Canonlo

Westerhof, Roel

Een meester in inspireren, professionaliseren en institutionaliseren

Roelof Westerhof werd geboren op 12 november 1943 te Heerenveen en groeide op in De Wijk (Meppel). De onderwijservaringen

Onderwijservaringen

Op de gymnastiekvereniging werd de basis gelegd voor de micro-teaching die Westerhof later zou invoeren. De leraar/trainer van de club maakte namelijk vaak groepjes van 4-6 kinderen die oefenden onder leiding van turners uit ‘hogere groepen’. Die ‘voorturners’ kregen heel gerichte taken. Dat was een voorbeeld van structureren en – avant la lettre - complexe lestaken reduceren tot hanteerbare eenheden.
die hij opdeed bij de gymnastiekvereniging in De Wijk bleken een unieke leerschool toen hij later het ‘leren leren’ wilde vereenvoudigen.

Het belang van een brede eigen ontwikkeling
Na het Lyceum in Meppel lag voor Westerhof een opleiding als piloot voor de hand. Door een overschot aan piloten koos hij echter voor de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen (1962-1966). Hier was hij bestuurslid van de studentenvereniging Mesacosa en deelnemer aan de internationale studentenuitwisseling. Tijdens zijn studententijd ervoer Westerhof de betekenis van het inspireren van mensen die in een team een bepaalde taak moesten volbrengen. Tevens werd hij geïnspireerd door conrector Jan Bos en rector Geert Groenman. Deze laatste zette Westerhof op het spoor van een brede persoonlijkheidsontwikkeling, een maatschappelijke betrokkenheid en de rol daarbij van het ‘informele curriculum

Informele curriculum

Op grond van zijn ervaringen als student, en als student-assistent (1970-1972) Sociale Wereldorëntatie aan de Rijks Universiteit Groningen, zag Westerhof steeds meer het belang in van de eigen ontwikkeling van de studenten. Het opdoen van ervaringen en het leren van vaardigheden vond hij de moeite waard, maar het was belangrijker als je daarmee een plaats zou kon verwerven, geaccepteerd zou kunnen worden of binding tussen mensen zou kunnen creëren. Daardoor raakte Westerhof overtuigd van het belang van het informele curriculum en stimuleerde hij, onder andere via een Studium Generale, het constant werken aan sfeer, entourage, participatie, algemene ontwikkeling en betrokkenheid.
’.

Stimulator van praktijk gericht onderzoek
Aansluitend op zijn militaire dienstplicht

Militaire dienstplicht

Tijdens zijn militaire dienst was Westerhof gelegerd bij de NATO in Hesepe en Hessisch-Oldendorf (Dld.). Daar was hij zowel sportofficier voor het personeel als leraar lichamelijke opvoeding voor de ‘NATO-kinderen’ (kleuter, lager en voortgezet onderwijs) van Nederlandse officieren.
(1966-1968) studeerde Westerhof pedagogiek

Pedagogiek

Aan de Rijksuniversiteit Groningen participeerde Westerhof binnen zijn afstudeerrichting onderwijskunde in projecten Sociale Wereldoriëntatie en volgde hij enkele specialisaties zoals methodologie van onderzoek en senso-motoriek (neuroanatomie en neurofysiologie).
(1968-1974). Hij kreeg studieboeken vol theoretische bespiegelingen en filosofische beschouwingen, maar was juist op zoek naar een meer empirisch toetsbare theoretische benadering van het lesgeven. Aanvankelijk combineerde Westerhof zijn studie met lessen LO aan de Ripperda-school te Winsum (1968-1970). Nog zoekend naar de essentie

