Canonlo

Kemper, Han CG

Bekwaam en befaamd onderzoeker naar fitheid en gezondheid

Hendrik Cornelis Gerard Kemper werd op 20 maart 1941 geboren in Amsterdam en ging daar naar de lagere school St. Louis. Op het St. Ignatius College veranderde ‘Henny van de Lijnbaansgracht’ zijn ‘meisjesachtig’ klinkende voornaam in Han. Hij slaagde in 1961 voor zijn gymnasium bèta.

De basis van bevlogenheid en betrokkenheid
Na het gymnasium ging Kemper naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding te Amsterdam. Al in 1964, een jaar voor zijn afstuderen, keerde hij al terug naar zijn oude middelbare school als leraar lichamelijke opvoeding en bleef daar tot 1976 werken. Naast de praktijk ging Kemper in de wetenschap aan de slag. Aan de ALO had fysioloog P. Biersteker zijn belangstelling gewekt voor de wetenschappelijke onderbouwing van de relatie tussen lichamelijke activiteit enerzijds en lichamelijke fitheid en lichamelijke gezondheid anderzijds. Een droom kwam uit toen hij na de ALO aan de slag kon als projectleider-onderzoeker

Projectleider-onderzoeker

Kemper werd van 1965-1968 projectleider-onderzoeker aan het Jan Swammerdam Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Het project betrof een door het huidige NOC/NSF gesubsidieerd onderzoek naar de effecten van training bij Nederlandse topsporters.
aan de universiteit van Amsterdam. Deze onderzoeksplaats gebruikte Han CG Kemper

Han CG Kemper

Als jong volwassene begon Kemper wetenschappelijk te publiceren. Hij paste toen zijn initialen aan tot Han CG.
tevens voor het uitvoeren van zijn promotieonderzoek

Promotieonderzoek

Kemper verdedigde in 1968 aan de Vrije Universiteit Brussel met succes zijn proefschrift Rechtlijnig Geleide Armbeweging: experimenteel onderzoek naar effecten van training op armbewegingen.
.

Het AGGO en hoogleraar
Op basis van zijn promotie, onderzoekscapaciteiten en presentatievaardigheden kreeg Kemper diverse aanstellingen

Diverse aanstellingen

Aansluitend op zijn promotie in 1968 werd Kemper: Wetenschappelijk hoofdmedewerker bij het Coronel Instituut (AMC) en de vakgroep Psychonomie (Faculteit Psychologie) aan de Universiteit van Amsterdam (1968-1984); Docent sportfysiologie en trainingsleer aan het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders te Overveen (1968-1970). Enkele jaren later werd hij, als eerste niet medicus, in 1971 benoemd als docent inspanningsfysiologie aan een ALO, in casu de toenmalige Katholieke Academie voor Lichamelijke Opvoeding te Tilburg. Hij vervulde die functie tot 1984.
. Aanvankelijk als wetenschappelijk hoofdmedewerker (1968-1978) op het Jan Swammerdam Instituut aan de Universiteit van Amsterdam. In die periode was hij initiator en hoofd van het Amsterdamse Groei en Gezondheids Onderzoek (AGGO)

Amsterdamse groei en gezondheids Onderzoek (AGGO)

In 1972 bedacht Han Kemper, samen met Robbert Verschuur, een 'evidence-based' onderzoek om de kunnen achterhalen hoe bewegen en gezondheid zich voor, tijdens en na de puberteit ontwikkelen bij jongens en meisjes van 12-18 jaar. Het longitudinale onderzoek werd de basis voor het Amsterdamse Groei en Gezondheids Onderzoek.
. Eind jaren zeventig werkte Kemper samen met Jan Bovend’eerdt en enkele anderen aan de ontwikkeling van de ‘MOtor PERformance (MOPER) Fitness Test (1980). In 1984 werd Kemper, aan een interfaculteit van beide Amsterdamse Universiteiten, benoemd tot hoogleraar Gezondheidskunde met betrekking tot Bewegen. Hij was mede oprichter van de Interfaculteit voor Lichamelijke Opvoeding en enkele jaren (1986-1990) decaan van de Faculteit der Bewegingswetenschappen (FBW). In 1995 verruilde hij, met zijn onderzoeksgroep, de FBW voor het EMGO+ Instituut (Institute for Health and Care Research) aan het VU Medisch Centrum.

Internationale wetenschappelijke carrière
Als hoogleraar bleef Kemper impulsen geven aan het AGGO. Hij publiceerde daar drie monografieën over, begeleidde 25 promovendi, en stond hij aan de basis van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB

NNGB

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) wordt ook wel de 'Kemper-norm' genoemd (Hildebrandt, 2004). Aan het einde van de 20e eeuw plaatste Kemper, samen met enkele collagae, de NNGB naast de fitheidsnorm. Daar waar bij de fitheidsnorm sprake is van de noodzaak drie maal per week gedurende 20 tot 30 minuten intensief te bewegen stelt de NNGB dat voor volwassenen al gezondheidswinst optreedt bij 30 minuten matig intensieve beweging gedurende tenminste vijf dagen per week (circa 1500MET/week). Bij jeugdigen ligt dit op 60 minuten (circa 2000 MET/week). N.B. MET staat voor Metabolic Equivalent of Task.
). De bibliografie van Kemper is zeer imposant. Hij schreef diverse Nederlands- en Engelstalige leer- en handboeken

