Canonlo

Schmüll, Dick

Legendarisch pionier in lichamelijke opvoeding, sport, en jeugd- en verenigingswerk

Legendarisch pionier in lichamelijke opvoeding, sport, en jeugd- en verenigingswerk
Diederich Herman Schmüll werd op 9 oktober 1908 geboren in een ‘plantersgezin’ in Soenggal (Sumatra). Toen hij vijf jaar was, stuurden zijn ouders s hem naar Nederland om daar opgevoed te worden door vier ongetrouwde tantes en een ongetrouwde oom. Dick zou zijn moeder nooit meer terugzien. Als leerling van de Christelijke Hogere Burgerschool in Amsterdam bracht hij de meeste avonden door bij de AMVJ

AMVJ

Oorspronkelijk heette de AMVJ de Amsterdamsche Jonge Mannen Vereeniging (AJMV). Deze vereniging was in 1909 ontstaan als afscheiding van Excelsior, de eerste protestante jeugdorganisatie. De AJMV was sterk gebaseerd op de Amerikaanse uitwerking van het gedachtengoed van de in 1844 in Londen opgerichte Young Man’s Christian Organisation (YMCA). De YMCA wil alle jeugd uitdagen om met elkaar al hun talenten in te zetten voor de eigen ontwikkeling, alsmede voor een samenleving waarin voor iedereen een plaats is. Omdat deze doelstelling van de YMCA zowel door de AJMV als door Excelsior werd nagestreefd, drongen zowel de geldschieters als de gemeente aan op samengaan van beide organisaties. Dat gebeurde eind 1918 kort na het einde van WOI. Als fusienaam werd gekozen voor Amsterdamsche Maatschappij Voor Jongemannen (AMVJ). In het interbellum ontwikkelde de AMVJ zich met name onder de inspirerende leiding van predikant Jo Eijkman (1892-1945). Hij verpersoonlijkte het gedachtegoed van de AMVJ: een open benadering van jongeren, afwijzing van verzuiling, en een uitgesproken visie op pedagogiek, vormingswerk en sport. Dankzij Eijkman bouwde de AMVJ haar bijzondere positie in het jeugdbestel verder uit. In de eerste decennia van haar bestaan kende de AMVJ vele afdelingen. Het werd een echte ‘omni-sportvereniging avant la lettre’, die het hele jaar door allerlei recreatieve, sportieve en culturele activiteiten organiseerde. Een bijzonder initiatief van Eijkman was het in erfpacht verwerven (1920) van een bestaand (kampeer)terrein (De Paalberg) in de gemeente Ermelo. Hij liet op het terrein barrakken plaatsen en maakte het vanaf eind 1920 geschikt voor recreatiekampen. Duizenden kinderen hebben daar met veel plezier aan deelgenomen. Eijkman was ook verantwoordelijk voor de realisatie van het AMVJ-gebouw aan het Leidsebosje in Amsterdam. De opening van dit gebouw vond plaats op 11 mei 1928, twee maanden voor de aanvang van de Olympische Spelen in Amsterdam. Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen werd de betekenis van de afkorting AMVJ na WOII gewijzigd in Algemene Maatschappij Voor Jongeren.
. Na de HBS (1926) werkte Schmüll twee jaar in de verzekerings- en bankwereld.

Brede onderwijservaring
Vanaf 1928 volgde Schmüll een opleiding tot leraar lichamelijke opvoeding aan twee particuliere opleidingen

Twee particuliere opleidingen

Om leraar lichamelijke opvoeding te worden, zegde Schmüll in 1928 zijn kantoorbaan op, en schreef zich in aan het Amsterdamsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (AILO) van M.W. Woerdeman en J.A.H. Eckhardt. Aan de AILO studeerde hij samen met onder andere #51550 Wilhelmina Bladergroen en nam hij als lid van Ghymkana, de sportvereniging van het AILO, in 1931 nog deel aan zwemwedstrijden. Daarna switchte Schmüll naar het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding in Haarlem, waar de leiding in handen was van W.A.J. Goeting en H.L. Warnier.
. Tijdens zijn studie gaf hij les aan het Montessori Lyceum in Amsterdam. Tussen zijn afstuderen (1932) en het einde van de Tweede Wereldoorlog verzorgde hij lessen op diverse schooltypen

Diverse schooltypen

Enkele voorbeelden van de deeltijdbanen die Schmüll in die periode vervulde zijn:
  • De Nassauschool (voor basisonderwijs) in Amsterdam (1932-1939);
  • De Vereeniging tot Stichting en Instandhouding eener Hervormde School voor lager onderwijs te Amsterdam-Oost (1935-1936);
  • Waalsche Hervormde School in Amsterdam (1935-1941);
  • Watergraafsmeersche Schoolvereniging (1932);
  • De 5de HBS met 3-jarige cursus te Amsterdam (1939);
  • De Middelbare Handelsschool met 4-jarige cursus te Amsterdam (1940).
. Tijdens de mobilisatie keerde Schmüll terug naar het Montessori Lyceum, om in 1941 een volledige aanstelling te krijgen aan het Kennemer Lyceum in Bloemendaal (1941-1946). In de jaren daarna combineerde hij zijn hoofdbaan met het verzorgen van lessen aan beroepsopleidingen.

