Canonlo

1879

1886

1890

‘Praktijk der Gymnastiek’

De Duits-Nederlandse Schoolgymnastiek: na het ‘turnen’ van Jahn streven naar eenheid in methode en terminologie

Tijdens de Restauratiepolitiek (1815-1840) beschouwden de Pruisische autoriteiten het verenigingsturnen van F.L. Jahn als 'opruiend' en 'staatsgevaarlijk'. Dat was namelijk geënt op de beginselen van de Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Op instigatie van Von Metternich (Oostenrijkse staatskanselier) nam de Pruisische regering maatregelen, waaronder een verbod van het 'Jahnse turnen

turnen

De term turnen komt qua inhoud overeen met ons begrip ‘gymnastiek’.
' ('Turnsperre', 1820-1842).

A. Spieß (1810-1858) ontwierp daarna het 'Schulturnen' dat de goedkeuring van de Pruisische koning kreeg; ook omdat Spieß zijn schoolgymnastiek een militair-propedeutische functie gaf. Vanuit een mechanistisch-analytisch standpunt ging hij uit van de bewegingsmogelijkheden in de gewrichten. Door de geconstrueerde oefeningen te variëren, te combineren, te verbinden en af te wisselen creëerde hij een zeer groot oefenarsenaal. Volgens Spieß was zijn 'Schulturnen', nodig om het lichaam te verzorgen en te oefenen om zodoende een goed geoliede machine te krijgen. Alleen dan kon het de door de superieure geest en wil gegeven 'bevelen' uitvoeren. Hij streefde het ontwikkelen van gezondheid, gehoorzaamheid, discipline, zelfbeheersing, tucht, moed en onderschikking na. Doelstellingen die naadloos aansloten bij de heersende opvattingen van de toenmalige gezagsdragers. Spieß beschreef zijn opvattingen in diverse publicaties

diverse publicaties

Zijn publicaties:
  • Lehre der Turnkunst (4 delen).
  • Basel, 1840-1846. Verlag Schweighauser’ schen Buchhandlung.
  • Gedanken über die Einordnung des Turnwesens in das Ganze der Volkserziehung. Basel,1842. Verlag Hugo Richter.
  • Turnbuch für Schulen (deel1 1847; deel 2 1851), Basel. Verlag Schweighauser’ schen Buchhandlung.
  • Reigen und Liederreigen für das Schul turnen aus dem Nachlasse von Adolf Spiesz (uitg.Wassmannsdorff). Basel, 1869.
.
A. Maul (1828-1907) en O. Jaeger (1828-1912; stok- en staafoefeningen) completeerden het Duitse stelsel. Maul (erelid van de Nederlandsche Gymnastiek-Onderwijzers-Vereeniging) maakte aanpassingen op didactisch-methodisch niveau en had oog voor de praktische kant van de schoolgymnastiek. Hij had een afwijkende lesindeling

een afwijkende lesindeling

Lesindeling:
  • lopen en marcheren;
  • enkele vrije of staafoefeningen;
  • toesteloefeningen, springoef. of spel;
  • verzamelen en rustig afmarcheren.
, onderscheidde drie graden van beheersing

drie graden van beheersing

De drie graden van beheersing zijn:
  • in staat zijn de oefening uit te voeren;
  • de feilloze uitvoering van de oefening;
  • de klassikale uitvoering (op maat).
in het leerproces en hanteerde in zijn leerproces drie principes: oefeningen splitsen in onderdelen; afwisseling in de oefeningen en variatie in de wijze van oefenen.

Na de onderwijswet van 1863 (gymnastiek verplicht als vak op de middelbare scholen) kreeg de methode Spieß steeds meer invloed in Nederland. Het verdrong daarmee het 'Jahnse turnen' maar functioneerde in de praktijk dikwijls slecht. Hoewel J.S. Disse, L.D. Labberté en S. van Aken (Beknopte methodiek, 1891) in hun publicaties

hun publicaties

Publicaties:
  • Practijk der Gymnastiek, 1886.
  • Theorie der Gymnastiek, 1888.
  • Theoretisch-Practische handleiding voor het onderwijs in de Vrije en Orde- Oefeningen der Gymnastiek, 1890.
vanaf 1886 een praktische basis legden voor een Duits-Nederlands stelsel, was in die tijd nog bepaald geen sprake van een eenduidige opvatting over het gymnastiekonderwijs en liet de kwaliteit van dat onderwijsvak dikwijls te wensen over. Maar als in 1889 de 'vrije en ordeoefeningen der gymnastiek' onder de letter j in de nieuwe wet op het lager onderwijs zijn aangenomen, betekende dat dit leervak op alle lagere scholen onderwezen moest worden en dat vele (aanstaande) onderwijzers en onderwijzeressen zich in dat vak moesten bekwamen.

