Canonlo

1929

1931

1932

'Bijzondere Schoolgymnastiek'

Van 'heilgymnastische schoolcursussen' via bijzondere schoolgymnastiek naar motorische remedial teaching

Wat verstaan we onder MRT?
Motorische Remedial Teaching (MRT) staat in Nederland voor een breed palet van initiatieven om kinderen die in de les bewegingsonderwijs uitvallen of dreigen uit te vallen te ondersteunen in hun bewegingsontwikkeling. Dit teneinde optimaal te kunnen blijven deelnemen aan bewegingsactiviteiten binnen en buiten het onderwijs. MRT wordt aangeboden in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs.

Er worden diverse termen gebruikt voor MRT, zoals steunles, extra gym en remediërend bewegingsonderwijs (RBO). In MRT zijn verscheidene stromingen zichtbaar die zich in het kort laten onderscheiden door de mate waarin de hulp zich richt op het remediëren van het kind en/of het remediëren van de context (vaak de les bewegingsonderwijs).

Doelstellingen van MRT
MRT richt zich op het op gang brengen van een voor de leerling optimale ontwikkeling van het bewegen en uiteindelijk op het realisren van een eigen deelname in de bewegingscultuur en een actieve leefstijl. Hierin staat het (beter) kunnen meedoen aan de lessen bewegingsonderwijs en andere bewegingssituaties centraal.
MRT wordt in het onderwijs meestal aangeboden als extra leertijd, naast de lessen bewegingsonderwijs. Daarnaast wordt MRT ook aangeboden in zelfstandige MRT-praktijken.

MRT-geschiedenis in vogelvlucht
De oorsprong van MRT ligt in Duitsland. Daar ontstaan in 1903 cursussen voor het Orthopädisches Schulturnen. In 1912 treffen we in Nederland de eerste sporen van bijzondere schoolgymnastiek (BSG) aan in de brochure 'Heilgymnastische schoolcursussen'. Deze orthopedisch georiënteerde cursussen worden in 1913 voor het eerst in Amsterdam aangeboden, later ook in andere steden.
De KVLO besteedde op haar ‘51e Algemeene Vergadering’, gehouden op 13 april 1914 in Rotterdam, uitgebreid aandacht aan bijzonder gymnastiekonderwijs met een lezing over dit thema door de Amsterdamse schoolarts J. Leda (LO 1914, 2e, p. 193-219; Ken u Zelven 1914, p. 202-207).
In 1931 verschijnt het eerste Nederlandse boek over de theorie en praktijk van 'Bijzondere schoolgymnastiek' (Braunberger en Van Minden, 1931), dat ook bedoeld is voor 'gymnastiekleeraren'. De insteek is voornamelijk gericht op het bestrijden van houdingsafwijkingen om zo vormafwijkingen te voorkomen. Naast deze humaan-biologische insteek, zien we  ook vanuit de sociale wetenschappen groeiende aandacht voor de relationele en opvoedingsgerichte aspecten van het bewegen. Zie daarvoor bijvoorbeeld Bladergroen (vanaf 1940) en Gordijn (vanaf 1958)
In 1975 kiest prof. dr. K. Rijsdorp voor een ander perspectief: hij stelt het antropologisch uitgangspunt centraal. Hij geeft aan dat het niet langer gaat om het 'redresseren' van afwijkingen, maar om kinderen die behoefte hebben aan bijzondere aandacht binnen het bewegingsonderwijs.
In 1976 verwerpt de Commissie Modernisering Leerplan Lichamelijke Opvoeding (CML-LO) de term Bijzondere Schoolgymnastiek en verruilt deze voor Motorische Remedial Teaching (MRT). Daarbij hanteert zij de volgende definitie: het verlenen van specifieke bijstand in het motorisch veld aan leerlingen die tijdelijk specifieke aandacht nodig hebben.

Op het Gymnologisch Instituut, en later op de tweejarige KVLO-opleiding MRT in Utrecht, hebben met name Paul Beenen en Wil van Rijn in de jaren zeventig en tachtig voor een verdere MRT-ontwikkeling in de praktijk gezorgd.
In de periode 1990-2010 groeit het aantal opleidingsplaatsen voor MRT gestaag. Zowel via de ALO's als via particulier initiatief worden door het hele land MRT'ers opgeleid.
In 2007 verschijnt het Beroepscompetentieprofiel Motorische Remedial Teaching, dat is ontstaan als aanvulling op het algemene beroepsprofiel van de leraar lichamelijke opvoeding.

