Canonlo

Kugel, Jaap

Orthopedagoog, psycholoog, filosoof, historicus en leraar lichamelijke opvoeding (1927-2005)

Oorlogsvrijwilliger in WO II
Jaap Kugel, geboren 21-05-1927 te Musselkanaal (tegenwoordig Onstwedde), volgde tijdens WOII de Christelijke H.B.S. te Stadskanaal. Deze H.B.S. was min of meer een 'verzetshaard'. Er werden meerdere leraren en leerlingen 'opgepakt' en enkelen gefusilleerd, zoals gymnastiekleraar C. Hoving

Hoving

C. Hoving werd op 12-10-1944 gefusilleerd als represaille voor zijn verzetsactiviteiten. Met zijn weduwe, die ook in het verzet zat, heeft Jaap Kugel tot haar dood (op 95-jarige leeftijd), gecorrespondeerd.
, Jaaps 'voorbeeld'.
In mei 1945 meldde Jaap zich, met andere H.B.S.-ers, aan als oorlogsvrijwilliger bij de luchtstrijdkrachten (LSK) voor de toen nog lopende oorlog tegen Japan. Onder moeilijke omstandigheden was hij actief in Indonesië en Nieuw Guinea, o.a. als vlieger en luchtverkeersleider.

Diverse studies in binnen- en buitenland
Na zijn demobilisatie (1947) studeerde Jaap tot 1950 Lichamelijke Opvoeding bij Geert Groenman in Groningen

Groningen

Kugel ontwikkelde zich later tot kenner van de beschouwingswijze van Groenman (Kramer & Lommen 1987: 126).
. Tijdens zijn studie was hij tevens voorzitter van de studentenvereniging Mesacosa. Als gymnastiekleraar was hij vervolgens werkzaam aan Lagere (en ULO-) scholen in Bilthoven en Utrecht, en de Christelijke Kweekschool

Kweekschool

In die tijd schreef Jaap met drie collega’s (Piet Alkema, Daan Hoogendijk en Peter Kramer) een methode Lichamelijke opvoeding voor de lagere school in drie delen (De spelen, de leerstof en het lesgeven).
Rehoboth te Utrecht (1953-1964). In 1960 trouwde Jaap met Ina Crombosch, lerares lichamelijke opvoeding.

Naast zijn leraarschap studeerde Kugel tot 1960 psychologie en volgde hij filosofie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam) en volgde (1950-1951) aan de Vrije Leergangen colleges bij Gordijn. In Keulen volgde hij aan de Sporthochschule colleges sportpsychologie en geschiedenis van de Lichamelijke Opvoeding bij Carl Diem. Zijn scriptie Over de plaats van de lichamelijke opvoeding in cultuur en opvoeding vormde mede de basis voor zijn latere publicaties over de geschiedenis.
Tijdens zijn verblijf in Amerika (1962 en 1963) studeerde Kugel, dankzij een 'Fullbrightbeurs

Fullbrightbeurs

Alle ‘ Fullbrighters’ uit de hele wereld werden op een congres in Washington 'voorgelicht', en ontvangen door President J. Kennedy . Jaap Kugel werkte op een Junior College in Concord (Californië). Speciale belangstelling had Jaap voor de indianenreservaten. Die wakkerden zijn bestaande interesse voor landen en volken van een andere cultuur dan de Westerse nog belangrijk aan. Samen met zijn echtgenote maakte Jaap dan ook tientallen reizen naar vele, vaak oosterse, landen.
',' educational psychologie' en 'physical education', aan de Berkeley Universiteit (Californië). Deze combinatie van vakken bepaalden zijn verdere werk en studie. Op grond van ervaring en kennis van de ontwikkelingen in het buitenland verzorgde Kugel van 1961 tot en met 1966 in De Lichamelijke Opvoeding de rubriek ‘Overzicht van binnen- en buitenlandse tijdschriften’.