De geschiedenis van de Nederlandse schoolgymnastiek wordt gekenmerkt door 'strijd' en pas door het optreden van J.A. van der Boom kreeg de Duits-Nederlandse gymnastiek een eigen gezicht (met o.a. een eigen lesindeling

een eigen lesindeling

Onderdeel daarvan was een lesindeling voor de lagere school (45 minuten):
  • gaan en lopen;
  • opstelling voor de vrije oefeningen;
  • arm-, been- en rompoefeningen;
  • spel (liefst in openlucht);
  • hangoefeningen (wandrek, ladder);
  • springoefeningen (ver of hoog);
  • evenwichtsoefeningen (latten of bomen);
  • kalmerende oefeningen.
) en is een stap gezet in de richting van eenheid van werken. Intussen was door een publicatie van A. Withaar

en publicatie van A. Withaar

Publicatie: Maul, A. (1882), Handleiding voor het gymnastiekonderwijs. Methode en opvoeding. Rotterdam.
de 'methode Maul' in Nederland bekend geworden. Van den Boom is sterk beïnvloed door Maul, wiens geschriften hij als 'standaardwerken' beschouwde. Gymnastiek bestond uit: oefeningen zonder toestellen (vrije oefeningen, gereedschapsoefeningen,- ordeoefeningen en zaalspelen), oefeningen aan toestellen; openluchtspelen en schoolmarsen.
Ook over de doelstellingen van de schoolgymnastiek was overeenstemming: het bevorderen van de gezondheid; het doen gewennen aan een goede en esthetische lichaamshouding; het ontwikkelen en bevorderen van wilskracht en zelfbeheersing; het aankweken van moed, zelfvertrouwen en tegenwoordigheid van geest; het aanbrengen van slagvaardigheid, behendigheid en volhardingsvermogen.
Twee gebeurtenissen hebben rond 1910 beroering gebracht binnen de toenmalige gymnastiekwereld: de introductie van de 'Zuidermethode' door W.H. Nijsten en de publicatie van Het Zweedse stelsel van gymnastiek van W.P Hubert van Blijenburg. Ondanks deze strubbelingen bleef de Duits-Nederlandse schoolgymnastiek de toon aangeven tot 1920. In dat jaar werd de 'Haagse Kweekschool' geïntroduceerd en brak er een nieuwe periode aan in de schoolgymnastiek.

Suggesties voor doorstuderen

  • Spieß, A. (1847). Turnbuch für Schulen als Anleitung für den Turnunterricht durch die Lehrer der Schulen. Basel: Schweighauser, 398 p.
  • Kramer, J.P. en Kugel, J. (1974). Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland. Jan Luiting Fonds nr. 24, p.31-39.
  • Kugel, J. (1995). Beknopte geschiedenis van de gymnastiek. Haarlem: De Vrieseborch, p.32-41; 120-123.
  • Kugel, J. (1986). Geschiedenis van de gymnastiek. Haarlem: De Vrieseborch, p. 244; 246.
  • Kramer, J.P. (1960). Adolf Spieß. Het leven en werken van de grondlegger van de schoolgymnastiek. In: De Lichamelijke Opvoeding, nr. 4, p.79-84; nr.5, p.99-104.

Literatuurverwijzingen

  • Kramer, J.P. en Lommen, N. (1987). Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luiting Fonds (nr. 44), 123 p.
  • Kugel, J. (1986). Geschiedenis van de gymnastiek. Haarlem: De Vrieseborch, 255 p.
  • Schagen, K.H. van (1926). De lichamelijke opvoeding in de laatste drie eeuwen. Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar.
  • Boom, J.A. van der (1918). De toesteloefeningen voor mannelijke en vrouwelijke leerlingen der lagere, meer uitgebreid lagere en hoogere burgerschool. Haarlem: Tjeenk Willink & Zoon.
  • Kleindienst-Cachay, C. (1980). Die Verschulung des Turnens. Bedingungen und Folgen der Institutionalisierung der Leibesübungen in den öffentlichen Schulen. Schorndorf: Karl Hofmann.

Externe links



Auteur: Jaap Tuinenga