Icoon bij de Algemene Maatschappij Voor Jongeren (AMVJ)
Als jeugdlid van de AMVJ deed Schmüll ervaring op met sporten en jeugdwerk. Toen hij eenmaal leraar L.O. was, maakte hij op imposante wijze ook beroepsmatig carrière binnen de AMVJ. Na WOII groeide de AMVJ, onder de bezielende leiding van Schmüll, uit naar een strak georganiseerde en bloeiende club. In 1953 emigreerde

Emigreerde

Ondanks de groei en bloei van de AMVJ na WOII waren er begin jaren vijftig steeds meer elementen in zijn werk die Schmüll tegen gingen staan. Uiteindelijk emigreerde met zijn gezin naar Canada om per 1 september 1953 in dienst te treden als ‘general secretary’ (hoofdleider) bij een kleine afdeling (3000) van de YMCA in Acton (Ontario, Canada). Toen Schmüll, na een groots afscheid in juli, vertrok naar Canada had hij de AMVJ, van een honderdtal leden na WOII, uitgebouwd naar 2500 leden, verdeeld over 13 ‘member boards’ (sportclubs). In het ‘vriendelijk’gat’ Acton vielen echter zowel ‘het onderwijs en geestelijk-cultureel klimaat’ als de ontplooiingsmogelijkheden voor zijn kinderen tegen. Hij overwoog nog even functies bij de YMCA in Bogota, Rome of Montevideo, maar keerde in 1954 toch met zijn gezin definitief terug naar Nederland.
hij naar Canada, maar een jaar later keerde hij alweer terug, om hoofd-sportleider te worden aan Nyenrode, het toenmalige Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland (NOIB) in Breukelen. Tegelijkertijd werd hij assistent-sportleider aan de Universiteit Utrecht.

‘Founding father’ van twee ‘nieuwe’ zaalsporten: volleybal en basketbal
Schmüll was oprichter van twee sportbonden: de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo) en de Nederlandse Basketball Bond (NBB). Hij werd ook de eerste voorzitter van de op 6 september 1947 opgerichte Nevobo. Die ontstond uit de Landelijke Volleyball-Commissie, waarvoor Schmüll op 18 januari 1947 het initiatief had genomen. Op 15 juli 1947 richtte hij, op instigatie van de FIBA Europe, de NBB op. In zijn jeugd had hij de introductie van basketbal in Nederland van zeer nabij meegemaakt. Schmüll vervulde belangrijke functies binnen de NBB

Belangrijke functies binnen de NBB

Eerste bondscoach
Al voor de oprichting van de NBB was Schmüll coach van het mannenteam dat Nederland in 1946 vertegenwoordigde bij het Europees Kampioenschap in Genève. Toen hij op 15 juli 1947 de NBB oprichtte werd hij ook officieel de bondscoach. Zijn laatste wedstrijd als bondscoach was op 12 mei 1951.

Eerste Secretaris
Bij de oprichting van de NBB in 1947 werd Schmüll secretaris van de bond. Hij vervulde die functie tot hij in 1949 als voorzitter werd benoemd.

‘Drie’ maal voorzitter
Eind 1949 werd Schmüll voor de eerste keer voorzitter van de NBB. Hij legde die functie in 1953 neer in verband met zijn emigratie naar Canada. In januari 1954 werd zijn opvolger gekozen. Het beviel Schmüll niet goed in Canada. Hij keerde al in 1954 terug en werd in 1955 voor de tweede keer voorzitter van de NBB. In de jaarvergadering van 19 oktober 1957 trad het voltallige bestuur van de NBB af omdat de begroting door de vergadering was afgekeurd. Na vier uur werk van een ‘bemiddelingscommissie’ nam Schmüll de voorzittershamer weer over. Hij werd daarmee voor de 'derde' keer voorzitter. Als gevolg van zijn drukke werkzaamheden als hoofd-sportleider aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam droeg hij het voorzitterschap van de NBB in 1958 definitief over.