Zoekend naar de essentie

Westerhof raakte gedurende zijn opleiding aan de ALO Westerhof nogal verward door veel vage filosofische formuleringen en door theoretisch pedagogische beweringen. Die bevatten weliswaar inspirerende kenmerken, maar tegelijk ontbrak het aan broodnodige gereedschap om complexe klas-problemen op te lossen. ook tijdens zijn studie pedagogiek had hij vastgesteld dat de theoretische pedagogiek wel inspiratie verschafte maar dat het ontbrak aan empirisch onderzoek dat voldoende steun / gereedschap bood voor het hanteren van individuele en klassikale gedragsproblemen. Door steeds te puzzelen met bovengenoemde tegenstellingen kwam Westerhof geleidelijk tot ontdekking dat het in het onderwijs barst van de ‘logisch klinkende redeneringen’ die later helaas allemaal niet bleken te kloppen met ‘de werkelijkheid’, ofwel de getoetste waarnemingen. Onderwijs zat daar vol van en zit daar volgens Westerhof nog vol van. Hij raakte gefascineerd door handboeken over (onderzoek naar) methoden van onderwijzen (N.L. Gage; N.E. Wallen & R.M.W. Travers). In deze handboeken vond hij het onderscheid tussen massa’s ‘aannemelijke redeneringen’ en ‘heldere werkhypothesen' enerzijds en ‘wat er feitelijk toe bleek te doen’ anderzijds. Dat soort zaken wilde Westerhof over brengen in zijn lessen methodologie en didactiek aan de ALO. Hij probeerde studenten in te laten zien dat in de ontwikkeling van kennisgebieden een moeizame strijd, in bovengenoemd onderscheid, normaal is: verreweg de meeste hypothesen blijken achteraf namelijk niet juist te zijn, of slechts onder bijzondere omstandigheden.
van opleiden accepteerde hij, op verzoek van Jan Bos

Op verzoek van Jan Bos

Jan Bos, destijds con-rector aan de ALO te Groningen, had Roel Westerhof eerder al gestimuleerd om onderwijskunde te gaan studeren. Bos constateerde dat studenten op de ALO veelal enthousiast begonnen met hun opleiding, maar dat een flink aantal in de loop van de studie 'struikelde' op het lesgeven en dan, al of niet verplicht, stopten met de studie. Bos, die bezig was structuur aan te brengen in de opleiding, vroeg de studenten wat ze misten in de opleiding om goed te kunnen lesgeven. Toen Westerhof eenmaal docent was aan de ALO deelde hij de antwoorden van de studenten met Westerhof en verzocht hem daar een oplossing voor te zoeken.
, echter al snel een aanstelling (1970) als docent aan de ALO-Groningen voor de vakken Geschiedenis en Didactiek Lichamelijke Opvoeding. Tijdens werk en studie kwam Westerhof achter de vruchtbare werking van ‘micro-teaching’ en ‘classroom-management’. Hij was geïntrigeerd in de oorzaken van falen en succes bij het lesgeven van de ALO-studenten. Hij vroeg hen daar naar, analyseerde hun lesgeefgedrag en gaf vervolgens feedback. Dat leidde aan de ALO tot het invoeren van micro-teaching bij de onderwijstraining en tot stage-lessen met radio-feedback tijdens het lesgeven. Van 1975 tot 1985 was Westerhof zowel docent aan de ALO als docent methodologie van onderzoek en statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (Stichting Pedagogisch Onderwijs). Dat was een ideale werkcombinatie om zijn opvattingen in de praktijk te brengen. De inmiddels empirisch-wetenschappelijk geschoolde Westerhof kon nu in de opleiding een verbeterde didaktiek invoeren die was gebaseerd op gegevens uit kwantitatief en/of kwalitatief wetenschappelijk onderzoek. Hij paste daarmee in zijn lessen al vroeg ‘evidence based practice’ toe.

Manager, (her)structureerder en bestuurder
Als vanzelfsprekend werd Westerhof conrector (1984-1987) en afdelingsdirecteur (1987-1992) van de ALO-Groningen. In die functies werkte hij aan een ALO die paste binnen de herstructureringen van de lerarenopleidingen van die tijd en waarin studenten werden bekwaamd voor voor micro-, meso- en macrotaken in het regulier en speciaal onderwijs. Op grond van zijn veelzijdige expertise, uitgesproken visie, scherpe analyse, en heldere formulering, werd Westerhof tijdens zijn ALO-periode veel gevraagd

