Canonlo

De basisfilosofie

(Venster: De jaren zeventig: tijd voor vernieuwing )

Bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van experimentele onderwijsleersituaties hanteerde het projectteam als basisfilosofie een drietal gemeenschappelijke uitgangspunten:
  1. Leerlingen leren zelfstandig en met elkaar in de lessen meerdere rollen te vervullen
    Met het begrip 'meervoudige sportspelbekwaamheid' werd aangegeven dat het er in het sportspelonderwijs uiteindelijk om gaat dat leerlingen kunnen/willen leren aan uiteenlopende spelsituaties deel te nemen. Dit betekent in de spel(les)praktijk niet alleen in de rol van (mee)spelende 'beweger' uit de voeten kunnen, maar ook als 'ontwerper' en 'veranderaar' van spelsituaties. Bijvoorbeeld in de rol van coach, scheidsrechter of spelleider. Een sportspel is immers een vorm van regelgeleid handelen waaraan vanuit verschillend perspectief betekenis kan worden verleend. Tijdens de experimentele BOK-lessen kregen leerlingen 'opdrachten' om vanuit het perspectief van bijvoorbeeld de speler, de coach of de scheidsrechter voor verschillende typen sportspelspecifieke handelingsproblemen met elkaar samenwerkend oplossingen te vinden en/of te bedenken. Ook in de latere (buitenschoolse) sportloopbaan zou de daarbij in schoolverband opgedane kennis en kunde zowel in de sportieve recreatie als in de wedstrijdsport goed van pas komen.
  2. Leerkrachten gaan consequent vanuit een communicatieve onderwijsopvatting te werk
    In tegenstelling tot de traditionele lespraktijk wordt in de BOK-lessen de nodige tijd en ruimte gemaakt voor gesprek en overleg. Tussen de leerkracht en leerlingen, maar vooral ook tussen de leerlingen onderling. De verdeling van macht, vrijheid en verantwoordelijkheid wordt in communicatief sportspelonderwijs bewust bespreekbaar gemaakt. Dit dient te allen tijde op een kritisch-constructieve wijze te gebeuren. In concreto betekent dit dat voorafgaand aan een les(reeks) de leerkracht met enkele (de klas vertegenwoordigende) leerlingen de inhoudelijke themakeuze en daarbij te vervullen 'rolopdrachten' bespreekt. Door hen gegeven aanvullende ideeën zijn welkom. Op grond daarvan wordt door de docent de lesvoorbereiding op papier gezet. De leerlingen die betrokken zijn bij de planning vervullen tijdens de uitvoering van de lessen sowieso een actieve rol als docentassistent. Tussentijds of aan het eind van de les overleggen groepjes leerlingen met elkaar, onder leiding van de docentassistent, de wijze waarop ze de spelregels, speelafspraken en dergelijke hanteren. De leerkracht reflecteert met name op de wijze van omgang met elkaar en geeft feedback op de uitvoering van de verschillende rollen en taken.
  3. De BOK-onderzoekers ontwikkelen bruikbare kennis die het oplossen van praktijkproblemen ondersteunt
    Het BOK-project is te omschrijven als een ontwerpgericht actieonderzoek. Dit type onderzoek levert een bijdrage aan de innovatie van de beroepspraktijk. De onderzoekers fungeerden in de specifieke context van dit project als actief participerende partners van de docenten. Ze ontwikkelden met en voor hen allereerst bruikbare instrumenten voor het realiseren van communicatief sportspelonderwijs. In het verlengde daarvan begeleiden ze de experimenterende leerkrachten bij de uitbreiding van hun professionele handelingsrepertoire. Dit aspect van praktijkonderzoek in de school werd als een vorm van (professioneel) leren beschouwd. Daarnaast wordt meer objectieve informatie verzameld over de (neven)effecten van de projectlessen. Met behulp van gevalideerde methoden en technieken wordt nagegaan in welke mate het 'interactievermogen' van leerkrachten en 'de sportspelbekwaamheid' van leerlingen zich in de loop der tijd wijzigen. Met behulp van stappentellers ten slotte wordt het actiepercentage in de BOK-lessen vergeleken met die van traditionele spellessen.