Canonlo

Gordijn, Carl

Een eigenzinnige visionair, die velen inspireerde

Carl Christian Friedrich

Carl Christian Friedrich

Zijn voornamen dankt hij aan de gedeeltelijk Duitse wortels van zijn moeder. Hij groeide op in een degelijk gereformeerd middenstandsmilieu. Vader Jacob was ambtenaar en in zijn vrije tijd actief in de kerk en in het bestuur van de christelijke school. Hij huwde Dieuwertje Deutekom die hem een leven lang trouw terzijde heeft gestaan. Het huwelijk bleef kinderloos. Wel werden twee pleegzonen opgevoed.
Gordijn werd op 26 april 1909 geboren in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Nadat hij ergens halverwege onvrijwillig de Christelijke HBS moest verlaten, besloot hij gymleraar te worden. Als zeventienjarige begon hij in 1926 aan de avondopleiding van het Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding

Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding

Op het NILO ontmoette Gordijn Rein Bloem. Deze hielp Gordijn om te voldoen aan de turneisen en dat werd het begin van een langdurige samenwerking tussen beiden. Het Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding werd in 1912 opgericht op initiatief van de AGOV, de Amsterdamse afdeling van de huidige KVLO. Het initiatief zou een einde moeten maken aan de toenmalige situatie van vele kleine particuliere opleidingsinstituten van matige kwaliteit. Tevens was de ambitie gestalte te geven aan een nationaal opleidingsinstituut voor de lichamelijke opvoeding op academisch niveau. Het NILO bleek geen onverdeeld succes en werd uiteindelijk in 1935 opgeheven.
Literatuur: Kaandorp, F.L. en Van Tilborg, C.G.A.T. (2015). Het NILO: Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding. De Lichamelijke Opvoeding, 103e, nr. 1, p. 34-36; nr.2, p. 44-45; nr. 3, 40-41.
(NILO) te Amsterdam. Zijn opleiding verliep niet van een leien dakje. Turnen lag hem niet, maar dankzij ondersteuning van de enkele jaren oudere medestudent Rein Bloem (de latere CALO-turndocent) kwam dat uiteindelijk toch goed. In 1930 behaalde hij de middelbare akte om vervolgens zijn militaire dienstplicht te vervullen.

Van 1931 tot 1946 werkte Gordijn als vakleerkracht in het lager en voortgezet onderwijs in Amsterdam, Weesp, Kampen en Zwolle. Daarnaast behaalde hij het diploma 'heilgymnastiek en massage' en tevens startte hij bij prof. J. Waterink (Vrije Universiteit) de studie pedagogiek. Die studie resulteerde in de diploma's MO-A (1942) en MO-B (1945) en vervolgens in een doctoraal examen pedagogiek (cum laude, 1957). In 1958 werd deze studielijn afgerond met een promotie op het proefschrift Bewegingsonderwijs in het onderwijs- en opvoedingstotaal (promotor J. Waterink, Vrije Universiteit).

Oprichting CALO
In 1946 aanvaardde Gordijn de functie van leider van de studentensport aan de Vrije Universiteit (VU). Nadat Waterink in 1947 de Stichting Vrije Leergangen (aan de VU gelieerde MO opleidingen) had opgericht, startte Gordijn op instigatie van Waterink in hetzelfde jaar het Christelijk Instituut voor Lichamelijke Opvoeding. Een heel bescheiden start met drie studenten. In 1952 verzelfstandigde dit instituut zich tot Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding (CALO) en werd Gordijn tot rector benoemd. Die functie zou hij tot 1969 vervullen. De CALO verhuisde tijdens het rectoraat van Gordijn eerst naar Rotterdam (1953) en vervolgens naar Arnhem (1959). [Terzijde: sinds 1988 maakt de opleiding deel uit van de Hogeschool Windesheim in Zwolle.]

