Canonlo

Schagen, Karel van

Weerbaar wegbereider van kwaliteitsopleidingen en pionier voor universitair onderwijs

Karel Hendrik van Schagen werd geboren in Groningen op 8 mei 1894 en volgde daar lager en middelbaar onderwijs. Tussen 1910 en 1913 was Karel een gerenommeerde wedstrijdzwemmer. Als lid van de Utrechtse Zwem Club behaalde hij menige prijs bij de zogenaamde ‘borstslag

Borstslag

Begin 20e eeuw waren verschillende zwemtechnieken in gebruik. Het borstzwemmen had in die tijd, in de vorm van het traditionele schoolslagzwemmen, als wedstrijdslag op de zogenaamde 'vrije banen' het onderspit gedolven. Als gevolg daarvan ontstond in die tijd al de discussie over de wenselijkheid van het gebruik van de schoolslag voor het eerste zwemonderwijs. Omdat de zwemslagen nog niet zo vast waren omschreven, waren rond de overgang van de 19e naar 20e eeuw allerlei varianten in gebruik van borst-, zij- en rugslagen, met en zonder beenschaarbeweging, en met enkele en dubbele 'overarmslagen'. De slagen hadden mooie benamingen zoals de Zeemansslag, de Spaanse slag, de Northern Kick en de Trudgen. De Trudgen en de Trudgen-crawl zijn genoemd naar de Engelse zwemmer John Trudgen (1852-1902). Een Nederlandse bekende zwemmer van de Trudgen was Piet Ooms (1884-1963).

Literatuur:
  • Schagen, K.H. (1924). In: Schagen, K.H. (ed.). Handboek der sporten. Eerste Deel. Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, p. 241-290.
  • Schermer, D., Veen, H. van der en Lousberg, A. (1999). Handboek zwemtechnieken: Historisch-didactisch overzicht van 150 oude en minder bekende zwemslagen. Haarlem: De Vrieseborch, 168 p.
  • Sluis, A. van der, Jiskoot, J. en Bult, P. (1993, 4e druk). Een didaktiek van het zwemmen. Haarlem De Vrieseborch, 472 p: (Nostalgische slagen. p. 279-283).
’. In juli 1913 behaalde hij in Utrecht de middelbare akte Lichamelijke Oefening (MO-P).

Eerste inspecteur l.o. in gemeentelijke dienst (1926-1943)
Na enkele jaren militaire dienst (1914-1917) werd Van Schagen in 1917 door de toenmalige rector C.P. Gunning benoemd als leraar l.o. aan het Amsterdams Lyceum. In die tijd nam Van Schagen ook al deel aan gemeentelijke activiteiten op het gebied van jeugdwerk. Tot 1923 was hij tevens enkele jaren als docent verbonden aan het NILO

NILO

Omdat Van Schagen plannen had voor de oprichting van een nieuwe kwalitatief hoogwaardige opleiding stopte hij als docent aan het Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (NILO). Het NILO werd in 1912 opgericht op initiatief van de AGOV, de Amsterdamse afdeling van de huidige KVLO. Het initiatief zou een einde moeten maken aan de toenmalige situatie van vele kleine particuliere opleidingsinstituten van matige kwaliteit. Tevens was de ambitie gestalte te geven aan een nationaal opleidingsinstituut voor de lichamelijke opvoeding op academisch niveau. Van Schagen had al snel door dat die ambitie moeilijk zou kunnen worden waargemaakt, en werkte zijn eigen plannen uit. In 1935 werd het NILO opgeheven. Literatuur: Kaandorp, F.L. en Van Tilborg, C.G.A.T. (2015). Het NILO: Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding. De Lichamelijke Opvoeding, 103e, nr. 1, p. 34-36; nr.2, p. 44-45; nr. 3, 40-41.
. Al op 32-jarige leeftijd (1926) werd Van Schagen benoemd tot inspecteur lichamelijke opvoeding

Inspecteur lichamelijke opvoeding

Met deze benoeming in 1926 was Van Schagen de eerste inspecteur lichamelijke opvoeding in Nederland die benoemd werd in gemeentelijke dienst.
van de gemeente Amsterdam. In die functie realiseerde hij gedurende zeventien jaar verbetering van de accommodaties en een toename van het aantal scholen met uren l.o. in het onderwijs. In dezelfde periode bekroonde Van Schagen zijn eigen ontwikkeling met een promotie

Promotie

Van Schagen promoveerde in 1933 op een omvangrijk proefschrift getiteld Le rôle de l’éducation physique dans le développement de la personalité. Het betrof een historisch-pedagogische bronnenstudie en oriëntering van de lichamelijke opvoeding ten opzichte van de moderne pedagogische stromingen en experimenten. Uitgeverij Felix Alcan (Paris) gaf in 1933 een handelseditie (593 p.) van dit proefschrift uit.
cum laude (1933) aan de Sorbonne in Parijs.