Nederlands- en Engelstalige leer- en handboeken

Het betreft: het auteurschap van Nederlandse leerboeken over Gezondheidkunde (1994) en Inspanningsfysiologie (1985); het co-auteurschap van enkele Engelstalige handboeken zoals Measurement of Physical Activity (Human Kinetics, 1996); het auteurschap van hoofdstukken in Sports Medicine (1988), Exercise Adherence (Human Kinetics, 1995), The Child and Adolescent Athlete (Blackwell Science, 1996 en 2006), Paediatric Exercise Science and Medicine (Oxford Universtty Press, 2000 en 2008) en Health and Behaviour in Childhood and Adolescence (Springer, 2002).
en heeft meer dan 400 wetenschappelijke artikelen in (inter)nationale gerefereerde tijdschriften op zijn naam staan. Uit zijn publicaties werd meer dan 5000 maal geciteerd. Kemper was niet alleen de grondlegger van het wereldwijd bekend geworden AGGO. Zijn brede, baanbrekende wetenschappelijke werk leidde tot nieuwe opvattingen op het gebied van groei en ontwikkeling, gezondheid en fitheid, over de invloed van leefstijl en het belang van bewegen. Hoogleraar-onderzoeker Kemper werd gewaardeerd om zijn inzichten en uitgangspunten, zijn positief kritische opstelling, zijn grote betrokkenheid bij zijn onderzoekspopulatie en zijn charismatische persoonlijkheid. Zijn wetenschappelijk werk ontving dan ook veel, ook internationale waardering o.a. blijkend uit drie eredoctoraten.

Spreker, redacteur, adviseur, beleidsmaker, beoordelaar
Kemper formuleerde gemakkelijk en was zich er steeds van bewust dat aandacht voor de inhoud sterk afhankelijk was van de wijze van presenteren. Vanwege de hoge relevantie van zijn onderzoek en zijn alom gewaardeerde overdrachtscapaciteiten was Kemper, in binnen en buitenland, een veelgevraagd spreker. Daarnaast verzorgde hij cursussen in het buitenland

Cursussen in het buitenland

Voorbeelden hiervan zijn: 1995: Summer Course op de Universiteit van Madison (Wisconsin, USA) voor (post)graduate studenten over epidemiologie van lichamelijke activiteit; 1996-1998: Intensive courses voor stafleden van de University of the North (UNIN) in Zuid-Afrika over research methodology, epidemiology and research proposal writing.
en participeerde in de organisatie van internationale congressen

Organisatie van internationale congressen

In 1983, 1990 en 1996 was Kemper betrokken bij de organisatie van internationale congressen in Nederland. Achtereenvolgens waren dat het Pediatric Exercise Science (Papendal), het XXIV World Congress of Sports Medicine (RAI, Amsterdam), en Problems and Solutions in Longitudinal Research (Noordwijkerhout). In 1998, 2000, 2001 en 2003 was hij mede-organisator van minisymposia op de congressen van het American College of Sports Medicine in de USA.
. Op grond van zijn kennis en ervaring, inzicht en overzicht, schrijfvaardigheid en redactionele kwaliteiten vervulde Kemper bovendien jarenlang functies in redacties, beleidsorganen, adviesraden en beoordelingscommissies. Hij had daardoor, in combinatie met een aantal specifieke publicaties gericht op de lichamelijke opvoeding, bewegingsonderwijs en sport, grote invloed op deze sectoren in Nederland.

Literaire pensionado
Na zijn emeritaat als hoogleraar in 2004 bleef Kemper zeer actief, onder meer als ‘reviewer’ en ‘editor’ van tijdschriften op het gebied van gezondheid en bewegen. Dankzij zijn pensioen kreeg hij ook de tijd en de ruimte om in publicaties meer aandacht te besteden aan het literaire aspect. Hij ging zelfs over op het schrijven van fictie, in de vorm van verhaaltjes en sprookjes voor zijn kleinkinderen. Op dit moment werkt hij aan een drieluik over de eerste dertig jaar van zijn leven. Daarnaast was Han Kemper bijna 10 jaar vrijwilliger bij de organisatie Slachtofferhulp Nederland en sinds 2013 is hij consulent bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).

Literatuurverwijzingen

  • Mechelen, W. van & Twisk, J. (eds.), (2004). Liber amicorum voor Han Kemper: beweegredenen onderzocht. Maarssen: ELSEVIER Gezondheidszorg, 196 p.
  • Kemper, H.C.G. (2004). Mijn beweegrede(n). Maarssen: ELSEVIER Gezondheidszorg, 52 p.
  • Hildebrandt, V. (2004). Bespiegelingen over de Nederlandse norm gezond bewegen (de ‘Kemper-norm’). In: Beweegredenen onderzocht: liber amicorum voor Han Kemper: Maarssen: Elsevier gezondheidszorg, p. 79-87.
  • Kemper, H.C.G. (2014; 2016). Van Henny via Han tot Han CG: fragmenten uit een leven dat van toevalligheden aan elkaar hangt. ’s-Gravenhage: KEMPER CONSEIL Publishing, Deel I, 96 p.; Deel II, 156 p.

Externe links



Auteur: Kees van Tilborg