Veel gevraagd

Westerhof werd veel gevraagd om als inleider, workshopleider, of organisator een bijdrage te leveren. Hij deed dat tijdens afdelingsbijeenkomsten, regionale en landelijke studiedagen, en tijdens congressen (waaronder in Finland, Duitsland en Oostenrijk). Enkele bijzonder taken/functies die hij vervulde zijn:
  • Coördinator van het Informatica Stimuleringsplan Opleidingen ALO;
  • Medeauteur (met O. Loopstra) van een rapport voor de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid;
  • Voorzitter van een ontwikkelgroep van het ministerie van OCW voor eindtermen van de Basisvorming LO-VO;
  • Lid van de werkgroep Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen;
  • Docent Methodologie Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen;
  • Lid van de Advisory Board van het Nederlands Researchprogramma naar Gewichtsbeheersing;
  • Examinator en examenontwerper van een cursus Lichamelijke Opvoeding te Willemstad (Curaçao);
  • Trainer van het sportkader voor sportbonden en -verenigingen in Willemstad (Curaçao).
om zijn inbreng te hebben. Hij deed onderzoek in het kader van de toelatingsselectie aan ALO’s en de harmonisering van het toelatingsbeleid. Maar één van zijn grootste landelijke taken verrichtte hij (1984-1988) binnen de ACHODLO , met als resultaat het behoud van de ongedeelde, eenvakkige, eerstegraads opleiding. Westerhof vond vitalisering van het vak belangrijk en zette zich daarom ook in voor de vakvereniging. Hij was lid van de redactieraad van De Lichamelijke Opvoeding (1982-1984) en lid van het hoofdbestuur (1984-1993). Hij merkte bij de KVLO wel enig respect voor ‘evidence based’ onderzoek, maar stoorde zich aan het in stand houden van de tegenstelling tussen sport en lichamelijke opvoeding en het niet leggen van een sterke link tussen LO/sport en gezondheidszorg. In de publicaties van Westerhof lag, naast het onderwerp ‘gezondheid’, het accent op wetenschappelijk onderzoek, effectiviteit en efficiency van onderwijs, en kwaliteit in relatie tot geïnvesteerde energie.

Sterk geëngageerd
In 1991 deed het hogeschoolbestuur een klemmend beroep op Westerhof zijn vaardigheid in het leiden van een onderwijsinstelling elders in de hogeschool

Elders in de hogeschool

In een hectische tijd met veel fusies, grote veranderingen en meningsverschillen was op zeker moment de kennis en ervaring van Westerhof met het leiden van een onderwijsinstelling elders in de Hogeschool hard nodig. Tussen 1991 en 2006 vervulde hij daar een aantal functies zoals sectordirecteur (communicatie en educatie, gezondheidszorg), faculteitsvoorzitter (economie), directeur Onderwijs en Studentenzaken en beleidsadviseur van het College van Bestuur.
in te zetten. Na zijn afscheid van de ALO (1992) raakte hij, als bestuurslid van het Studium Generale van de RUG en de Hanze Hogeschool, betrokken bij de Senioren Academie. Hier zat hij, namens genoemde onderwijsinstituten, in het bestuur, en als lid van de programmaraad participeerde hij in het ontwerpen en uitvoeren van cursussen. Ook na zijn pensionering bleef hij dat doen en zette zich daarnaast, vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid

Maatschappelijk betrokken

Uit de thema's (duurzame energie, zelfvoorziening in energie, 'healthy aging', crisisbeheersing, machtsconcentratie etc.) die Westerhof aandroeg voor de Senioren Academie bleek zijn brede maatschappelijke betrokkenheid. Hij zat bovendien in diverse netwerken die zich inzetten om, met succesverhalen van positieve interventies op het gebied van het beheersen van de bevolkinsgroei en de consumptie per persoon, de leefbaarheid op aarde te verbeteren en vernieling van de aarde tegen te gaan. Westerhof was bovendien:
  • Lid van de stuurgroep ICT-ontwikkeling Noordelijk HBO_WO
  • Lid, en later voorzitter, van de Raad van Commissarissen Rabobank Norg-Peize, later Noordenveld;
  • Voorzitter van het bestuur van het IGNN (instituut voor gezondheidszorgopleidingen en -dienstverlening Noord Nederland;
  • op verzoek van het Oranje Fonds coach voor startende sociale ondernemers;
  • energie-consultant voor energie-besparing en nieuwe technologie binnen de Energie Coöperatie Noordseveld;
  • Marshal bij golfclub Holthuizen te Roden.
, in voor het bevorderen van energietechnologie en ecologische stabiliteit.

Literatuurverwijzingen

  • Kramer, J.P. en Lommen, N. (1987). Geschiedenis van de lichamelijke opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luiting Fonds, p. 181-184.

Auteur: Kees van Tilborg