Docent, promovendus en gasthoogleraar
Na zijn terugkeer uit Amerika (1964) werd Kugel docent geschiedenis, stelsels en literatuur aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding , als opvolger van Peter Kramer. Tijdens zijn docentschap studeerde hij (1964-1969) orthopedagogiek bij hoogleraar Wilhelmina Bladergroen in Groningen en promoveerde hij (1969) op een proefschrift getiteld Lichaamsplan, lichaamsbesef, lichaamsidee; over de psychologische betekenis van de lichamelijke ontwikkeling. Het uitvoerige historisch-wijsgerige deel in deze dissertatie was tot stand gekomen onder leiding van zijn co-promotor, de filosoof en hoogleraar R. Bakker. Zijn dissertatie werd tot boek omgewerkt: Psychologie van het Lichaam. Als vervolg daarop verschenen Filosofie van het Lichaam, en Bewegingsopvoeding.
Tussentijds (1971-1972) vervulde Kugel een gasthoogleraarschap aan de Universiteit van Toledo (Ohio), in dezelfde vakken waarin hij tien jaar eerder college had gelopen ('physical education' en 'educational psychology'). Omdat Kugel merkte dat zijn studies elkaar op een vruchtbare manier aanvullen, verwerkte hij zijn 'onderwijs-leerstof' in een reeks van publicaties voor het onderwijs, waaronder Leren in sport en lichamelijke opvoeding, Motorische remedial teaching, Sport en psychologie, Speciale bewegingsopvoeding en boeken over de geschiedenis van de lichamelijke opvoeding.

Inzet voor christelijke sportethiek en psychomotorische kindertherapie
Kugel kreeg voldoende kansen voor een baan aan een Nederlandse universiteit, maar had daarvoor geen interesse

geen interesse

Kugel stoorde zich meet name aan de 'praat- en vergadercultuur' aan de universiteiten in de roerige jaren van de ‘studenten-opstanden’.
. In 1984 beëindigde hij zijn werk aan de Haagse Academie en ging hij zich meer inzetten voor de NCSU

NCSU

De Nederlandse Christelijke Sport Unie stelt zich als taak om de positieve waarden van sport te benadrukken en de kwaliteit van de sport te verhogen. De focus ligt op het versterken van de maatschappelijke waarde van sport en het tegengaan van negatieve en ongewenste effecten. De NCSU ziet sport als een activiteit waaraan velen zowel actief als passief plezier kunnen beleven. Sport kan allerlei positieve effecten voor de individuele mensen en de maatschappij opleveren. Om dit te stimuleren, moet sport moet op een kwalitatief goede wijze vorm en inhoud krijgen.
. Daar was hij (1984-1987) hoofd van de afdeling 'Studie en bezinning'. In 1983 had Kugel al meegewerkt aan een brochure over de Christelijke Sportbeweging: 'De C, wat doe je er mee? Op weg naar een Christelijke sportethiek'. Daarnaast was hij vanaf 1986 een aantal jaren part-time docent aan de post-HBO-opleiding psychomotorische kindertherapie, te Breda.

Vele betekenisvolle publicaties
De kwaliteit van de vele publicaties van Kugel is van grote betekenis geweest voor het onderwijs in de lichamelijke opvoeding en de theoretische onderbouwing ervan. Kugel ontwikkelde een theoretische visie op de lichamelijke opvoeding, waarbij een mensbeschouwing en een visie op mens en maatschappij voorafgaat aan de keuze van didactische doelen en methodische middelen (denken in de afstemming van grondslagen-doelen-middelen). Voor Kugel was kennis van de geschiedenis een voorwaarde voor het voorkómen van eenzijdigheid en het overwinnen van vooroordelen en vooringenomenheden. Bij zijn studenten en collega's

studenten en collega’s

In het dossier ‘vrienden van de HALO’, 5e jaargang no. 2 , oktober 2005 schrijft oud-collega en oud-adjunct-directeur Henk Mijnsbergen over Jaap Kugel: ‘Iedereen heeft zijn gedrevenheid voor het vak en zijn inzet voor de lichamelijke opvoeding kunnen vaststellen. Vele studenten zijn door zijn (enigszins provocerende) manier van lesgeven geïnspireerd en kunnen nu nog jaren later letterlijke citaten van zijn uitspraken ten tonele voeren.. Zijn “een rijker leven voor nu en later” is mijns inziens nog altijd in hoge mate van toepassing als doelstelling .’
werd hij ervaren als een markant en gedreven docent die zich, zonder al te veel concessies te doen, met grote inzet en bekwaamheid inzette voor de lichamelijke opvoeding.
Volgens de overlijdensannonce overleed Jaap Kugel in 2005 'op een mooie junidag'. Dat was op 9 juni in Amerongen.

Literatuur:

  • Lommen, N. (1987). Wegbereiders van de Lichamelijke Opvoeding I. Meppel: Ten Brink, 238 p.
  • Lommen, N. (1989). Wegbereiders van de Lichamelijke Opvoeding II. Meppel: Ten Brink, 391 p.
  • Kramer J.P. en Lommen, N. (1987). Geschiedenis van de Lichamelijke Opvoeding in Nederland. Zeist: Jan Luiting Fonds nr. 44, p. 126; 146-154.
  • Documentatie uit het persoonlijk archief van Jaap Kugel verzameld door Kees van Tilborg.

Externe links


Auteur: Servé Retera