Canonlo

Bovend'eerdt, Jan

Over deelname en kritische distantie

Johannes Hubertus Franciscus Bovend'eerdt (geboren 6-8-1938 te Sittard) werd na zijn afstuderen aan de KALO ('s-Hertogenbosch) benoemd aan het Bisschoppelijk College te Sittard. Gelijktijdig startte hij een studie aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. In het kader daarvan werkte hij drie maanden in de USA. Hij behaalde in 1967 'cum laude' het doctoraal examen pedagogiek.

Practicus én theoreticus
Vanaf 1968 tot 1990 combineerde

combineerde

Bovend'eerdt koos zeer bewust voor een combinatie van werken in de praktijk én de theorie van de lichamelijke opvoeding. Aan de KALO verzorgde hij aanvankelijk de lessen Doel en Plaats en Geschiedenis. Later was hij ook verantwoordelijk voor de vakken Pedagogiek, Theorie Lichamelijke Opvoeding (TLO), Didactiek Lichamelijke Opvoeding (DLO) en participeerde hij in de Didactische Practica.
Jan Bovend'eerdt zijn werk in Sittard met een halve weektaak aan de KALO (Tilburg). In 1977 leidde hij vanuit het CITO het normeringonderzoek bij de MOPER-fitnesstest. Dit onderzoek vormde een wezenlijk onderdeel van de doctoraatstudie

doctoraatsstudie

Het proefschrift van Jan Bovend'eerdt had als hoofdthema: welke plaats dient lichamelijke prestatiegeschiktheid te hebben binnen lichamelijke opvoeding; of welke plaats dienen biologische elementen te krijgen binnen de theorie van de lichamelijke opvoeding? K. Rijsdorp, van groot belang voor zijn promotie, was een van zijn promotoren, en C. Gordijn werd als opponent uitgenodigd. De laatste startte zijn oppositie met het volgende beeld: 'wij zijn momenteel vanuit twee geheel verschillende richtingen samen op een kruispunt aangekomen. Ik heb bemerkt dat wij elkaar veel boeiende verhalen te vertellen hebben'.
(1976-1981) over de lichamelijke prestatiegeschiktheid van de Nederlandse schooljeugd. In 1981 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit te Utrecht op basis van een tweetal publicaties, te weten:
  • MOPER fitness test, ontwikkeling van normschalen voor 12 t.m. 18 jarige jongens en meisjes in Nederland. In: De MOPER fitness test, onderzoeksverslag (Bovend’eerdt, Bernink, Van Hijfte, Kemper, Ritmeester &, Verschuur 1980);
  • Lichamelijke prestatiegeschiktheid en lichamelijke opvoeding; een bijdrage tot een didactische oriëntatie (Bovend’eerdt 1981).

Redactielid en ‘denktank’
Begin jaren zestig startte Bovend'eerdt met het leveren van bijdragen voor Thomas van Aquino . In 1966 vormde hij, samen met Jan Audenaerde en Hans Vlasblom, het legendarische redactietrio dat van 'Thomas' een kwaliteitsblad maakte. Na zijn vertrek uit de redactie in 1977 verzorgde hij nog één jaar de 'boekrubriek'. Van 1982 tot 1987 en van 1994 tot 1999 was hij bestuurslid van Thomas, waarvan de laatste twee jaar als secretaris.
Ook het succes van de Thomas Oriëntatiedagen is voor een groot deel aan Jan Bovend'eerdt te danken. Jarenlang was hij de 'denktank' en stond de programmacommissie onder zijn bezielende leiding. Zijn kennis van zaken was een garantie voor een actuele themakeuze, relevante subthema's, een breed scala aan workshops en een bonte stoet van deskundige en motiverende inleiders en workshopleiders.

Breed maatschappelijk betrokken
In 1986 kreeg Bovend'eerdt vanuit 'Thomas' een plaats in het hoofdbestuur van de KVLO. Daar beheerde hij tot 1994 voornamelijk vakdidactische portefeuilles en vervulde hij gedurende enkele jaren het vicevoorzitterschap. Hij erkende het belang van netwerken en het optreden naar buiten. Hij gaf daarin zelf het goede voorbeeld en verzorgde tevens vele lezingen en workshops tijdens congressen of studiedagen. Daarnaast gaf hij zijn sterke maatschappelijke betrokkenheid vorm als kerkmeester in Limbricht en hij droeg bestuurlijke verantwoordelijkheid in een aantal organisaties binnen het onderwijs en de sport.

In 1990 nam Bovend'eerdt afscheid van de KALO en twee jaar later stopte hij met het geven van gymnastieklessen in het VO. Hij hield zich daarna aan het Bisschoppelijk College bezig met een aantal didactische taken en was onder andere projectleider van het LOOT-project

LOOT-project

Op zogenaamde LOOT-scholen (LOOT staat voor Landelijke Organisatie Onderwijs en Topsport) krijgen jeugdige topsporters, afkomstig uit de regio, de mogelijkheid om studie en topsport te combineren.
.
Vanaf 1994 hield hij bemoeienis met het vak via bestuurstaken binnen de 'groepering Thomas' van de KVLO, de Stichting voor de wetenschap van de lichamelijke opvoeding en de sport, het Jan Luiting Fonds, het Mgr. Boymans Fonds van de NKS, het Olympisch Netwerk van NOC*NSF, het LOOT-netwerk en de Sportstichting Sittard. Daarnaast organiseerde hij een aantal jaren een buitenlandse groepsstudiereis voor leraren lichamelijke opvoeding.

Voortdurende reflectie
De grote kracht van Bovend'eerdt lag in het voortdurend kritisch reflecteren op de eigen bijdrage in de praktijk en de theorie. Vanuit die introspectie slaagde hij erin, in het perspectief van de externe ontwikkelingen, onderbouwde uitspraken over de toekomst van het vak te doen. Door de combinatie van functies en taken verkeerde hij bovendien in de situatie dat hij intensief deelnam aan een breed scala aan activiteiten op het gebied van lichamelijke opvoeding en zich gelijktijdig op een positief kritische wijze kon distantiëren van bepaalde ontwikkelingen.

In 1998 en 1999 legde Bovend'eerdt definitief zijn taken in het onderwijs en de lichamelijke opvoeding neer. De vakwereld verloor daarmee niet alleen een bijzonder aimabel man maar ook een waardevolle ontwikkelaar van het vak en een kenner van de lichamelijke opvoeding bij uitstek. Vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de samenleving en de lichamelijke opvoeding werd hij in 2006 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Literatuurverwijzingen

  • Thomas 1981(22e jaargang): p. 65; p. 69-71.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 2: Status maturandi 1956-1986, p. 243-247.


Auteur: Kees van Tilborg