Overige functies binnen de NBB
Naast bovengenoemde functies vervulde Schmüll binnen de NBB nog tal van andere functies. Zo was hij voorzitter van de technische commissie, voorzitter van de commissie van beroep, voorzitter van de jeugdcommissie, lid van de redactiecommissie, lid van de commissie opleidingen en lid van de pers- en propagandacommissie. Na zijn aftreden als voorzitter in 1958 werd hij, als commissaris, lid van het bestuur.

Tijdens de Olympische spelen van 1948 (Londen), 1952 (Helsinki) en 1960 (Rome) was Schmüll technisch gedelegeerde c.q. jurylid bij het basketbaltoernooi.
. Zo was hij de eerste bondcoach, de eerste secretaris, ‘drie’ maal voorzitter en de eerste internationale scheidsrechter. Schmüll was als initiator van talloze activiteiten die hij, voorafgaand aan en na de oprichting van de NBB, ontplooide in grote mate verantwoordelijk voor de verspreiding en popularisering van basketbal in Nederland.

Universitair sportleider en vernieuwend conditietrainer
Een jaar na zijn aanstellingen in 1954 in Breukelen en Utrecht accepteerde Schmüll een aanbod van A. de Froe

A. de Froe

In zijn functie als voorzitter van de Senaatscommissie vroeg professor dr. A. de Froe (1907-1992) aan Schmüll om hoofdsportleider te worden aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Schmüll had bijzonder veel waardering voor de Froe ('parmi les graves penseurs'). Die schreef namelijk vele artikelen over lichamelijke opvoeding en hield daar ook vele voordrachten over. Voor zijn verdiensten voor het vak en voor de vakvereniging werd De Froe dan ook benoemd tot erelid van de KVLO bij het 100-jarig bestaan van deze vereniging in 1962. Naast zijn hoogleraarschap was de Froe ook nog docent aan de ALO-Amsterdam en jarenlang lid, en later voorzitter, van het examenbureau M.O.L.O ( Middelbaar Onderwijs Lichamelijke Opvoeding).
om ‘leider voor de lichamelijke opvoeding der studenten’ (in casu hoofd-sportleider) te worden aan de gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Daar coachte hij het studenten basketbalteam (1955-1960) en gaf hij, met muzikale begeleiding, conditietraining aan de roeiers van Nereus (1955-1972). Schmüll bleef hoofd-sportleider tot februari 1971 en was daarna nog een jaar adviseur voor studentensportaangelegenheden aan de Gemeentelijke Universiteit. In zijn ‘universitaire tijd’ was hij tevens conditietrainer van de Nederlandse roeiploegen

Nederlandse roeiploegen

Schmüll verzorgde van 1956 tot 1964 de conditietraining van de Nederlandse roeiers en bereidde hen voor op internationale wedstrijden. In 1964 vertrok hij, na het Europees Kampoenschap op de Bosbaan in Amsterdam, met de roeiploeg voor een ‘vakantie’ in Oostenrijk en verzorgde daar, in de aanloop naar de Olympische Spelen van Tokio, twee maal daags de conditietrainingen.
(1956-1964).

Veelgevraagd spreker, bevlogen redacteur, productief auteur en gedreven bestuurder
In zijn loopbaan vervulde Schmüll betekenisvolle rollen op vele congressen

Vele congressen

Vanaf 1946 (Genève) was Schmüll als organisator, dagvoorzitter, verslaggever of toehoorder aanwezig op een 75-tal (inter)nationale congressen op het gebied van lichamelijke opvoeding of sport. In 1975 sloot hij deze imposante serie af als dagvoorzitter van het internationale congres ‘stad in beweging’, een congres dat werd georganiseerd in het kader van ‘Amsterdam 700’.
en deelde hij zijn kennis en ervaring tijdens meer dan honderd optredens

Meer dan honderd optredens

Schmüll hield/gaf lezingen, causerieën, demonstraties en interviews, voor de meest uiteenlopende gremia en media, en over de meest diverse onderwerpen (jeugdwerk, lichamelijke opvoeding, sport, Olympische Spelen, reizen, YMCA, etc.). Hij trad regelmatig op tijdens afdelingsbijeenkomsten en jaarvergaderingen van de KVLO, maar was ook daarbuiten een veel gevraagd spreker op studiedagen, congressen en conferenties. Dat kwam omdat hij een visionair was met een uitgesproken mening. Hij schroomde niet om kritische vragen aan de orde te stellen, oplossingen voor problemen voor te stellen en zijn gehoor te wijzen op belangrijke ontwikkelingen.
. Zijn bijzondere journalistieke vaardigheid is zichtbaar in de productie van enkele boeken en bijna driehonderd artikelen

