Canonlo

1998

2000

2001

‘Belang van bewegingsonderwijs. Over legitimatie en algemene doelstellingen van het schoolvak lichamelijke opvoeding’

Overzicht verdiepingsteksten

De bijdrage van Harry Stegeman aan de ontwikkeling van de lichamelijke opvoeding

Tegenwoordig is de vakwereld bijna unaniem van mening dat lichamelijke opvoeding op school ingevuld moet worden als een onderwijsleergebied. Voor de komst van de kerndoelen en eindtermen van de verschillende onderwijstypen waren de opvattingen veel meer verdeeld. Bart Crum en Harry Stegeman, beiden verbonden aan de Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding (nu faculteit Bewegingswetenschappen) van de Vrije Universiteit in Amsterdam, publiceerden tot 1986 geregeld over voorkomende legitimeringen. Crum (1979) onderscheidde destijds vier ideaaltypische vakconcepten: een biologisch, een bildungstheoretisch, een gedragstheoretisch en een handelingstheoretisch vakconcept. Binnen die laatste visie kan weer sprake zijn van een personalistisch en van een kritisch-constructief vakconcept.

Kritisch-constructief bewegingsonderwijs
Harry Stegeman wijdde zijn promotieonderzoek aan de legitimatie en de algemene doelstellingen van lichamelijke opvoeding. Zijn proefschrift verscheen in 2000 onder de titel Belang van Bewegingsonderwijs. Over legitimatie en algemene doelstellingen van het schoolvak lichamelijke opvoeding. Hij beantwoordde daarin de vraag hoe het schoolvak lichamelijke opvoeding gedurende de afgelopen halve eeuw in Duitsland, het Angelsaksische gebied en met name Nederland is gelegitimeerd en welke algemene doelstellingen in het verlengde daarvan werden aangewezen. Van daaruit komt hij tot zijn beargumenteerde visie op het belang en de algemene doelstelling van het huidige bewegingsonderwijs.
Uitgaande van het kritisch-constructieve bewegingssocialisatieconcept (Crum, 1982; Crum en Stegeman, 1986; Faber, 1989; Stegeman, 2000) wordt gestreefd naar een balans tussen de persoonlijke en de maatschappelijke invalshoek, waarbij ruimte is voor zowel persoonlijke ontplooiing als maatschappelijke toerusting. In deze vakvisie gaat het erom dat leerlingen op een eigen en kritische manier leren deelnemen aan onderdelen van de bewegingscultuur. Daarbij kan het gaan om de traditionele georganiseerde sportcultuur, maar ook om het ongeorganiseerde of het profitcircuit van sportieve vrijetijdsbesteding (Bax en Van den Heuvel, 2005; 2008).

Bekwaam maken voor deelname aan bewegingscultuur
Stegeman formuleert de algemene doelstelling van het bewegingsonderwijs als: 'Het bewegingsonderwijs is erop gericht de leerlingen bekwaam te maken voor zelfstandige, verantwoorde, perspectiefrijke en blijvende deelname aan de bewegingscultuur' (Stegeman, 2000, p. 159). In zijn proefschrift, maar ook bijvoorbeeld in het Basisdocument Bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs (2007) en in zijn afscheidsrede Bewegingsonderwijs op waarde geschat (2008), wordt deze doelformulering beargumenteerd en verder uitgewerkt. Het gaat er uiteindelijk om dat jongeren blijvend betrokken raken bij sport en bewegen. Dat kan alleen als er op school voor iedereen perspectief is: iedereen moet zich 'kwijt' kunnen, iedereen moet succeservaringen op kunnen doen, iedereen moet met plezier kunnen deelnemen. Die deelname moet wel verantwoord zijn: er moet 'gezond' en met inachtneming van aanvaarde waarden en normen worden geparticipeerd. De leerlingen moeten in hoge mate zelfstandig aan de slag kunnen, wat vraagt om een 'meervoudige deelnamebekwaamheid': ze moeten over bewegingsvaardigheden beschikken, het bewegen kunnen regelen, met elkaar kunnen bewegen en inzicht in bewegingssituaties hebben.

