Canonlo

1922

1924

1925

R.K. Centraal Instituut tot vorming van Leerkrachten voor de Gymnastiek

Van CILG via KALO en ALO-Tilburg naar Fontys Sporthogeschool (Eindhoven)

Het initiatief voor een 'Roomsche opleiding' van leerkrachten in de gymnastiek kwam van Huub Nijsten, destijds inspecteur van de lichamelijke opvoeding. Zijn drijfveren kwamen voort uit het emancipatorische streven van de katholieken rondom de eeuwwisseling. Hij kreeg voor zijn plannen en argumenten voor de opleiding

Argumenten voor de opleiding

Nijsten voerde drie argumenten aan:
  1. de opkomst van nieuwe, voor katholieken niet aanvaardbare, nieuwe stelsels;
  2. de opkomst van de naaktcultuur vanuit Duitsland;
  3. het doorgeven van het principiële denken in pedagogiek en geschiedenis van de lichamelijke opvoeding.
steun van de katholieke vakvereniging 'De Nationale' en de R.K. Leergangen in Tilburg. Zodoende kon op 15 november 1924 het 'R.K. Centraal Instituut tot vorming van Leerkrachten voor de Gymnastiek' (CILG) worden geopend. Nijsten werd directeur en moest onmiddellijk zware gevechten leveren: enerzijds voor de erkenning van zijn katholiek opleidingsinstituut en anderzijds voor zijn vakconcept van de 'Zuidermethode'.

Zoeken naar continuïteit
De opleidingsduur was drie jaar en was gekenmerkt door beperkte opleidingsmogelijkheden

Beperkt opleidingsmogelijkheden

Dat gold met name wat betreft de beschikbare financiën en accommodatie. Het vakkenpakket was dan ook lange tijd eenvoudig, de docenten nauwelijks bekwaam en de examenresultaten jarenlang slecht.
De lessen waren elke week gepland op twee middagen en avonden en werden aangevuld met vakantiecursussen.
. Desondanks voelden de studenten zich lid van een kleine 'gemengde' familie (wat betreft herkomst, opleiding, leeftijd en geslacht). De (lustrum)vieringen werden groots opgezet en in 1940 werd de studentenvereniging CILG opgericht.
Tijdens de economische recessie in de jaren dertig leek de opleiding ten dode opgeschreven. Vanwege het staatsexamen propageerde toenmalig directeur Arie Tervoort van 1934 tot 1940 de 'Haagse Kweekschool'. Een inhoudelijke plaatsbepaling leidde in 1940 tot een teamkeuze voor het systeem van de Oostenrijkse School. Tervoort verbeterde de kwaliteit van het docententeam maar het aantal studenten daalde. De opleiding maakte als het ware twee keer een wederoprichting mee: 'dankzij' de bezetter aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, en dankzij de bevrijders in 1945. De opleiding had toen een jaar stil gelegen door het ontbreken van vervoersmogelijkheden.
Na WO II werd het beroep aantrekkelijker en groeide de opleiding, ook in aanzien en niveau.

Zoeken naar eenheid en eigenheid
'Pa' Tervoort

Pa Tervoort

P.A. Tervoort werd door velen ‘pa’ genoemd, niet vanwege zijn initialen P.A., maar vanwege zijn vaderlijke benadering en gemoedelijke studentgerichte omgang.
bracht de opleiding in 1951 voor het eerst onder op een 'eigen' volwaardige accommodatie in Den Bosch. Drie jaar later veranderde de naam in KALO

KALO

Katholieke Academie voor Lichamelijke Opvoeding.
. De overgang in 1956 naar een vierjarige gesubsidieerde dagopleiding zorgde voor een snelle rijping naar een volwassen instituut met een volwaardig curriculum, internationale contacten, een eigen accommodatie in Tilburg (1967) en vele prominente docenten zoals Jo Kroese, Jos Aarts, Lei Derichs, Ton van den Wildenberg, Gérard Lenssen, Wim van Heumen, Cees Slaats en vele anderen. Als gevolg van de dagopleiding gingen veel studenten 'op kamers' en begon de studentenvereniging, met talrijke disputen, aan een bijzonder bloeiperiode.
Onder rector Willem van der Bijl (vanaf 1959) en daarna Jacques Neutkens (vanaf 1978) heerste lange tijd eenheid in opvattingen over het vakconcept en consensus over de bijzondere instituutsidentiteit. De erosie aan het 'bastion' de kerk en het afscheid van de Oostenrijkse School zette op alle gebieden aan tot humanisering, innovatie, vernieuwing en diversificatie. Bij deze ontwikkelingen bleef de sterke 'wij-cultuur' en de sublieme sportieve sfeer behouden.

