Canonlo

Groenman, Geert

Geert Groenman werd op 15 februari 1901 geboren in Groningen. Hij werd in 1917 lid van de christelijke gymnastiekvereniging Kracht & Vriendschap. In het merkwaardige antwoord op de vraag wat hij wilde worden (‘Predikant dan wel lichamelijke opvoeding gaan beoefenen’) ligt een conflict verborgen. In het verleden van de familie Groenman zijn predikanten aan te wijzen. Een niet-onbemiddeld familielid zou graag zien dat hij die traditie voortzette. Hij ging echter naar de ambachtsschool, zoals de school tot opleiding van ambachtslieden toen heette. Op zestienjarige leeftijd begon hij met een avondcursus voor binnenhuisarchitect op de Academie Minerva te Groningen. Hij heeft het gebracht tot de hoogste klas, maar heeft geen examen gedaan.

Geert Groenman werkte en studeerde vervolgens vijf jaar bij professor Backer (hoogleraar organische chemie, Rijksuniversiteit Groningen). Een zeer belangrijke periode in Groenmans leven. Via professor Backer mocht hij toelatingsexamen doen voor het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen. Tijdens de studie aan dat instituut had hij veel profijt van zijn jarenlange praktijk bij Kracht & Vriendschap. Hij is daar op zijn elfde begonnen als aspirant-lid en is via bestuurslid, leider en directeur geëindigd als eredirecteur.

Na het behalen van de akte M.O.-P in 1925 trad Groenman op 4 januari 1926 in dienst van de gemeente Groningen en op 1 augustus van datzelfde jaar in het huwelijk met mejuffrouw Jansje Drent, onderwijzeres bij het Chr. Nationaal Onderwijs in Groningen.
In 1926 haalde hij ook nog de akten Handenarbeid A en B, om daardoor de mogelijkheid te scheppen te solliciteren naar betrekking op een Kweekschool. In 1928 behaalde hij de bevoegdheid voor heilgymnastiek en massage.

Op verzoek van de heer C. Ras, toenmalig directeur van het Instituut voor LO te Groningen, verbond Groenman zich op 1 september 1935 daaraan als docent. Hem werd het verzorgen van de theorie en praktijkmethodiek opgedragen, alsmede van geschiedenis en Duitstalige literatuur. In 1937 werden daaraan nog pedagogiek en psychologie toegevoegd.

In de dertiger jaren studeerde Groenman aan de Vrije Universiteit in Amsterdam voor de akte M.O. Pedagogiek. Hij volgde colleges in de psychologie, pedagogiek en Wijsbegeerte der Wetsidee bij de hoogleraren Waterink en Vollenhoven. Deze studie was in zekere zin teleurstellend voor Groenman. Hij moest namelijk ervaren dat de collegestof weinig of niets te maken had met de lichamelijke opvoeding.
Groenman heeft deze studie dan ook niet afgemaakt, mede doordat hij het veel te druk kreeg toen hem in 1942 het directoraat van het Instituut voor LO in Groningen werd opgedragen, na het vertrek van de heer Ras naar het departement. In het eind van de veertiger jaren vatte Groenman het plan op zich universitair verder te vormen in de bovengenoemde vakken. Hij diende zich hiervoor te onderwerpen aan een colloquium doctum. De eerdergenoemde drukke werkzaamheden bleken echter opnieuw een handicap voor het voltooien van de studie. Niettemin: Groenman is de eerste geweest (volgens Vollenhoven) die tot een verantwoorde formulering komt over de antropologie op basis van de Wijsbegeerte der Wetsidee.

Bij de transformatie van het Instituut tot de Academie in 1956, de reorganisatie van de studie en de nieuwbouw van de ALO in 1960, was Groenman de stuwende inspirator en organisator. In 1962 werd hij benoemd tot erelid van De Noorder en in 1965 tot erelid van de Koninklijke Nederlandse.

In 1966 nam hij groots afscheid als rector van de ALO. Bij deze gelegenheid werd hem een koninklijke onderscheiding verleend, te weten die van Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Tevens werd hij benoemd tot erelid van het Koninklijke Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond. Geert Groenman is overleden in Eelde op 26 juni 1978.



Auteur: Harold Hofenk