Canonlo

Papendaldagen

(Venster: Afdelingen en gewesten; één van de speerpunten van P.C. Adrian, langstzittende voorzitter (1871-1910) van de ‘Vereeniging’)

Meerdere afdelingen van de KVLO organiseerden in het verleden studiedagen op de (sport)accommodatie van Hotel en Congrescentrum Papendal in Arnhem. De afdelingen Gelre en Haarlem doen dat nog steeds.

De Papendaldagen van de afdeling Haarlem: Éducation permanente avant la lettre
De afdeling Haarlem heeft zich in haar bestaan regelmatig onderscheiden, zowel in opvattingen als in activiteiten. Zo verzette de afdeling zich direct na WO II hevig tegen de houding van het hoofdbestuur van de KVLO inzake 'foute collega's in bezettingstijd'. De afdeling vond dat de betreffende inspecteurs en (hoofd)consulenten voor de lichamelijke opvoeding niet konden worden gehandhaafd en moesten aftreden. Onder leiding van Dirk Beets ondernam de afdeling actie, onder andere in de vorm van een brief naar de Zuiveringscommissie Haarlem, alle andere afdelingen, het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap, en nogmaals naar het hoofdbestuur. In de jarenlange discussie over dit thema varieerden de reacties van het hoofdbestuur en de andere afdelingen van positief steunend, via gelaten afwachtend tot nauwelijks steekhoudend.

Een voortdurend in het oog springende activiteit van de afdeling Haarlem is de vakgerichte nascholing. Al ver vóór de Olympische Spelen in Amsterdam van 1928, organiseerde de afdeling nascholing (duurlopen en speerwerpen) en werden voor scholieren vaardigheidsproeven opgesteld (1924). De vaardigheidsproeven worden, uiteraard in eigentijdse vorm, nog steeds afgenomen. De gemeenten Zandvoort, Aerdenhout en Beverwijk namen deze proeven over.

In 1926 kreeg de afdeling de vraag van het Olympisch Comité mee te werken aan de organisatie in Amsterdam bij de atletiekwedstrijden en de wielerwedstrijd in Spaarndam, toen net aan het Haarlemse gebied toegevoegd.

Voor de organisatie van de nascholing richtte de afdeling in 1932 de 'propagandacommissie nascholing' in het leven. Deze commissie stond onder leiding van dhr. Hut. De variatie aan nascholing was groot. Zo stonden in het oorlogsjaar 1941 op het programma: knotsoefeningen (dhr. Nieuwenweg), voetbal op kleine schaal (Dhr. Immer), wandrekoefeningen (mw. R. van Weel), zwemwedstrijden in estafettevorm (dhr. F. Berendes), het Zweedse stelsel (dhr. Warnier), drijfsteun bij zwem-onderricht (dhr. J. Bongertman) en, om niet te missen: gymnastiek tijdens de menstruatie (mw. de Haan-de Jong).

Na WO II werden door de gemeente Haarlem nascholingsdagen ingevoerd voor het onderwijs. Dat gebeurde meestal gedurende drie dagen op het 'Wisselse Veld' op de Veluwe. Tijdens deze dagen was ook aandacht voor lichamelijke opvoeding.
In de loop van de jaren organiseerden de inspecteurs lichamelijke opvoeding (onder andere dhr. Heijers) speciale dagen voor de lichamelijke opvoeding. Daarbij zorgde de afdeling voor de benodigde docenten. Daarnaast nam de afdeling zelf ook verantwoordelijkheid voor de nascholing en organiseerde tussen 1945 en 1960 tientallen nascholingen waaronder handbal, softbal voor jongens en meisjes, turnen aan de 'lage' ringen, hockey en nieuwe vormen uit de atletiek.

In de jaren zestig organiseerden de gemeentelijke inspecteurs voor de lichamelijke opvoeding uit Haarlem, in samenwerking met de inspecteurs uit Amsterdam, meerdaagse (4-5 dagen) nascholingen, onder andere in Amersfoort (Evert Kupersoord). Later kwam daar ook de gemeente Enschede bij. Dat duurde slechts enkele jaren omdat het aantal deelnemers te groot werd. De gemeente Haarlem besloot daarop alleen verder te gaan en door de inspecties lichamelijke opvoeding te Haarlem en Haarlemmermeer werden vervolgens de Papendaldagen opgezet. Een grote bijdrage daaraan leverde Jan Massaro (vanuit Haarlem) en Baukje Zandstra (vanuit Haarlemmermeer). De afdeling Haarlem werkte volledig mee in de organisatie en toen in 1992 de Haarlemse inspectie werd wegbezuinigd, en in 1995 ook Haarlemmermeer bezuinigde, nam de afdeling de organisatie geheel over.

De nascholingsactiviteiten werden aanvankelijk jaarlijks gedurende 3 of 4 dagen op Papendal gehouden. Veel schoolleiders uitten op zeker moment bezwaren tegen de lange nascholingsduur tijdens schooltijd. De organisatie toonde daar begrip voor en ging over op tweejaarlijkse bijeenkomsten van drie dagen.

