Canonlo

1993

1996

1998

Wet educatie en beroepsonderwijs

Overzicht verdiepingsteksten

Lichamelijke opvoeding / bewegen en sport in het middelbaar beroepsonderwijs

1996 is een cruciaal jaar als het gaat om de plaats van LO/bewegen in het middelbaar beroepsonderwijs. Eind 1995 werd de Wet educatie en beroepsonderwijs in de Tweede Kamer aangenomen. De verantwoordelijkheid voor het onderwijs werd neergelegd bij de scholen en onder het motto 'wat niet moet, doen we niet' werd LO uit het curriculum geschrapt.

LO/bewegen in het mbo vóór invoering van de WEB
Net als in het algemeen voortgezet onderwijs was LO in het mbo een vak dat gewoon op de lessentabel stond van de verschillende scholen. Er is in onderwijsland echter wel steeds discussie geweest over het aantal uren per week. De doelen en inhoud van het vak verschilden niet veel van die in het VO. LO leverde maar in beperkte mate een bijdrage aan het voorbereiden van leerlingen op het beroep waarvoor ze werden opgeleid. In sociaal-agogische opleidingen, zoals Inrichtingswerk, Kultureel Werk en Kinderverzorging Jeugdverzorging-KVJV, werd leerlingen echter wel geleerd hoe ze activiteiten konden organiseren voor de doelgroepen waarmee ze in hun werkveld aan de slag zouden gaan.
Eind jaren 70 raakten ontwikkelingen binnen het mbo in een stroomversnelling. Er moest meer duidelijkheid komen in de structuur van het onderwijs en het aanbod van opleidingen moest transparanter worden. Een tweetal projecten, te weten de Herstructurering MHNO-MSPO (Middelbaar Huishoud en Nijverheids Onderwijs en Middelbaar Sociaal Pedagogisch Onderwijs) van 1978 tot 1983 en de SVM-operatie vanaf 1986, vormden de opmaat voor het ontwikkelen van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. In het onderwijs dat via deze projecten werd ontwikkeld, kwam LO ook al onder druk te staan. Daaruit is echter bij het opstellen van de WEB geen lering getrokken.

Een aparte plaats nemen de opleidingen aan het CIOS (Centraal Instituut voor Opleiding Sportleiders) in. Deze werden lange tijd op vijf plaatsen in Nederland aangeboden en waren vanzelfsprekend ook gericht op het uitvoeren van sportieve activiteiten in het werkveld. Bij invoering van de WEB werden de CIOSsen onderdeel van ROC's en in 2001 werd het voor ieder ROC mogelijk een afdeling Sport & Bewegen te starten.

Acties na de invoering van de WEB
Na de invoering van de WEB in 1996 volgden jaren van inspanning om de negatieve gevolgen voor bewegen in het mbo te keren en ervoor te zorgen dat mbo-leerlingen, net als hun leeftijdsgenoten in het VO, weer bewegen in hun opleidingsprogramma zouden krijgen.
Al in 1997 deed de Onderwijsinspectie onderzoek naar de positie van bewegen in het mbo, hetgeen leidde tot een debat in de Tweede Kamer. Het ministerie van OCW nam daarop maatregelen die moesten leiden tot verbetering van de situatie. Omdat dit onvoldoende resultaat had werd de druk vanuit politiek en samenleving weer opgevoerd.
In de Tweede Kamer werd in 2002 opnieuw gedebatteerd naar aanleiding van een motie van Jan Rijpstra en door het Platform Bewegen en sport werd een manifest ontwikkeld dat ondertekend werd door verschillende maatschappelijke partijen. Het platform beijverde zich voor structurele verankering van LO in de kwalificatiestructuur en probeerde draagvlak op de scholen te creëren voor het opnemen van bewegen in het curriculum.
In 2004, het 'Europees jaar voor Educatie door Sport', smeden de ministeries van OCW en VWS de Alliantie School & Sport die onder leiding van Jos Kusters nieuwe impulsen geeft aan bewegen in het mbo.

Bewegen terug in de lesprogramma's
In 2008 wordt door een besluit van de Tweede Kamer in het Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs18 miljoen euro gereserveerd voor bewegen en sport in het MBO. Voor het besteden hiervan ontwikkelen de MBO Raad en de KVLO samen met het ministerie van OCW het Masterplan Bewegen en sport in het mbo.
Intussen wordt ook doorgewerkt aan een verankering in de kwalificatiestructuur. Als in 2009 in het advies van de MBO Raad aan de staatssecretaris over een nieuw document Leren, Loopbaan en Burgerschap het onderdeel 'vitaal burgerschap' blijkt te ontbreken, wordt mede door de KVLO via allerlei acties voor gezorgd dat bewegen een plek krijgt in het definitieve document.

Anno 2011 is er dus sprake van een structurele verankering van bewegen in het MBO via het document dat loopbaan- en burgerschapscompetenties voorschrijft en hebben zo'n vijftig instellingen zich door deelname aan het 'Masterplan' verbonden aan de doelstelling om vijf procent van de onderwijstijd in het curriculum te besteden aan bewegen en sport.

De KVLO heeft het bewegen in het mbo niet altijd beschouwd als haar core business. Daar kwam eind jaren negentig verandering in en mede door de inzet van de KVLO is er sindsdien wel het een en ander bereikt. Bewegen is weer een beetje terug in het middelbaar beroepsonderwijs, maar waakzaamheid en aandacht blijven geboden.

Externe links



Auteur: Bert Boetes