Canonlo

Büchner, Harry

Non-conformist en 'categoriaal' denker

Henricus Josefus Franciscus Büchner (geboren 6 november 1932 te Singapore) groeide op in Celebes en Java. Na de overgave aan de Japanners (1941) werd hij achtereenvolgens geïnterneerd, getransporteerd naar het vrouwenkamp, weggehaald bij zijn moeder en overgeplaatst naar diverse jongens- en mannenkampen. Na de oorlog (1945) kwam hij via Bandoeng terecht in Sydney, waar hij als veertienjarige voor het eerst een klein jaar echt naar school ging. De gemiste kansen in zijn kinderjaren leidden tot een permanent gevoel optimaal te moeten leven.

Opleiding en werkervaring
Terug in Nederland (1947) haalde Harry met lof hbs-b. Hij studeerde in 1960 af aan de KALO. Na een jaar kreeg hij een aanstelling aan de KALO voor de vakken 'Doel en Plaats' en 'Geschiedenis en Stelsels'. Gelijktijdig startte hij met de universitaire studie pedagogiek (Nijmegen). Deze rondde hij in 1968 'cum laude' af.
Naast zijn volledige baan aan de KALO was hij verbonden aan andere opleidingen

verbonden aan andere opleidingen

Harry Büchner was tijdelijk werkzaam aan een kweekschool
(’s-Hertogenbosch) en van 1968 tot 1972 gaf hij les aan de Academie voor School- en Beroepskeuze te Tilburg. Hij verzorgde cursussen aan de veterinaire kliniek De Uithof te Utrecht en van 1972 tot 1985 was hij op woensdagmiddag
en -avond docent voor de vakdidactiek van het rijonderwijs op het Nationaal Hippisch Centrum in Deurne
. In 36 jaar dienstverband verzorgde hij een buitengewoon breed scala aan vakken. Naast de eerdergenoemde vakken gaf hij les in theorie van de lichamelijke opvoeding (TLO), algemene didactiek, didactiek van de lichamelijke opvoeding (DLO) en pedagogiek. Hij speelde een vooraanstaande rol in de Didactische Practica en functioneerde in vele (herstructurerings)commissies.

Pedagoog, 'bildungstheoreticus' en 'kategoriaal denker'
Al snel nadat Harry Büchner aan de KALO les geven, kwam hij vanuit de pedagogiek en de TLO in de problemen met het pedocentrisch uitgangspunt

problemen met het pedocentrisch uitgangspunt

Het adagium 'vom Kinde aus' veroorzaakte een probleem: manipuleert men het kind naar het normenpatroon van de volwassene of neemt men de kinderlijke activiteit serieus en laat men het kind alles zelf bepalen zonder een waardeoordeel te geven ('führen versus wachsen lassen')?
van de Oostenrijkse School ook. Hij moest een keuze in denken maken en de student leren waar pedagogisch denken begint en waar het ophoudt. Hij koos niet voor de reflectie van een hulpwetenschapper die zijn domein vaak zo klein mogelijk maakt teneinde het zo goed mogelijk te beheersen maar koos voor de openheid. Als rasechte pedagoog was voor hem, vanuit een antropologisch mensbeeld, steeds het criterium: Wie is de mens als volwassen persoon?
Bij zijn lesgeven lag het vertrekpunt van Büchner in het 'Kategoriaal Bildungstheoretisch Denken

Kategoriaal Bildungstheoretisch Denken

Als men achtereenvolgens het 'didactisch materialisme', het 'didactisch formalisme', het 'bildungstheoretisch denken', het 'kategoriaal denken' en het hedendaagse 'curriculumdenken' beschouwt, zat daar volgens Büchner één lijn in. In die denklijn kan niet één bouwsteen gemist worden, als men enerzijds het wezenlijke van ieder individu wil ontwikkelen en anderzijds '... de culturele eenheid van onze samenleving wil waarborgen'.
Bij de ontwikkeling van de eindtermen voor het basis- en voortgezet onderwijs constateerde hij echter dat de meeste curriculumdenkers van de jaren negentig de overige stromingen lieten liggen. Als voorstander van de 'kategoriale bildung' betreurde Büchner dat in grote mate; het curriculumdenken was volgens hem daarmee weer terug bij het didactisch materialisme.
Büchner weigerde dan ook minder abstract les te geven,en wilde de studenten enkel principes bijbrengen. Een leraar met een serie principes op gebieden als houding, beweging, leren spelen, gezondheid en onderwijs bleef zijns inziens het langste 'overeind', omdat deze zich niet altijd aan de vormpjes ophangt. De vorm vergaat immers, principes blijven.
'. Vanuit dit denken verwerkte hij tijdens zijn colleges steeds meer kenmerken van de personalistische pedagogiek volgens Langeveld (1979). Büchner wilde kinderen dus geen feiten of kunstjes leren. Hij ging steeds terug naar de vraag wat de algemeen menselijke disposities zijn, ook op motorisch gebied, die bij het kind ontwikkeld