Driehonderd artikelen

Al voor zijn vertrek naar Canada in 1953 werden artikelen van Schmüll gepubliceerd in Het Parool (± 20), Vrij Nederland (5), Richting (7), De Lichamelijke Opvoeding (15), het orgaan van de NBB (20) en in het maandblad van de YMCA (25). Vanaf 1954, na zijn terugkeer uit Canada, schreef Schmüll nog ongeveer 200 artikelen voor kranten en vakbladen. Wat betreft de vakbladen waren dat enkele artikelen in Richting maar veruit het grootste deel verscheen in De Lichamelijke Opvoeding. Daarin deed hij verslag van de meest uiteenlopende gebeurtenissen in binnen- en buitenland.
alsmede en in zijn jarenlange (1957-1978) lidmaatschap van de redactie van De Lichamelijke Opvoeding. Een opvallende reeks in dit tijdschrift was de serie Gesprek met …

Gesprek met …

In 1967 realiseerde Schmüll in De Lichamelijke Opvoeding zijn idee ‘Gesprek met …'. Vanaf dat jaar deed hij meer dan tien jaar regelmatig verslag van interviews die hij hield met (inter)nationaal bekende personen, zowel in als buiten de wereld van lichamelijke opvoeding. Hij ging daar mee door tot en met 1978. In dat jaar moest hij in oktober om statutaire redenen stoppen met zijn geliefde redactiewerk. De serie 'Gesprek met ...' werd toen voortgezet door #52020 Niels Lommen.
Schmüll was bovendien lid van vele (inter)nationale (advies)commissies en vervulde decennialang functies binnen de vakvereniging en de AGOV.

Waardering voor zijn innige band met de lichamelijke opvoeding en sport
Schmüll was thuis in vele sporten

Thuis in vele sporten

Schmüll was een all-round sportman en bekend met alle aspecten van de sport (beoefenen, trainen, coachen, opleiden, besturen etc.). Nog enkele voorbeelden daarvan zijn:
  • In de loop der jaren beoefende hij een kleine twintig sporten waarvan tien in verenigings- en competitieverband.
  • Al op jonge leeftijd was hij captain van het Nederlands kano-team (1930-1932).
  • Hij verzorgde kadertrainingen en kadercursussen bij zes verschillende sportbonden.
  • Bij de NSF was hij voorzitter van de adviesraad Training en Research (1962-1972).
  • Hij was chef déquipe van de Nederlandse studentenploeg bij de Universiades in Turijn (1959), Sofia (1961) en Boekarest (1963).
, had een mateloze belangstelling voor alles wat in de samenleving speelde en werd betoverd door de mogelijkheden van het leven. Hij zocht naar de oorzaken van verschijnselen, verdiepte zich in godsdiensten

Godsdiensten

Vanuit zijn opvoeding was Schmüll lid van de Waalse gemeente in Amsterdam. Toen hij eenmaal op eigen benen stond, bleef hij wel gelovig, maar was geen regelmatige kerkganger. Hij liet zijn beide zoons dopen in de Waalse kerk in Amsterdam en zijn dochter in de United Church in Acton (Canada), maar vond zelf dat hij de Kerk in de loop der jaren door zijn drukke werkzaamheden voor de A.M.V.J. ’wat ontrouw was geweest’. Desondanks was hij zeer geïnteresseerd in godsdiensten. Hij las daar veel over en was jaren lang via de AMVJ betrokken bij de YMCA, de wereldwijde beweging van Christenen. Tijdens zijn verblijf in Amerika in 1950 probeerde Schmüll te ontdekken welke kerk daar het meest overeenkwam met de Hervormde Kerk in Nederland. Dat was aanleiding voor hem om, in de aanloop van zijn emigratie in 1953 naar Canada, bij de Nederlands Hervormde Kerk (Stichting Hervormde Emigratie Commissie) te informeren naar de verschillen met de ‘Presbyterians’en de ‘Methodist’. Terug in Nederland was hij hij in 1955 nog gelovig lid van de United Church of Canada, een fusie van de 'Presbyterian' en de 'Methodist'.
, was geïnteresseerd in oude culturen, de geschiedenis van het christendom en het werk van de filosoof Henri Bergson. De veelzijdig begaafde, gedreven en geletterde Schmüll functioneerde op de plaats waar zuivere wetenschap en de dagelijkse praktijk elkaar raakten. Hij was een voortdurende vernieuwer, zowel theoretisch als praktisch, en droeg dat uit. Vanuit zijn sociale bewogenheid, gedrevenheid voor het vak en loyaliteit voor de vakvereniging vervulde Schmüll veel vrijwilligerswerk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij vanwege zijn uitzonderlijke verdiensten vele onderscheidingen heeft ontvangen. Dick Schmüll overleed plotseling op 11 juli 1990 tijdens een vakantie in De Lutte.

Literatuurverwijzingen


Auteur: Kees van Tilborg