Canonlo

1924

1925

1929

Academie voor Lichamelijke Opvoeding

De Amsterdamse ALO: achteromkijken en vooruitbewegen

Oprichting
In de jaren twintig namen de gymnastiekleraren K.H. Van Schagen, C.P. Gunning en H.L.F.J. Deelen het initiatief tot oprichting van de 'Nederlandsche Vereeniging tot Inrichting van een Wetenschappelijk Centrum tot Lichamelijke Opvoeding'. De beginjaren van de Amsterdamse ALO waren lastig. Ondanks toezeggingen hield de overheid de hand op de knip. Desondanks lukte het om een dagopleiding te starten (opening eerste cursusjaar op 3-10-1925) aan het Valeriusplein. In 1927 vond de officiële opening van de academie plaats en werd G.J. Nieuwenhuis geïnstalleerd als rector. Onder de eerste docenten bevonden zich prominenten zoals F.J.J. Buytendijk, W.P. Hubert van Bleijenburgh, K.H. van Schagen en M.W. Woerdeman.

Management, reorganisaties en nieuwe opleidingen
Nieuwenhuis werd na zijn overlijden (1931) opgevolgd door achtereenvolgens professor Karl Gaulhofer (1932-1941), K.H. van Schagen (1943-1959), Siem Kuyper (1959-1983) en Jan Beenen (1983-1996). Midden jaren tachtig ging de ALO deel uitmaken van de Hogeschool van Amsterdam en was de opleiding respectievelijk onderdeel van de FOO en de EFA.
Na het vertrek van Beenen en twee interim-managers nam Cees Vervoorn (1999-2010) de leiding over en werd vrij snel gestart met het initiëren van een nieuwe sportopleiding

sportopleiding

Onder leiding van Ikina Morsch startte in 2002 de opleiding Sport, Management & Ondernemen (SM&O).
, naast de docentenopleiding. In 2004 sloot de opleiding Voeding en Diëtiek zich aan bij de ALO, waarvan ook het Expertisecentrum Sport & Gezondheid al deel uitmaakte.
Na een reorganisatie ging de ALO over in de Faculteit Bewegen, Sport en Voeding

Bewegen, Sport & Voeding

Het domein BS&V telde in 2012 ruim 2.000 studenten en ongeveer 150 medewerkers.
Bij de invoering van het domein BS&V waren Johan de Bruijne en Hilde Bax opleidingsmanagers van de ALO en Hans Mackaaij is vanaf 2008 de opleidingsmanager.
en kreeg de docentenopleiding haar naam terug. Cees Vervoorn was de eerste faculteitsvoorzitter en werd in 2010 opgevolgd door decaan Jacomine Ravensbergen. Bij de ALO werd Thom Terwee in 2016 de opvolger van Hans Mackaaij.

Locaties
De Nicolaas Maesstraat was de eerste vaste onderwijslocatie. De opleiding betrok dit aangepaste schoolgebouw in 1933. Vanaf de zestiger jaren groeide de opleiding geweldig. Het was puzzelen om voldoende lesplaatsen te organiseren. De studenten fietsten elke week vele kilometers door de stad. Het parcours omvatte de Berlagebrug, de Mauritskade, het Olympisch Stadion, de Heiligeweg, de Prinses Irenestraat, de oude RAI, de Bosbaan en de Jordaan.
Onder leiding van bouwcoördinator Piet Alkema verhuisde de ALO in 1968 naar de nieuwbouw op de Willinklaan. Deze accommodatie functioneerde prima tot begin jaren negentig van de vorige eeuw. Toen groeide de opleiding opnieuw, ontstonden plannen voor een opleiding sportmanagement en ontwikkelde het digitale tijdperk zich in een enorm tempo.
Als gevolg voldeed de accommodatie van de Willinklaan niet meer aan de eisen van de 21ste eeuw. Almere solliciteerde voor de nieuwbouw, maar de ALO bleef in Amsterdam en kreeg haar nieuwe locatie in 2005 op een steenworp afstand aan de andere kant van de voormalige Ookmeerhal op de Dr. Meurerlaan.

Opleidingsconcepten
Het onderwijs op de ALO Amsterdam was geregeld 'in beweging'. In de beginjaren werd de Oostenrijkse School aangehangen. Het lesrooster omvatte de eerste jaren elke week meer dan veertig college- en praktijklessen. Na WO II werd de opleiding vierjarig en vanaf de jaren zestig gingen de ideeën van de docenten meer overheersen en bepaalden de vakgroepen het inhoudelijk beleid. De didactiek was sterk op de praktijk gericht.
In het midden van de jaren tachtig werd het onderwijs modulair (met studiepunten) ingericht. De schoolstages namen een steeds groter deel van het onderwijsprogramma in beslag. Na 2000 won het competentiegericht leren en opleiden terrein. Het denken en werken vanuit competenties – bekwaamheden om in beroepssituaties adequaat te handelen, inclusief de daarvoor benodigde kennis, vaardigheden en attitudes – vraagt veel energie en creativiteit van de begeesterde vak/opleidingsdocenten.

Het elan van de ALO Amsterdam is groot en met een lectoraat en de minoren zorg, sport en research werd zowel ingespeeld op de wensen van studenten als op actuele vragen uit de samenleving.
Lectoraten

Lectoraten

Lectoraten zijn vlak na de laatste eeuwwisseling ontstaan om te voorzien in de toenemende behoefte aan praktijkrelevante wetenschappelijke kennis, en daarmee bij te dragen aan de onderbouwing van de hbo-curricula. Juist voor de lichamelijke opvoeding een zeer wenselijke ontwikkeling, omdat het in tegenstelling tot andere schoolvakken in Nederland geen plaats heeft aan universiteiten.

Na de start van het lectoraat 'Bewegingswetenschappen' in 2003 kreeg het thema onderzoek meer aandacht in het curriculum en werd samenwerking gezocht met de beide Amsterdamse universiteiten. Het lectoraat Bewegingswetenschappen staat onder leiding van Huub Toussaint.
Vanaf de start van het lectoraat Bewegingswetenschappen is gewerkt aan het inrichten van randvoorwaarden voor de kenniscirculatie ten einde evidence based practice in de lichamelijke opvoeding te versterken.

Suggesties voor doorstuderen

  • De Lichamelijke Opvoeding (1993). Themanummer Amsterdamse Academie voor lichamelijke opvoeding, De Lichamelijke Opvoeding, 81(17), 840-902.

Literatuurverwijzingen

  • ALO (1950). 1925-1950. Herdenking van het 25-jarig jubileum van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Amsterdam: jubileumuitgave.
  • ALO (1965). 40 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Amsterdam: jubileumuitgave.
  • ALO (1975). 50 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Amsterdam: jubileumuitgave.
  • (ALO (1985). Lichamelijke opvoeding en sport: een gezond perspectief. Amsterdam: congresboek.
  • Koops, M. e.a. (2000). Academie voor Lichamelijke Opvoeding 1925-2000. Jubileumuitgave ter gelegenheid van 75 jaar ALO. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam / Academie voor Lichamelijke Opvoeding, 162 p.

Externe links



Auteur: Hilde Bax