor vernieuwing

'For the times they are a-changin', zong de jeugdige Bob Dylan de autoriteiten waarschuwend toe. In de tweede helft van de jaren zestig kwam de naoorlogse generatie jongeren daadwerkelijk in opstand tegen de status quo. Uiteindelijk moest zelfs de van oudsher gesloten en uniforme wereld van de sport en lichamelijke oefening er aan geloven. De eenzijdig op 'Überbietung' georiënteerde prestatiesport stond in de Bundesrepublik Deutschland (BRD) al geruime tijd ter discussie. Maar begin jaren zeventig plaatsten kritische pedagogen ook kanttekeningen bij de vormende waarde van de lessen lichamelijke opvoeding. In dezelfde tijd groeide de 'Kommunikative Didaktik' in de BRD, waarin de sociale dimensie van het onderwijs geaccentueerd werd. Bert Mombarg en Adri Broeke, de initiatiefnemers van het Groningse Beweging-Onderwijs-Kommunikatie (BOK)-project, pakten deze ontwikkelingen op en vervulden daarbij een baanbrekende pioniersrol.

De opzet van het BOK-project
Eind 1975 ging aan het Research Instituut voor het Onderwijs in het Noorden (RION) het BOK-project van start. Onder leiding van Adri Broeke werd een projectteam samengesteld dat bestond uit vijf parttime aan het RION verbonden onderzoeksmedewerkers – waaronder Kees Faber – en een tiental op verschillende schooltypen werkzame vakleerkrachten. Het praktijkgerichte (actie)onderzoeksproject richtte zich in het bijzonder op het voor de sportloopbaan van jongeren relevante domein van de (team)sportspelen. Daartoe rekende men zowel de 'gevestigde' competitieve teamsporten als voetbal, basketbal, korfbal en dergelijke, als de 'alternatieve' uit de Verenigde Staten afkomstige op coöperatie gerichte new games. De basisfilosofie van het BOK-project in twee zinnen: (1) beide verschijningsvormen van het (team)sportspel zijn door mensen bedacht en dus voor verandering vatbaar, aldus de gangmakers van het innovatieproject; (2) door de eigenschappen van de gevestigde sportspelen met die van de new games te combineren, kunnen deelnemers/leerlingen op spelgebied met elkaar gezamenlijk 'iets nieuws' creëren dat past bij hun behoeftes en de kenmerken van de bewegingsomgeving.

De betekenis van het BOK-project
  • De vermaatschappelijking van de lichamelijke opvoeding
    Het BOK-project heeft het vak lichamelijke opvoeding nadrukkelijk een plaats gegeven binnen een bredere maatschappelijke discussie. Met name de relatie tot de sport kreeg expliciete aandacht. Tot die tijd stonden sport en lichamelijke opvoeding nogal eens met de rug naar elkaar toe. Het BOK-project heeft er toe bijgedragen dat het gesprek tussen de sport en de lichamelijke opvoeding op gang is gekomen. Het project koos daarbij een kritische positie, waarin met name het sociale leren benadrukt werd. Het aangaan van de kritische dialoog met de sport en het definiëren van de rol van beiden in de bewegingsopvoeding van kinderen, is in de jaren na het project een wezenlijk gespreksonderwerp geworden en is dat nog steeds. Zie daarvoor bijvoorbeeld 'Over de gebruikswaarde van bewegingsonderwijs' en 'Naar een geïntegreerd beleid voor lichamelijke opvoeding en sport'
  • De meervoudige bewegingsbekwaamheid
    Het begrip 'meervoudige sportspelbekwaamheid' is door het BOK-project geïntroduceerd; dat betekende dat leerlingen in spelsituaties niet alleen in de rol van speler deelnemen, maar ook in de rol van coach, scheidsrechter of spelleider. Ook in de latere sportloopbaan kan die ervaring en kennis goed van pas komen. De term 'meervoudige bewegingsbekwaamheid' is niet meer weg te denken uit de vakdiscussie van na 1975. Dit is onder andere te zien in de kerndoelen en eindtermen voor het vak lichamelijke opvoeding, die vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw sturend zijn geweest voor de ontwikkeling van ons vak. Zie daarvoor bijvoorbeeld 'Kerndoelen basisvorming en basisonderwijs' en 'LO als keuze-examenvak'. Ook de daarop aansluitende publicaties van de toenmalige Stichting voor Leerplanontwikkeling (SLO) ‘ademen’die meervoudigheid.
  • Actieonderzoek
    Het BOK-project leverde een bijdrage aan de innovatie van de beroepspraktijk. De onderzoekers fungeerden als participerende partners van de docenten. Ze ontwikkelden samen bruikbare instrumenten voor het realiseren van communicatief sportspelonderwijs. De onderzoekers begeleidden leerkrachten bij de uitbreiding van hun professionele handelingsrepertoire. Ook werd er meer objectieve informatie verzameld over de effecten van de experimentele lessen. Interessant is om te zien dat de afgelopen jaren binnen het hbo het doen van praktijkgericht onderzoek erg actueel is geworden. In het profiel van een sportprofessional is een onderzoekende houding en bekwaamheid van belang. Binnen de ALO's is op dit moment dan ook steeds meer ruimte voor praktijkgericht onderzoek (lectoraten, kenniswerkplaatsen, 'communities of practice').

Suggesties voor doorstuderen

  • Crum, B. en Donkers, B. (1989), Bewegingsonderwijs in verandering. Vakdidactische trends en leerplanontwikkeling. Baarn: Bekadidact.
  • Dietrich, K. (1974). Die Kontroverse über die Lehrweise der Sportspiele. In: Dietrich, K. en Landau, G. (Hrsg.) Beiträge zur Didaktik der Sportspiele 1, pag. 89-97. Schorndorf: Hofmann.
  • Moser, H. (1975). Aktionsforschung als kritische Theorie der Sozialwissenschaften. München: Kösel.
  • Schäfer, K.H. en Schaller, K. (1973). Kritische Erziehungswissenschaft und Kommunikative Didaktik. Heidelberg: Quelle & Meyer.

Literatuurverwijzingen

  • Broeke, A.H. (1975). Sportspelonderwijs op school. In: Verslag zesde Studiedagen voor Lichamelijke Opvoeding. Enschede.
  • Broeke, A.H. (1976). Een onderzoek naar het sportspelonderwijs op school: waarom? Wat? hoe? In: Thomas, 16.
  • Broeke, A.H. en Berg, M. van den (1977). BOK-projekt. In: Tijdschrift van de werkgroep bewegingsonderwijs, 2, nr. 2.
  • Broeke, A. en Faber, K. (1978). Kommunikatief Sportspelonderwijs in de praktijk. In: BOK-projekt, Deelrapport 1. Haren: RION.
  • Faber, K. (1977). Sportspeldidaktiek. In: Info, 8, nr. 5/6. Groningen: Instituut voor Onderwijskunde, Rijksuniversiteit Groningen.
  • Faber, K. (1989). Bewegingsonderwijs op maat. Baarn: Bekadidact.
  • Siero, J.H. (1978). Veranderingen in het gedrag van leerkracht en leerlingen bij het realiseren van kommunikatief sportspelonderwijs. In: BOK-projekt, Deelrapport 2. Haren: RION


Auteur: Adri Broeke en Kees Faber