ontwikkeld

Bij die ontwikkeling is de 'Gehalt' (het wezenseigene, de idee, de kern) in onderwijsleerstof alleen maar via de 'Inhalt' (de vorm, de schil) bij iemand over te brengen. Hij noemde dat sedimentatie van ideeën of principes. Ook de rol van de opvoeder als persoon daarbij zag hij als die van een noodzakelijke 'vorm' in het voorleven, zonder welke kinderen niet bij de 'ideeën' van de opvoeder kunnen komen.
moeten worden. Een voorbeeld van dat categoriaal denken is het schema dat hij, samen met Kees van Tilborg, in Visies in beweging ontwierp over het ontwikkelen van basisdisposities in de richting van de pedagogische werkelijkheid. In dit schema werden diverse categorieën doelstellingen gekoppeld aan vier leeftijdsgroepen binnen het basis- en voortgezet onderwijs.

Bijzondere betekenis
Harry Büchner heeft enkele interessante publicaties

publicaties

In 1973 verzorgde hij de jaaropening van de KALO met een lezing over 'Het werkterrein van de vakken TLO en DLO'. 'Zo maar een droom...' uit 1977 was een fantasietocht terug naar de oudheid. Deze lezing handelde over de onderwijsvernieuwing in de jaren zeventig en de bereidheid daarbij van practici en theoretici om te leren van de historie (Lichamelijke Opvoeding 1977: 120-121).
Bij de viering van het zestigjarig bestaan van de KALO in 1984 hield hij een referaat over het onderwijskundig verantwoord omgaan met verschillen (Thomas 1985: 338-341). In een themanummer dat ter gelegenheid van het jubileum verscheen, gaf hij aan wat de Oostenrijkse School anno 1984 nog kon betekenen (Thomas 1984: 144-152). In 1992 belichtte Büchner de relatie tussen agogiek en het aeroob uithoudingsvermogen tijdens een door de KALO georganiseerde studiedag over het aeroob uithoudingsvermogen (Lichamelijke Opvoeding 1992: 183).
In hetzelfde jaar verschenen van hem, naar aanleiding van drie studiedagen aan de KALO over het centrale opleidingsthema van het tweede studiejaar, drie artikelen over respectievelijk de relatie tussen agogiek en ontwikkelingsfasen, agogiek en sekseverschillen en agogiek en verschillen in ras, cultuur en milieu (Lichamelijke Opvoeding 1992: 52-55; 156-157; 200-201).
Voor de herstructurering van de ALO schreef Büchner samen met Kees van Tilborg in 1993 de interne beleidsnota 'Kwaliteit door eenvoud' en in 1997 verscheen van hun hand 'Visies in beweging: opleidingsconcept ALO-Tilburg'. Van dit opleidingsconcept verscheen een jaar later een Engelstalige bewerking.
op zijn naam en was altijd bereid een lezing of feestrede te houden. Van 1984 tot 1987 was hij lid van de ACHODLO. Voor deze commissie schreef hij, samen met Roel Westerhof, de belangrijkste rapporten

rapporten

De rapporten van de Adviescommissie Herstructurering Opleiding Docenten Lichamelijke Opvoeding (ACHODLO) leidden uiteindelijk, bij de invoering van de WHBO in 1986 tot het behoud van de eerstegraads bevoegdheid en de éénvakkigheid.
. Als grootste en laatste kenner van de Oostenrijkse School in Nederland gaf Büchner in Feldbach (O), tijdens het Gaulhofer Symposium (1993), een lezing over het erfgoed van de Oostenrijkse School in Nederland. Op uitnodiging van de University of Asia and the Pacific in Manilla verzorgde hij in 1995 verschillende lezingen.
Harry Büchner was de laatste ALO-docent in Nederland die als geesteswetenschappelijk pedagoog in staat was de brug te slaan tussen de vaak abstract geformuleerde theorieën van de geesteswetenschappelijke pedagogen en de praktijk van de lichamelijke opvoeding. Met hem verdween ook het personalistisch denken van de KALO.

'Homo universalis'
Het meest boeiend was Harry Büchner in zijn mens-zijn en in zijn visies op mensen. Hij communiceerde graag via taal, was een cultuurkenner, een liefhebber van muziek en toneel, hield van paarden en was jarenlang keurmeester van het Arabisch volbloed. Hij streefde naar perfectie en was een duidelijke exponent van de 'homo universalis', veelzijdig en uniek als mens en docent. Hij was geen conformist die 'ergens' bij wilde horen en deed, tot aan zijn overlijden in Moergestel op 11 augustus 2007, geen concessies aan de wortels (Griekse, Germaanse, Joodse en West-Europese) die zijn denken en handelen bepaalden.

Literatuurverwijzingen

  • Langeveld, M.J. (1979). Beknopte theoretische pedagogiek. Groningen: Wolters-Noordhoff, 259 p.
  • Büchner, H.J.F. en Tilborg, C.G.A.T. van (1997). Visies in beweging: opleidingsconcept ALO-Tilburg. Tilburg: Academie voor Lichamelijke Opvoeding, 24 p.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 2: Status maturandi 1956-1986, p. 251-256.


Auteur: Kees van Tilborg