Deze doelformulering voor lichamelijke opvoeding in het primair en het voortgezet onderwijs kreeg een breed draagvlak in de vakwereld en wordt vaak geciteerd. Ook de KVLO refereerde eraan in haar Beroepsprofiel leraar lichamelijke opvoeding (2004; 2010). De 'Werkgroep Toekomstvisie LO' van de SLO, de KVLO en de gezamenlijke ALO's constateerde dat de vakwereld anno 2011 het als haar voornaamste taak ziet 'kinderen vanuit een pedagogische invalshoek beter bekwaam te maken voor blijvende, perspectiefrijke, zelfstandige en verantwoorde deelname aan de bewegingscultuur' (Brouwer et al., 2011: p. 24) en voorzag dat ook in 2028 'leerlingen beter leren deelnemen aan bewegingssituaties' nog altijd de kern van het vakgebied zal zijn (ibid: p. 42).
Naar beter bewegingsonderwijs
Wat weten we eigenlijk van de huidige kwaliteit van het bewegingsonderwijs? Weliswaar bieden de kerndoelen en de eindtermen en het daarvan afgeleide onderwijsprogramma een referentiekader, maar in hoeverre kunnen de leerlingen, de leraren en de samenleving zich hierin vinden? En in hoeverre weerspiegelt het de dagelijkse onderwijspraktijk? Wat leren de leerlingen eigenlijk in de gymlessen? Gaan de leerlingen door die lessen ook buiten school meer sporten en bewegen? Hoe stimulerend zijn de leraren daarbij? Hoe houden de leraren (en de lerarenopleiders) hun deskundigheid op peil?
Om deze en andere vragen draaide het in het project 'Kwaliteit van Lichamelijke Opvoeding' (2002-2006) van het Mulier Instituut. Harry Stegeman was projectleider, de uitvoering lag mede in handen van vertegenwoordigers van de ALO's en de SLO. In de publicatie Naar beter bewegingsonderwijs (Stegeman, H. (red.), 2007) doen zij verslag – de essentie: het gaat lang niet slecht met het vak bewegingsonderwijs in Nederland, maar er is werk aan de winkel - en formuleren ze conclusies en aanbevelingen.

Suggesties voor doorstuderen

  • Crum, B.J. (1979). 'Opvattingen over de identiteit van het vak'. De Lichamelijke Opvoeding, 340-349.
  • Crum, B.J. (1982). 'Over de gebruikswaarde van bewegingsonderwijs'. In: NKS Sportcahier Bewegen op School en Wat daarna? (pp. 16-24). Den Bosch: NKS.
  • Crum, B.J. (2011). 'Vakconcepten: belang en kritische bespreking'. In: Stegeman, H., Brouwer, B. en Mooij, C. (red.). Onderwijs in bewegen. Basisthema's in bewegingsonderwijs en sport. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Faber, K. (1989). Bewegingsonderwijs op maat. Over de fundering en inrichting van het bewegingsonderwijs in de eerste fase van het voortgezet onderwijs. Baarn: Bekadidact.
  • Stegeman, H. (2000). Belang van bewegingsonderwijs, over legitimatie en algemene doelstellingen van het schoolvak lichamelijke opvoeding. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Stegeman, H. (2001). Bewegingsonderwijs: belang en bedoeling. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Stegeman, H. (2007). 'Het vakconcept: bekwaam maken voor deelname aan bewegingscultuur'. In: Brouwer, B. (red.). Basisdocument Bewegingsonderwijs voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs, pp. 21-30. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Stegeman, H. (2008). Bewegingsonderwijs op waarde geschat. Afscheidsrede, in verkorte vorm uitgesproken ter gelegenheid van het afscheid als lector Bewegen en gedragsbeïnvloeding aan de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. Zwolle: Windesheim.

Literatuurverwijzingen



Auteur: Hilde Bax