Mede-oprichter, onder-directeur, docent en rector van de ALO-Amsterdam
In 1924 was Van Schagen, samen met C.P. Gunning en H.L.F.J. Deelen, de drijvende kracht bij het initiatief tot oprichting van de ‘Nederlandsche Vereeniging tot Inrichting van een Wetenschappelijk Centrum voor Lichamelijke Opvoeding’. Het belangrijkste doel van de vereniging werd gerealiseerd in 1925 met het oprichten van de academie voor lichamelijke opvoeding in Amsterdam. Omdat de beoogd rector, G.J. Nieuwenhuis nog in Nederlands-Indië was, werd Van Schagen tijdelijk onder-directeur. Aan de ALO vervulde Van Schagen doceer- en bestuursfuncties

Doceer- en bestuursfuncties

Bij de oprichting van de ALO-Amsterdam werd Van Schagen docent zwemmen en geschiedenis. Daarnaast was hij lid van het dagelijks bestuur tot 1964. Dit bestuurslidmaatschap had een onderbreking van 1943 tot 1959 toen hij, als rector van de ALO, niet ook in het bestuur zitting kon hebben. Met zijn benoeming in 1926 tot inspecteur l.o. stopte Van Schagen als docent, maar bleef betrokken als adviseur voor de praktijk van de lichamelijke opvoeding. Pas in 1933 werd hij opnieuw aangesteld als docent in de geschiedenis van de lichamelijke opvoeding. Later doceerde hij ook Theorie Lichamelijke Opvoeding (TLO) en pedagogiek.
. Daarnaast was hij actief in de AGOV. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voorzag van Schagen, inmiddels lid van het Rijkscollege voor de Lichamelijke Opvoeding, in het rectoraat toen rector Karl Gaulhofer in 1941 plotseling overleed. Tegen de wens van de bezetter werd Van Schagen per 1 september 1943 benoemd als rector en hield twaalf dagen later zijn inaugurale rede. Hij bleef rector tot zijn pensionering in mei 1959.

Bezield en standvastig streven naar verbetering van kwaliteit en een wetenschappelijke basis
Gedurende heel zijn carrière stonden bij Van Schagen twee zaken centraal: de kwaliteit van de opleiding en de oriëntering op wetenschappelijk gebied. Samen met de andere oprichters van de ALO streefde hij voortdurend naar kwaliteitsverbeteringen. Zijn ambities in dezen werden zichtbaar in de invoering van een dagopleiding en van de naam ‘Academie’, strengere vooropleidingseisen om toegelaten te kunnen worden, uitbreiding van de omvang en diepgang van de opleiding alsmede invoering van algemene vakken voor een brede algemene vorming. Veel van zijn initiatieven vonden navolging op andere opleidingsinstituten. De benoeming in 1932 van prof. dr. Karl Gaulhofer tot rector moet gezien worden in zijn streven naar een universitaire status, en wellicht een centraal opleidingsinstituut, en niet alleen vanwege de toenmalige populariteit van de Oostenrijkse school. Op initiatief van Van Schagen en Gaulhofer startte de ALO-Amsterdam in het najaar van 1932 een post-academiale leergang

Post-academiale leergang

Deze leergang, ook wel ‘bovenbouw’ of ‘voortgezette studie’ genoemd, was het gevolg van de universitaire ambitie van de eerste rectoren en bestuursleden van de ALO-Amsterdam. Ze wilden het vak lichamelijke opvoeding meer aanzien geven door de opleiding te richten op onderzoek. De opleiding bestond daartoe aanvankelijk uit een driejarige (deeltijd)opleiding voor het ‘kandidaatsexamen’ en twee jaar (8 uur per week ’s avonds) voor de ‘bovenbouw. In 1936 werd het 1e diploma van de ‘voortgezette studie’ uitgereikt door de toenmalige rector, prof. dr. K. Gaulhofer.
. Met deze wetenschappelijke vervolgopleiding wilden zij een brug slaan naar het universitair onderwijs. Daartoe werden aan de ALO ook hoog gekwalificeerde wetenschappers als docent benoemd, zoals de hoogleraren W. Bladergroen, L. van der Horst, F. Buytendijk en M. Woerdeman. Daarnaast werden bekende personen als docent benoemd zoals J.M.J. Korpershoek, J. Wils