De Papendaldagen kregen landelijk enorm veel waardering. Dat kwam onder andere door de aanwezigheid van gerenommeerde lesgevers, een zeer gevarieerd aanbod, een strakke organisatie, en altijd één dag voor het basisonderwijs. De faam van de Papendaldagen trok vanaf het begin ook collega's aan uit omringende afdelingen zoals Leiden, Amsterdam, Noord-Holland en het toen nog bestaande IJmond.

Het succes van de Papendaldagen, maar ook van de laatste decennia van de afdeling Haarlem, is voor een groot deel te danken aan Pim Wentink. Pim was een drijvende kracht van de afdeling en heeft op vele afdelingsactiviteiten zijn stempel gedrukt. Meer dan veertig jaar was hij het gezicht van de afdeling en was hij onmisbaar voor de organisatie van de Papendaldagen.

De Papendaldagen van de afdeling Gelre
Begin jaren zeventig organiseerde de afdeling Gelderland, het tegenwoordige Gelre, voor het eerst een tweedaagse nascholing op het ideale complex van Papendal. Herman Jansen was destijds voorzitter van het afdelingsbestuur en hij werd in zijn taak ondersteund door Joop Damsté (secretaris van de afdeling en 38 jaar bestuurslid) en Piet Koster. Dit trio regelde niet alleen de beleidszaken maar ook de 'doe-zaken', zoals de nascholing op Papendal.

Voor de Papendaldagen was wat betreft opzet wel een rode draad aanwezig maar echte thema's hebben de dagen nooit gekend. De doelstelling was eenvoudig: het aanbieden van her- en bijscholing in theoretische en praktische zin. Dat gebeurde door het verzorgen van 'workshops', die de aanwezigen inhoudelijk iets moesten meegeven.

Het accent lag vanaf het begin op 'op de praktijk' gerichte bijscholing: 'je moet er voor je dagelijkse lessen op school wat aan hebben'. Inhoudelijk kwamen allerlei ontwikkelingen binnen het vak aan de orde. Enkele voorbeelden zijn frisbee, minitrampoline (in de jaren zeventig was dat voor velen volledig nieuw), mountainbiken, klimmen op een klimmuur en vechtsporten. Elk jaar werd ook aandacht besteed aan de actuele ontwikkelingen binnen traditionele schoolsporten als volleybal (minivolleybal werd toen pas uitgevonden), basketbal en speelse vormen van voetbal.

De eerste morgen werd geopend met een 'inleiding', waarvoor regelmatig een ter zake kundige hoogleraar werd uitgenodigd. Na de lunch liep iedereen in trainingspak. Het vaste concept bestond uit drie gelijktijdige workshops. In de workshops was ook aandacht voor nieuwe theoretisch inzichten maar, zoals gezegd, lag het accent vooral op de praktijk, met daarbij aandacht voor bestaande bewegingsvormen maar ook voor nieuwe technieken en trends. De avond werd gevuld met een gezamenlijke avondactiviteit. De volgende ochtend waren weer drie workshops gepland en was een gezamenlijke afsluiting, meestal in de vorm van een softbaltoernooi.

Het aantal deelnemers steeg uit tot boven de honderd en in de loop van de jaren bleven steeds meer collega's in het sporthotel overnachten. Het werd daardoor beslist niet ongezelliger, maar wel vermoeiender.

Onder voorzitter Ton Turel organiseerde het bestuur de Papendaldagen nog zelf. Maar in de loop der jaren ontwikkelde zich uit het bestuur, onder leiding van Aart Homoet en Jan Willem Bruil, een enthousiaste groep 'doeners' waardoor uiteindelijk een activiteitencommissie (AC) ontstond. De AC werkt uiteraard nauw samen met het dagelijks bestuur van de afdeling. De leden van de AC zijn geen administrateurs of vergadertijgers, maar lesgevers pur sang. Zij geloven heilig in de kracht van de vrouw of de man voor de groep, gaan voorkomende problemen niet uit de weg en schuwen ook de confrontatie niet. Het succes van de 'Papendaldagen' is hierin gelegen.

In de loop der jaren is de formule hetzelfde gebleven. De AC heeft tot op heden het voortouw in handen wat betreft het organiseren van de Papendaldagen. Het aantal deelnemers is hoog en de dagen worden als zeer zinvol ervaren. Sommige schooldirecties zien dat soms anders en geven slechts één lid van het LO-team toestemming om te gaan. Die moet dan zijn ervaring maar doorgeven aan zijn collega's. Gelukkig komen de meeste scholen met alle leden van de sectie LO: een ideale manier van teambuilding en een perfecte vorm van bij- en nascholing.

Met dank aan Jan Willem Bruil, Aart Homoet, Lex van der Kruis, Jan Mol en Pim Wentink voor hun bijdrage aan het tot stand komen van de tekst en/of het leveren van de illustraties.