Canonlo

Nijsten, Huub

Oprichter en eerste directeur van het CILG (1924-1933)

Wilhelmus Hubertus Nijsten werd op 7 april 1871 geboren in Groot-Genhout, een gehucht onder de gemeente Beek (Limburg). Tijdens zijn opleiding tot onderwijzer aan de Kweekschool (Maastricht) ontstond zijn liefde voor de gymnastiek en behaalde hij de akte van bekwaamheid in de vrije- en ordeoefeningen der gymnastiek. Gedurende zijn militaire diensttijd slaagde hij (1892) voor de lagere akte gymnastiek. Met zelfstudie behaalde hij akten voor talen en wiskunde en in 1896 slaagde hij voor de akte gymnastiek lager onderwijs en in 1899 verscheen een eerste bijdrage van hem in het tijdschrift Olympia (13e, No. 40, p. 1-2).

Inspecteur met invloed
In 1902 kreeg Huub Nijsten een aanstelling als leraar gymnastiek aan de Rijkskweekschool en de Rijksnormaalschool in Maastricht. Daar richtte hij een particuliere opleiding op voor de Akte gymnastiek Middelbaar Onderwijs.
Toen de overheid in Nederland in 1913 een inspectie instelde, werd Nijsten op 1 juni 1913 inspecteur van de lichamelijke opvoeding in de eerste inspectie

inspecteur van de lichamelijke opvoeding in de eerste inspectie

Als inspecteur was Huub Nijsten medeverantwoordelijk voor het tot stand komen van het getuigschrift als sportleider/leidster (1913), het getuigschrift als leider/leidster van lichaamsoefeningen (1913), het examenprogramma Akte gymnastiek Middelbaar Onderwijs (1917), wijzigingen in het examenprogramma voor ‘vak J’ en ‘vak S’, dat deel van de lageronderwijswet van de Visser van 1920 waarin lichamelijke opvoeding een verplicht vak werd op alle lagere scholen.
(Gelderland, Noord-Brabant en Limburg). In zijn houding, beweging, uiterlijke verschijning en uitstraling zat een vorm van dominantie en arrogantie die voor een inspecteur uit die tijd kenmerkend was, waardoor hij gehoorzaamheid afdwong en afstand schiep.
Door zijn karakter, vakmanschap en vele contacten had Nijsten zeer veel invloed in de wereld van de lichamelijke opvoeding. Hij was lid van de Zuider Gymnastiek-onderwijzers Vereeniging, een afdeling van de KNVLO waarvan hij ook penningmeester is geweest. Hij schuwde het niet stelling te nemen en zijn 'pakkende betoogtrant' vond veel bijval tijdens lezingen, discussies en vergaderingen.
Vanaf 1931 was hij adviseur van de in 1919 opgerichte Nationale Roomsch Katholieke Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Gymnastiek en was hij leider van de Rotterdamsche Gymnastiek- en Schermvereeniging.

De vrije en gereglementeerde gymnastiek
De belangrijkste publicatie

belangrijkste publicatie

Voor de kweekscholen schreef Nijsten nog De theorie en de practijk der gymnastiek voor het examenvak ‘J’ (1912). Eind 1932 verscheen in eigen beheer een brochure van elf pagina’s, getiteld Knotsen; bewegings-vormen. In deze brochure deelde Nijsten de oefenstof met knotsen in naar de oefenstofrubrieken zwaaien, kreitsen, kringelen, wippen, slingeren, slaan, weren, heffen, brengen en verbindingen.
van Nijsten was De vrije en de gereglementeerde gymnastiek voor de lagere school, deel I (1911). In dit handboek ontwikkelde hij een variant op de Nederlands-Duitse gymnastiek, met een eigen oefenstofindeling en daaraan gekoppelde terminologie. Deze zogenaamde 'Zuidermethode' had veel aanhang, met name in Zuid-Nederland, maar voegde niet die extra dimensie toe waar het onderwijs op dat moment behoefte aan had.

Oprichter van 'het CILG'
Als grondlegger van het in 1924 opgerichte R.K. Centraal Instituut tot vorming van Leerkrachten voor de Gymnastiek (CILG) was Nijsten de onbetwiste 'leider' van het instituut. Hij was een begenadigd maar streng lesgever voor zowel de theorie- als de praktijkvakken. Voor de zeer uitgebreide correspondentie die hij voerde, had hij geen ondersteuning; hij schreef alle brieven zelf. De docenten en studenten dweepten met hem, omdat hij persoonlijk in hen geïnteresseerd was en begaan was met lichamelijke opvoeding en jeugd. De bekendheid en de uitbreiding van het CILG was daarbij zijn primaire zorg.

Vorm én inhoud
Nijsten was een autoriteit die gezag uitstraalde door zijn inspirerende persoonlijkheid, vakkennis en vakbekwaamheid. In de omgang was hij hoffelijk en 'ook hier streefde hij naar een perfectie van den vorm, vorm die niet zonder inhoud was' (LO 1933: 361-366). Als streng en vroom katholiek stond hij voor waarden en leefde hij normen en vormen voor, verdedigde die en ging daarvoor in de aanval.
Het leven en werken van Nijsten kenmerkte zich door professionaliteit, perfectie en wilskracht. Hij was een onvermoeibaar harde werker die zijn organisatietalent inzette voor elke zaak waarvoor hij streed. Als erkenning van zijn werk voor de lichamelijke opvoeding en voor de overheid werd hij in 1927 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij was ereburger van de gemeente Maastricht voor zijn vele verdiensten voor deze stad en erelid van de Nationale Roomsch Katholieke Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Gymnastiek.
Huub Nijsten overleed op 28 augustus 1933 in zijn woonplaats Den Bosch.

Literatuurverwijzingen

  • Archief Fontys Sporthogeschool (voorheen ALO-archief): onder Nij.
  • Nijsten, W.H. (1911). De vrije en gereglementeerde gymnastiek voor de lagere school, deel I (zonder werktuigen). Groningen: Wolters, 352 p.
  • R.K. Vakblad voor gymnastiek (s.d. waarschijnlijk 1926 of 1927); extra nummer ter gelegenheid van de benoeming van Nijsten tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
  • Korpershoek, J.M.J. (1933). W.H. Nijsten †, in leven inspecteur van de lichamelijke opvoeding in de 1ste inspectie. De Lichamelijke Opvoeding, 21e jaargang (No. 16): p. 361-366.
  • R.K. Vakblad voor gymnastiek (1933, 8e jaargang, no. 5). In memoriam W.H. Nijsten.
  • Korpershoek, J.M.J. (1933). W.H. Nijsten †. In: De Lichamelijke Opvoeding, 21e, no. 16, p. 361-366.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 1: Status nascendi 1924-1956, p. 67-70.
  • Derks, M. (2000). Bezield Bewegen: 50 jaar Thomas van Aquino, katholieke vereniging van docenten lichamelijke opvoeding. Zeist: Jan Luiting Fonds (nr. 68), 221 p.


Auteur: Kees van Tilborg