J. Wils

De bekende architect Jan Wils was mede verantwoordelijk voor het ontwerp van het Olympisch Stadion in Amsterdam en de daarvoor staande Citroëngarage. Hij was, vanaf de oprichting in 1925 van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam, tot het cursusjaar 1944-1945 aan dat instituut verbonden als docent bouw en inrichting van oefengelegenheden. In 1929 maakte hij ook een ontwerp van een Academie voor Lichamelijke Opvoeding van een ALO aan het Olympiaplein en de Apollolaan. Het ontwerp werd niet gerealiseerd.
en W.P. Hubert van Bleijenburgh. Als rector zette Van Schagen het ingezette beleid kwaliteitsbeleid voort. Zo verlengde hij in 1946 de 3-jarige opleiding naar vier jaar, voerde een soort kandidaatsexamen in (aan het einde van het 3e jaar) om toegelaten te kunnen worden voor het staatsexamen en intensiveerde hij de contacten met instituten in het buitenland

Contacten met instituten in het buitenland

Met professor Pierre-Paul de Nayer, voorzitter van het instituut voor lichamelijke opvoeding van de Katholieke Universiteit in Leuven, kwam Van Schagen overeen dat ALO-afgestudeerden daar de mogelijkheid kregen een licentiaatsdiploma te behalen en te promoveren.
.

Auteur en regisserend redacteur
Van Schagen stimuleerde zijn omgeving tot publicaties een gaf daarin zelf het voorbeeld. Gedurende veertig jaar hield hij vele lezingen. Hij schreef tientallen artikelen. Een aantal daarvan in buitenlandse tijdschriften maar de meeste in De Lichamelijke Opvoeding (vanaf 1920) en Richting. In laatstgenoemd orgaan zat hij vanaf de oprichting in 1946 tot 1950 in de redactie. Met zijn uitgebreide netwerk en zijn vermogen deskundigen samen te brengen was Van Schagen ook een ideale eindredacteur. In die hoedanigheid heeft hij ook enkele veel gelezen, en vaak geciteerde, standaardwerken op zijn naam staan.

Van Schagen was erelid van de AGOV en voor zijn bijzondere verdiensten ontving hij hoge onderscheidingen. Hij was ridder in de orde van Oranje Nassau (1948) en werd bij zijn afscheid als rector in 1959 bevorderd tot officier. Voor het leggen en invullen van de contacten met de universitaire studie in de lichamelijke opvoeding in België werd hij in 1960 benoemd tot Officier in de Kroonorde van België. Van Schagen overleed op 24 januari 1972 in zijn woonplaats Laren.

Literatuurverwijzingen

  • ALO-Amsterdam (1943). Installatie van Dr. K.H. van Schagen als rector der Academie voor Lichamelijke Opvoeding op 13 september 1943. Amsterdam: Portielje, 11 p.
  • Archief ALO-Amsterdam:
    • Jaarverslagen 1926-1959 van de Nederlandse Vereniging tot inrichting van een wetenschappelijk centrum voor Lichamelijke Opvoeding;
    • Personeelskaarten (W.J. Bladergroen, A. de Froe, J.M.J. Korpershoek, K.H. van Schagen, J. Wils).
  • Deelen, H.L.F. en Schagen, K.H. van (1925). De academie voor lichamelijke opvoeding. S.l.: s.n. 36p.
  • Kaandorp, F. (2013). We hebben Gym. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 92 p.
  • Koops, M. e.a. (2000): Academie voor Lichamelijke Opvoeding 1925-2000, jubileumuitgave ter gelegenheid van 75 jaar ALO. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam / Academie voor Lichamelijke Opvoeding, 162 p.
  • Korpershoek, J.M.J. (1959). De verdiensten van Dr. K.H. van Schagen voor ons vak. Lichamelijke Opvoeding, 47e, p. 275-279.
  • Kuyper, S. (1972). In memoriam Dr. K.H. van Schagen. Lichamelijke Opvoeding, 60e, p. 82-83.
  • Schagen, K.H., Kuyper, S. en Alkema, P.R. (1965). 40 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding te Amsterdam. Amsterdam, s.n., 116 p.



Auteurs: Jan Jiskoot en Kees van Tilborg