Inspirerende visie
Gedurende de CALO-periode ontwikkelde Gordijn zijn 'leer van het menselijk zich bewegen', een relationele visie op menselijk bewegend handelen, en daarop voortbouwend een vernieuwende opvatting van lichamelijke opvoeding. Dat moest bewegingsonderwijs heten en als zodanig worden ingericht. Binnen de eigen kring werd Gordijn gewaardeerd als een charismatische leider, daarbuiten roeide hij vooral recalcitrant tegen de stroom op. Teneinde een platform voor discussie en nascholing te creëren richtte hij de Werkgroep Bewegingsonderwijs op (tegenwoordig ''t Web – Netwerk rondom bewegen'). Ook als auteur 'bediende' hij vooral de eigen kringen. Hij trad bij hoge uitzondering buitenslands op (zie bibliografie C.C.F. Gordijn).

Gordijn manifesteerde zich niet alleen op het terrein van de lichamelijke opvoeding op school, maar ook op dat van spel en sport. In de jaren vijftig was hij betrokken bij de oprichting van de Nederlandse Christelijke Sport Unie en schreef hij de brochure Spel en Sport in onze maatschappij door de Christen bedreven. Zijn speciale belangstelling ging uit naar de 'gemankeerde mens'. Als adviseur speelde hij onder meer een belangrijke rol in ontwikkelingen op 's Heerenloo Loozenoord (instituut voor verstandelijk gehandicapten te Ermelo) en de Johanna Stichting (revalidatiecentrum te Arnhem).

VU hoogleraar, decaan Interfaculteit LO
In 1963 nam de VU een voorschot op het rapport van de door onderwijsminister Cals ingestelde Commissie Universitaire Studie Lichamelijke Opvoeding door Gordijn binnen de Subfaculteit der Pedagogische en Andragogische Wetenschappen te benoemen als (deeltijd) lector in de Leer van het Menselijk Zich Bewegen. Gordijn kreeg binnen die subfaculteit vervolgens gelegenheid een eigen doctoraal specialisatie te ontwikkelen. In 1969 volgde een benoeming in dezelfde subfaculteit tot gewoon hoogleraar. Daarmee kwam een einde aan zijn CALO-rectoraat.
Vanuit de nieuwe hoogleraarpositie kon hij - onder meer samen met de hoogleraar anatomie Van Faassen - beginnen met de voorbereiding van een Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding.
In 1971 werd de instelling van een Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding (IFLO) door het Ministerie van Onderwijs toegewezen aan de Vrije Universiteit. Gordijn werd benoemd tot decaan. In september 1971 startten 40 studenten met deze nieuwe studierichting. Ofschoon de oprichting van de IFLO in zekere zin gezien kan worden als de kroon op zijn werk, heeft Gordijn dit zeker niet als zodanig ervaren. Hij raakte al snel teleurgesteld doordat bij de IFLO betrokken geraakte collega-hoogleraren zijn kijk op ontwikkeling en inrichting van de faculteit niet deelden en hij regelmatig het onderspit moest delven in de strijd om personeel en geld. Hij werd ziek en dat leidde in 1974 tot een vervroegd emeritaat (destijds ging een hoogleraar doorgaans op de leeftijd van 70 met pensioen).
In 1975 werd Gordijn een officieel afscheid bereid. Hij sprak een afscheidsrede (Avontuur en Voorspelling) uit, ontving een Liber Amicorum (Bewegen is Leven), werd door de Koningin benoemd tot Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw en kreeg van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding het erelidmaatschap aangeboden.

Na zijn emeritaat trad Gordijn nog op als promotor van Bert Groenman, Bart Crum, Adri Vermeer en Jan Tamboer. Ook onderhield hij inhoudelijke contacten met oud-leerlingen en -medewerkers. Voorts trad hij met enige regelmaat op als voorganger in kerkdiensten en schilderde met hart en ziel.

Hij overleed op 20 december 1998 in Otterlo, alwaar hij ook ligt begraven.

Noot
De auteur heeft voor bovenstaande tekst behalve uit eigen documentatie en herinneringen geput uit Heij, P. (2006). Grondslagen van 'verantwoord' bewegingsonderwijs. Filosofische en pedagogische doordenking van relationeel gefundeerd bewegingsonderwijs. Budel: Uitgeverij DAMON en Verweij, K. (2002). Indrukken van Gordijn. Publicatiefonds 't Web.

Auteur: Bart Crum