Huidige ontwikkelingen
In het begin van de 21ste eeuw wordt het aantal kinderen dat zich motorisch zwakker ontwikkelt steeds groter. Daarnaast zijn er steeds meer kinderen met overgewicht. Deze vaststellingen creëren een grotere vraag naar MRT en professionele bewegingsopvoeding binnen het (para)medische circuit en het onderwijs.
Naast MRT in de schoolcontext worden ook diverse initiatieven ontwikkeld voor het buitenschoolse bewegen voor kinderen die meer aandacht nodig hebben. Zo wordt in 1991 ClubExtra opgericht: een sportaanbod voor kinderen met bewegingsachterstand. Voor kinderen uit het speciaal onderwijs ontstaan Sportmix (speciaal basisonderwijs) en Special Heroes (kinderen uit cluster 3 en 4 van het speciaal onderwijs). Daarnaast richten diverse projecten zich (ook) op kinderen met overgewicht (bijvoorbeeld Jump In en Jogg).

MRT beroepscompetentieprofiel
In het beroepscompetentieprofiel voor de Motorische Remedial Teaching (2007) worden zeven kerntaken omschreven die vervolgens als competenties worden uitgewerkt. Het zijn:
  • Observeren: het observeren, registreren, analyseren en diagnosticeren van bewegen en motorische leerprocessen;
  • Plannen: het opstellen van een individueel handelingsplan;
  • Remediëren: het ontwerpen en uitvoeren van MRT-activiteiten;
  • Evalueren: het evalueren van de doelen van het handelingsplan;
  • Communiceren: het communiceren met betrokken partijen;
  • Managen: het managen van MRT-activiteiten in een organisatie;
  • Professionaliseren: het uitbouwen van het kwalificatieniveau.

Suggesties voor verder doorstuderen

  • Bakker, R. en Vermeer, A. (1992). Opvattingen over Motorische Remedial Teaching. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Berg, G. van den, Doodewaard, C.L. van, Kok, T., Massink, M.,Tolner, U. Weerd, C. van der, Weijkamp, J. en Stegeman, H. (red.) (1995). Zorgverbreding in de lichamelijke opvoeding. Baarn: Bekadidact.
  • Beenen, P. en Stegeman, H. (1986). Themanummer MRT. Lichamelijke Opvoeding, 74, 627-669.
  • Gelder, W., Berg, M. Weene, E. van en Verhoeven, L. (2010). Zorg voor beweging in de basisschool. Heeswijk-Dinther: Esstede.
  • Gilst, J.C. van, Kugel, K. en Straten, K.G. van der (1981 en 1995). Bewegingsopvoeding voor het kind met ontwikkelingsstoornissen; later: Speciale bewegingsopvoeding. Nijkerk-Baarn: Intro.
  • Hooning, M. en Kaandorp, W. (2011). Groepslessen MRT. Zorg voor beweging. Reed Business.
  • Kugel, J. en Pijning, H.F. (1983). Motorische remedial teaching. Onderwijs- en opvoedingshulp voor kinderen met stoornissen of achterstanden in de zintuiglijk-motorische ontwikkeling. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Platform MRT (2007). Beroepscompetentieprofiel Motorische Remedial Teaching. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Rossum, J.H.A. van en Vermeer, A. (1990). Perceived competence and motoric remedial teaching. International Journal of Disability, Development and Education, 37, 71-81.
  • Sietsma, L. en Mens, J. (1993). Themanummer Motorische Remedial Teaching. Lichamelijke Opvoeding, 81,193-262.
  • Vermeer, A. en Rossum, J.H.A. van (1992). Effecten van motorische remedial teaching in de basisschool. Bewegen & Hulpverlening, 9, 137-151.

Literatuurverwijzingen

  • Bakker, R. en Vermeer, A. (1992). Opvattingen over Motorische Remedial Teaching. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Braunberger, M en Minden, E. van (1931). Bijzondere Schoolgymnastiek  (orthopaedische schoolcursussen). Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar.
  • Platform MRT (2007). Beroepscompetentieprofiel Motorische Remedial Teaching. Zeist: Jan Luiting Fonds.

Externe links

Het platform MRT heeft een website als onderdeel van de KVLO-website. Opleidingen, verwijzingen naar websites en studiedagen zijn te vinden op:


Auteur: Corina van Doodeweerd