Zoeken naar professionaliteit en kwaliteit
In 1986 verloor de KALO de 'K' (werd ALO-Tilburg) en als gevolg van individualiseringstendensen, overheidsvoorschriften en bezuinigingen werd de invloed van de steeds sneller veranderende buitenwereld zichtbaar. Permanente en zeer intensieve processen van herstructurering leidden decennialang tot ingrijpende 'restauraties'

Restauraties

Denk daarbij onder andere aan:
  • verdwijning van jaarklassen;
  • vermindering van contacturen;
  • invoering van studiepunten;
  • liberalisering van kledingvoorschriften;
  • centrale opleidingsthema's, leren reflecteren, expliciet geformuleerde opleidingsconcepten; maatwerk in opleidingen en leerroutes, visitaties en accreditaties, de bachelor-masterstructuur, competentiegericht onderwijs, assesments en portfolio's, stroomlijnen van de interne organisatie, andersoortige samenwerkingsverbanden, renovatie van het gebouw, opstarten van marktgerichte taken/zakelijke dienstverlening, managementcontracten met managementrapportages, personeelsbeleidplannen, functioneringsgesprekken, raad van advies en klankbordcommissies, aandacht voor marketing en communicatie, en een lectoraat (zie kader).
. De professionalisering en kwaliteitsverbetering werd ingezet onder directeur Kees Dikker (vanaf 1985) en kreeg extra impulsen onder Kees van Tilborg (vanaf 1995). Deze schreef, samen met Harry Büchner, een opleidingsconcept met daarin doelstellingen per leeftijdsfase.
De opleiding groeide

groeide

Het aantal studenten groeide tot 1250 studenten in 2006. Daarna zette de groei onder Roel Bakker explosief door als gevolg van de introductie van een separate ‘bachelor of sports and movement’ en het voor deze opleiding loslaten van een selectie op grond van aanvullende praktische eisen. Bakker (2006-2007), zijn opvolger Jos de Kooning (2007-2009) en diens opvolger Wim Daals (2009-2012) bleven slechts kort als directeur aan de Sporthogeschool verbonden.
en kreeg zijn relatieve autonomie weer terug als Fontys Sporthogeschool (2000). Onder Wim Daals (directeur 2009-2012) en Matty van Est (vanaf 2012) kwam de samenvoeging tot stand van de opleidingen in Tilburg en Sittard in een nieuw gebouw in Eindhoven (2012). Het eerder ingezette proces van diversificatie leidde ook tot nieuwe succesvolle opleidingen

Nieuwe opleidingen

Zoals sporteconomie (1998); opleiding tot golfprofessional A en B (1998-2011), Sportkunde (vanaf het studiejaar 2017-2018; deze opleiding startte in 2001 in Sittard onder de naam ‘Sport- en Bewegingseducatie’), de deeltijdopleiding, de specialisatie speciaal bewegingsonderwijs en de Master Sport- en bewegingsonderwijs (vanaf het studiejaar 2017-2018; deze opleiding heette bij de start in 2009 ‘Master of sports’).
.

Gedurende de historie van de opleiding is wat betreft vakconcept, opleidingsdidactiek en levensbeschouwelijke identiteit een langzame verschuiving te constateren van uniform naar pluriform, van homogeen naar heterogeen, van interne gerichtheid naar oriëntatie op de veranderende buitenwereld en het aangaan van samenwerkingsverbanden.

