Canonlo

Van invloed op kwaliteit opleidingen en examens

(Venster: Het ontstaan en de ontwikkeling van bevoegdheden en examens )

De variabelen die direct of indirect invloed hadden op de kwaliteit van opleiden en examineren zijn afkomstig vanuit:

De overheid (wijzigingen in het wettelijk kader en afspraken met de HBO-raad):
  • bepalingen in de WHBO van 1985 (o.a. vrije studierichtingen, uitschrijven van getuigschriften door de instellingen);
  • bepalingen in de WHW van 1992 (o.a. de invoering van een negatief bindend studieadvies, het uitdrukken van onderwijseenheden in studiepunten, het voor elke onderwijseenheid bepalen van de onderwijsinhoud, de werkvormen, de studiebelasting en de tentamens);
  • het implementeren van een systeem van kwaliteitszorg ter voorbereiding van de visitaties (voor de ALO's de eerste in 1997) en accreditatie. Dat hield o.a. in het werken, onder leiding van een kwaliteitsfunctionaris, met interne audits, met klankbord-/werkveldcommissies, moduulevaluaties, periode-evaluaties, kwaliteitsenquêtes onder studenten, afgestudeerden, werknemers en in het werkveld alsmede de wijzigende kaders van de NVAO (www.nvao.nl).;
  • wijzigingen in het bekostigingssysteem (o.a. rendementen, studieduur, vouchers, diplomabonussen, nominale studieduur);
  • wijzigingen in de CAO (o.a. werk- en verlofregeling, salarisstructuur, functieordening, prestatiebeloning);
  • de overgang van bevoegdheidseisen door bekwaamheidseisen (minimum kwaliteitseisen) die gericht zijn op het handelen in de beroepspraktijk;
  • het aanpassen en wijzigen van specifieke examenbesluiten;
  • De implicaties vanuit de wet ‘versterking besturing’ (2009/2010) en de te verwachten implicaties vanuit het rapport Differentiëren in drievoud van de commissie Veerman en vanuit Kwaliteit in verscheidenheid: strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap, een publicatie vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De ALO's (onderwijskundige aanpassingen voor alle ALO's):
  • de implicaties van het werk van de Commissie Modernisering Leerplan Lichamelijke opvoeding (CMLLO) in de jaren zeventig;
  • de vernieuwingen in het curriculum (o.a. differentiaties, nieuwe vakken) op basis van een nieuwe reeks eindtermen op grond van het werk van de Adviescommissie Herstructurering Opleiding Docenten Lichamelijke Opvoeding (ACHODLO) begin jaren tachtig.

De (faculteits)directies en besturen (onderwijskundige ontwikkelingen vanuit de faculteit of het bestuur van de instelling waar de ALO toe behoort):
  • het inrichten van het onderwijs op basis van1regelmatig wijzigende opleidings- c.q. onderwijsparadigma's (o.a. model1didactische analyse, probleemgestuurd onderwijs, het nieuwe leren op basis1van constructivistische stromingen in de leerpsychologie;1competentiegericht onderwijs).
  • het verzorgen van algemene1professionalisering (deskundigheidsbevordering, scholing) onder1verantwoordelijkheid van de hogescholen om de ontwikkelingen in de1samenleving te kunnen volgen of zelf(s) te stimuleren;
  • het verrichten van toepassingsgericht1onderzoek, de aanstelling van lectoren en het opbouwen van een1kenniskring;
  • het implementeren van onderwijskundige1ontwikkelingen zoals toetsbeleid (portfolio & assessment),1studieloopbaanbegeleiding en het werken en studeren in een elektronische1leeromgeving;
  • het begeleiden van het proces van vorming van1resultaat verantwoordelijke teams;
  • het invoeren van competentiemanagement voor1medewerkers, inclusief het maken van een persoonlijk1ontwikkelingsplan/competentieontwikkelingsplan. een persoonlijk1activiteitenplan en een teamontwikkelingsplan;
  • het besteden van aandacht aan1loopbaanplanning en 'employability', gericht op het verhogen van de1inzetbaarheid en mobiliteit van de medewerkers binnen en buiten de1hogeschool waartoe de betreffende ALO behoort;
  • het uitbreiden van regionale en nationale1samenwerkingsverbanden en de gevolgen van daaruit voortvloeiende1convenants;
  • het werken met opleidingspartners ('educatief1partnership') om vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid het opleiden1te verzorgen;
  • het uitgaan van wat studenten al kennen en kunnen in combinatie met het werken met te behalen leeruitkomsten. Dan verdwijnen de standaardprogramma’s en ontstaat ruimte om opleidingstrajecten flexibeler en meer op maat in te richten.

Het buitenland (internationale ontwikkelingen en afspraken):
  • het voorbereiden van studenten op de internationale arbeidsmarkt;
  • het uitvoeren van nieuw beleid inzake de voortdurende snelle ontwikkelingen op het gebied van ICT en de 'nieuwe media';
  • de implementatie van de aandacht voor, en de noodzaak van het thema duurzaamheid;
  • het opzetten en onderhouden van internationale samenwerkingsverbanden;
  • het ontwikkelen en implementeren (vanaf het studiejaar 2002-2003) op basis van Europese afspraken (de zogenaamde 'Bolognaverklaring') van de BaMa-structuur, bestaande uit bachelors en masters en het daarbij behorende ECTP-systeem voor het toekennen van studiepunten.

De markt (marktgerelateerde ontwikkelingen):
  • het inspelen op de toenemende invloed van de markt en het daarbij behorende onvoorspelbare en steeds wisselende gedrag van de consument/de klant/het werkveld;
  • de steeds groter wordende concurrentie vanuit andere onderwijsinstellingen en vanuit particuliere instellingen;
  • het ontwikkelen van instroommanagement, inclusief het ontwikkelen van deficiëntieprogramma's;
  • het in toenemende mate moeten leveren van maatwerk naast de standaardopleidingen.