Lectoraten

Lectoraat

Lectoraten zijn vlak na de laatste eeuwwisseling ontstaan om te voorzien in de toenemende behoefte aan praktijkrelevante wetenschappelijke kennis, en daarmee bij te dragen aan de onderbouwing van de hbo-curricula. Juist voor de lichamelijke opvoeding een zeer wenselijke ontwikkeling, omdat het vak in tegenstelling tot andere schoolvakken in Nederland geen plaats heeft aan universiteiten.

Met de onderzoeksactiviteiten binnen het lectoraat ‘Move to Be’ wordt vanaf 2013, onder leiding van lector dr. Steven Vos, de basis gelegd voor een verdere professionalisering van studenten, docenten en professionals. Het lectoraat ‘Move to Be’ (voorheen lectoraat Fysieke Activiteit & Gezondheid

Lectoraat Fysieke Activiteit & Gezondheid

Dit lectoraat is begin 2007 gestart en heeft onder leiding van lector dr. Lars Borghouts de eerste jaren onder andere onderzoek gedaan naar de bijdrage van de lichamelijke opvoeding aan een actieve leefstijl. Zo deed het als eerste een grootschalig onderzoek naar de intensiteit van de gymles in Nederland. Het onderzoek breidde zich verder uit, ook naar andere aspecten van het vak zoals didactiek en sociale wetenschappen, en groepeerde zich rond twee thema's: bewegingsonderwijs en bewegingsstimulering. Er werd samengewerkt met de universiteiten van Maastricht, Gent en Cambridge. Voor de curricula van Fontys Sporthogeschool ontwikkelde het lectoraat een praktijkonderzoekslijn; studenten van zowel bachelor- als masteropleiding worden op die manier betrokken bij lectoraatsonderzoek. Vanuit een behoefte aan verbreding richtte het lectoraat zich in de loop der jaren, op alle levensfasen en op meerdere pedagogisch-didactische invalshoeken . Het lectoraat wilde met name op een innovatieve manier bijdragen aan koerswijzigingen op het gebied van een gezonde levensstijl.
) werkt in nauwe samenwerking met het onderwijs en het werkveld aan slimme oplossingen om verantwoord en duurzaam te sporten en bewegen. Het doet dit op maat van personen, hun omgeving en de setting waarin ze vertoeven en voor alle levensfasen van een mens: van het kind dat geïnspireerd wordt door het bewegingsonderwijs tot de senior die het plezier in sport en bewegen (opnieuw) ontdekt.
Het lectoraat ‘Move to Be’ zet nadrukkelijk in op het opbouwen van empirische evidentie en het ontwikkelen van tools in het bewegingsonderwijs (o.a. wat betreft het motiveren en beoordelen van leerlingen, het creëren van inspirerende omgevingen, etc.) die docenten LO en scholen ondersteunen in het bewegingsbekwaam maken van jongeren op het gebied van vaardigheden, kennis en zelfvertrouwen tijdens de lessen LO, en hun stimuleren tot een duurzame beweegactieve levensstijl.
Bij de zogenaamde ‘drukke’ leeftijdsgroepen (maar zeker ook bij jongeren en ouderen) wordt onder meer onderzoek gedaan naar het opzetten van effectieve beweegprogramma’s en het meten van fysieke activiteit en sedentariteit. Daarnaast worden onder meer typologieën ontwikkeld die toelaten om effectief en efficiënt in te spelen op de ondersteunings- en begeleidingsbehoeften van breedtesporters (zoals hardlopers) en deelnemers aan beweegprogramma’s. Door middel van laagdrempelige en kwaliteitsvolle interventies in combinatie met het aanbieden van beweegcoaching op maat van personen en hun sociale omgeving tracht het lectoraat ‘Move to Be’ tegemoet te komen aan ieders mogelijkheden en verwachtingen, ook wanneer de eigen capaciteiten verminderen en wanneer bruggen gebouwd dienen te worden van zorg naar bewegen. De inbedding van deze interventies in het werkveld is hierbij de sleutel tot succes.

Literatuurverwijzing

  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 1: Status nascendi 1924-1956, 292 p.; Deel 2: Status renovandi 1956-1986, 337 p.; Deel 3: Status maturandi 1986-1999, 374 p.

Externe links



Auteur: Kees van Tilborg